Badkamer van een appartement in een woontoren op 432 Park Avenue, New York.

Foto’s Andi Schmied

Andi Schmied deed alsof ze miljardair was, en kwam overal binnen

Het leven van superrijken Om te kunnen zien hoe de superrijken wonen in hun appartementen van miljoenen dollars in New York, deed Andi Schmied zich voor als miljardair.

De superrijken leven niet onder ons, ze zijn onzichtbaar, hooguit lezen we over hen of zien we de superrijken voorbijkomen in het nieuws, bij scheidingen, records (wie is nu de rijkste?) en samenzweringstheorieën (Bill Gates en het virus). Die onzichtbaarheid hebben ze merkwaardig genoeg gemeen met de absolute onderlaag, die doorgaans ook aardig onzichtbaar blijft. Met dat verschil dat de superrijken zelf niet gezien willen worden en dat wij de onderlaag niet wíllen zien, zoals wij ook het slachthuis, de verwarde medemens en het georganiseerde geweld (oorlog) veelal naar de periferie hebben verbannen.

Toen ik van de herfst voor een tv-programma een voormalige gevangene interviewde, vertelde hij dat hij in zijn vorige leven onder de rails van Grand Central Station in New York woonde, met twee scheermesjes in zijn wangen om mogelijke aanvallers mee van repliek te dienen.

Kortstondig plaatste de pandemie, althans in New York, de onderlaag in het centrum. De straten waren zo leeg dat men eindelijk zag van wie de straat écht was: de dakloze. Alsof men een steen had opgetild om te zien wat eronder krioelde.

In 2016 arriveerde de Hongaarse kunstenaar Andi Schmied (1986) voor een residency in New York. Ze had stedenbouwkunde gestudeerd in de hoop steden te kunnen verbeteren maar toen ze haar studie had afgerond begreep ze dat er twee mogelijkheden waren, haar idealen opgeven of in een permante strijd verwikkeld raken met haar werkgevers. Haar kritiek op steden lijkt op haar kritiek op kapitalistische cultuur in het algemeen, hoewel ze zich geen antikapitalist noemt: een te groot geloof in doelmatigheid. Ze verlangt ernaar dat steden meer een speelplaats voor volwassenen zijn. Schmied zei de stedenbouwkunde vaarwel en werd kunstenaar, al bleef ze zich voor architectuur interesseren.

Uitzicht vanuit de Madison Square Park Tower in New York. Te zien is de top van een andere wolkenkrabber, de Met Life Tower (ca 210 meter hoog).
Uitzicht vanuit een badkamer van de Trump World Tower.
Foto Andi Schmied
De Empire State Building en de Chrysler Building gezien vanuit Trump World Tower.
Foto Andi Schmied
Uitzichten vanuit de Madison Square Park Tower en de Trump World Tower.
Foto’s Andi Schmied

Hoog wonen

Tijdens haar bezoek aan New York beklom ze zoals veel toeristen het Empire State Building en ze raakte geïntrigeerd door de andere wolkenkrabbers die niet toegankelijk waren voor toeristen. Hoe was het uitzicht daar? Ze stelde zich voor dat zij als toerist op het Empire State Building bekeken werd door een bewoner op een van de bovenste verdiepingen van die hoge, smalle flatgebouwen die steeds meer verrijzen op Manhattan. Smal en hoog, niet in de laatste plaats omdat grond duur is in New York en de superrijken kennelijk graag hoog wonen, al zijn daar nadelen aan verbonden.

Zo berichtte The New York Times in februari dat een van de duurste en meest prestigieuze onroerendgoedprojecten in New York, 432 Park Avenue, waar een wolkenkrabber van 425 meter is verrezen, geplaagd wordt door technische onvolkomenheden: liften die het niet doen, muren die kraken, overstromingen. Het penthouse van 432 Park Avenue werd in 2016 voor bijna 88 miljoen dollar door de Saoedische onroerendgoedmagnaat Fawaz Alhokair aangeschaft. Ook zangeres Jennifer Lopez en voormalig honkballer Alex Rodriguez hadden een appartement in 432 Park Avenue gekocht, maar dat hebben ze snel weer van de hand gedaan. Niemand zit op krakende muren te wachten, hoewel volgens een architect in waarlijk hoge gebouwen geluid vaker het probleem is.

Al snel ontdekte Andi Schmied dat ze ook in haar pyjama naar de afspraken kon

De enige manier die Schmied zag om de gebouwen te betreden die zij van binnen wilde zien, was door zich voor te doen als een Hongaarse miljardair met een assistente, Coco genaamd, een echtgenoot, Zoltán, zakenman en antiquair, en een kind.

