Opinie

Toch achter het aanrecht!

In het Midden-Oosten blijven vrouwenrechten wankel, ziet .

Dwars

Vrouwen. Nee, niet omdat het net Vrouwendag is geweest, ik hou niet van verjaarsjournalistiek, tien jaar dit, twintig dat. Maar ik hou wel van rijtjes zoals Women in Politics 2021, van VN en Inter-Parlementaire Unie, met het totale aantal vrouwelijke ministers en parlementsleden in de wereld en waar die zich bevinden. Het is een kleurrijke infographic die een vrij zwarte situatie weergeeft. Nog maar 25,5 procent van de parlementsleden is vrouw en niet meer dan 22 landen hadden per afgelopen 1 januari een vrouwelijke leider (gekroonde dameshoofden zijn niet meegeteld). Inmiddels zijn dat er 23, met Samia Suluhu in Tanzania die de zojuist overleden president opvolgt. Maar de organisatie UN Women heeft uitgerekend dat het in het huidige tempo nog 130 jaar duurt voor de macht gelijkelijk over mannen en vrouwen is verdeeld. Als ooit.

Maar nota bene een Midden-Oosters land in de topdrie van 50 of meer procent vrouwen in het parlement! Op drie van de 193, na Rwanda en Cuba, de Verenigde Arabische Emiraten, die op divers terrein nogal aan de weg timmeren. Maar dit is nepnieuws; het parlement is een soort adviesraad en de Emiraatse president heeft in 2018 bepaald dat de helft van de leden vrouw moet zijn. Dan gebeurt dat. Vrouwen zijn goed voor het imago in het Westen, reden waarom bijvoorbeeld de Saoedische kroonprins die zoveel vrouwen heeft opgesloten (wat wél iets zegt over vrouwenemancipatie daar), een vrouw als ambassadeur in Washington heeft benoemd.

Het Midden-Oosten ligt er helemaal niet zo best bij met 17 procent vrouwen in al-dan-niet nepparlementen. Hoewel vrouwen qua opleiding mannen in de schaduw beginnen te stellen, weten traditionele opvattingen niet van wijken of worden zelfs sterker. Juist sterker misschien met al die geleerde vrouwen. Egypte