Zij noemde zich Gabriella Földvári – Gabriella is de tweede naam van Schmied – en de eerste keer dat zij met een makelaar een appartement van miljoenen dollars bekeek, had ze nog enorm haar best gedaan zich als miljardair te verkleden. Ze had haar nagels laten doen, ze had een tas bij zich die eruitzag als een designertas, daaruit stak ostentatief het tijdschrift Luxury Listings.

Al snel ontdekte ze dat ze ook in haar pyjama naar de afspraken kon. De uitstraling van een miljardair zit niet in kleding, nagels of tas. Je moet zelf geloven dat je een miljardair bent, dan gaan anderen dat ook geloven. Een kwestie van beschaafde zelfhypnose. Het moet er natuurlijk niet te dik bovenop liggen. Ook de miljardair is vaak onzeker en kent ingebeelde armoede omdat er altijd nóg rijkere mensen bestaan.

Meest gewilde wolkenkrabbers

Het resultaat van dit avontuur in onroerend goed is nu klaar, een prachtige catalogus, uitgegeven door een galerie in Praag, waarin Schmied 25 van de meest gewilde wolkenkrabbers in New York ‘behandelt’.

Schmied en haar project zouden mij vermoedelijk zijn ontgaan – ware het niet dat Nick Paumgarten in The New Yorker er een enthousiasmerend artikel over schreef. Daaruit bleek overigens dat de superrijken hun onroerend goed niet zozeer zien als een plek om te wonen – net als de allerarmsten wonen ze eigenlijk nergens – hooguit als een plek om tijdelijk te verblijven, vooral echter als een object om door te verkopen, een investering. Natuurlijk, er zijn hedgefondsen, cryptomunten, desnoods doodgewone aandelen maar ‘steen’ blijft een veilige belegging, juist ook in New York, klimaatcrisis of niet.

Zoals het voorbeeld van de Saoedische onroerendgoedmagnaat al aangaf, zijn het veelal buitenlanders (niet-Amerikanen) die deze peperdure appartementen aanschaffen. Ook dat hebben de superrijken gemeen met de allerarmsten, ze migreren noodgedwongen voortdurend, kapitaal moet zich net als de eigenaar van het kapitaal verplaatsen. Voor de allerarmsten heet dat in het Engels chasing the buck, je jaagt op die ene dollar en je gaat naar die plek waar de jacht hopelijk succesvol zal zijn.

Uitzicht op het Empire State Building vanuit het One Madison, een woontoren in New York.Foto Andi Schmied

Wat me intrigeerde aan het project van Schmied was de combinatie van performance en onroerend goed, het spel en het huis, gelukkig is er in de catalogus ruimschoots aandacht voor het performatieve karakter van het project. Bij elk gebouw staan in de catalogus stukjes van de dialoog die de fictieve miljardair er met de reële makelaar voerde. Schmied, of moet ik zeggen Földvári, filmde met toestemming van de makelaar elke ontmoeting. Die dialogen zijn hilarisch, niet eens werkelijk ontluisterend, opgedroogde restanten van de mechanische verleiding waaraan wij allen dagelijks zijn blootgesteld en waaraan wij allen meedoen, alleen gaat het hier om miljoenen. Het spel is hetzelfde, de inzet is verduizendvoudigd.

Hier een stukje dialoog dat hoort bij de Trump World Tower, 845 United Nations Plaza:

Makelaar: „Dit is porselein. Oui.”
Földvári: „Heel mooi.”
Makelaar: „Spreek je een beetje Frans?”
Földvári: „Nee, geen Frans.”
Makelaar: „En Duits?”
Földvári: „Ik heb het gestudeerd, maar ik heb nooit echt goed Duits leren spreken. Ik spreek wel Spaans.”
Makelaar: „Ik sprak vroeger Duits, want ik ben een Italiaan van vlakbij de Zwitserse grens.”

Prachtige smalltalk, een tikkeltje Pinter, hoewel onpersoonlijke maar keurige smalltalk al snel Pinter lijkt.

De makelaars krijgen overigens een percentage van de verkoopsom, armlastig zijn ze zelden. Een van de makelaars vloog naar Boedapest – toegegeven, hij was op vakantie in de buurt – om met Földvári en haar man te lunchen in de hoop het stel alsnog over te halen een appartementje op Manhattan aan te schaffen.

Toneelstukken

Deze kleine toneelstukken hadden geen publiek, de makelaar was deelnemer én ongeïnformeerd publiek, het ware publiek bleef op afstand, via omwegen is de lezer van de catalogus dat publiek. Dan rest nog de vraag of de klein afgedrukte tekst de concurrentie aankan met de indrukwekkende foto’s van diverse uitzichten en appartementen.

Wanneer wordt de speler een bedrieger?

Na het artikel van Paumgarten kreeg Schmied tientallen reacties van makelaars, zonder uitzondering positief, maar niet van de makelaars die zij had ontmoet.

De teksten van de fictieve Földvári klinken niet onechter dan die van de makelaars, zoals ook de appartementen de indruk wekken slechts decor te zijn. De appartementen zijn meestal al gemeubileerd en volledig ingericht. Het idee is dat de koper alleen zijn koffers hoeft mee te nemen.

Selfie tijdens een bezichtiging in het Time Warner Center. Foto Andi Schmied

Gezien vanuit de appartementen die Schmied bekeek en fotografeerde is de stad zelf slechts decor. Dergelijke gebouwen adverteren er vaak mee dat de bewoners nooit meer de deur uit hoeven. Een restaurant met Michelinsterren, een zwembad, bioscoop, een fitnessruimte: het is allemaal in de wolkenkrabber aanwezig. De bewoner kijkt letterlijk neer op Central Park, voor iedereen toegankelijk, en de mensen (figuranten) die daar rondlopen. Wat in pandemische tijden voor de een nadeel is (Hausarrest) is voor de ander symptoom van waarlijke luxe. De metropool is om naar te kijken, maar te smerig en te gevaarlijk om werkelijk aan te raken c.q. te betreden.

Tijdens een Zoom-interview vertelde Schmied me dat in een appartement een telescoop stond, de makelaar liet haar zien hoe goed je met de telescoop andere mensen op straat of in andere flatgebouwen kon bestuderen. In Europa houdt men dergelijke hobby’s vermoedelijk geheim (het cliché over Nederland is niet voor niets dat daar de gordijnen altijd open zijn om te tonen dat men niets te verbergen heeft) maar in de betere New Yorkse appartementen heb ik vaker een telescoop voor het raam zien staan.

Men tuurt niet naar boven maar naar beneden of opzij, naar de ander, al zijn er natuurlijk amateurornithologen die beweren de telescoop te gebruiken om de vogels in Central Park beter te bestuderen. Voor de persoon achter de telescoop is het verschil tussen mens en vogel minimaal.

Lees ook De Piketty-torens van Manhattan

De hoge, dunne gebouwen hebben een reële invloed op de stad, zij werpen met name in winter, herfst en lente enorme schaduwen.

In een essay in de catalogus schrijft de socioloog Sara Emilia Bernat dat luxe onvermijdelijk bij distinctiedrift hoort, je moet je nu eenmaal onderscheiden. Het appartement van tientallen miljoenen dollars is ook sociaal kapitaal. De plek waar informatie, ideeën, zakelijke voorstellen en emotionele hulp worden uitgewisseld.

Bubbelbad in een penthouse van 277 Fifth Avenue, een woontoren van 55 verdiepingen. Foto Andi Schmied

Bedrieger of niet?

Maar was Schmied nu een impostor (bedrieger) toen ze veinsde miljardair te zijn? Ik denk het niet. Opwaartse sociale mobiliteit begint met veinzen dat je tot een klasse behoort waar je eigenlijk niet bij hoort.

Deze obsessie, deze eigenaardigheid is een specifiek romaneske. Van Het rood en het zwart van Stendhal via Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull van Thomas Mann en Bel Ami van Guy de Maupassant tot de Ripley-romans van Patricia Highsmith, soms gaat opwaartse sociale mobiliteit met moord gepaard, maar vrijwel altijd gaat het verlangen de maatschappelijke ladder te bestijgen samen met kleinere en grotere vormen van bedrog. Proust schreef weliswaar dat de ware paradijzen de verloren paradijzen zijn, maar voor de personages, de stervelingen, zijn de paradijzen dikwijls de hoogste paradijzen.

Opwaartse sociale mobiliteit is een strijd die niet zonder vakkundig toneelspel kan. Men hoopt te eindigen op die plek waar men niet meer gezien hoeft te worden, waar men alleen nog de ander hoeft te bestuderen met behulp van een telescoop.

Andi Schmied – zij schrijft nu een proefschrift over architectuur voor welgestelden – wijst ons de weg.

Andi Schmied: Private Views: A High-Rise Panorama of Manhattan.
Info: www.andischmied.com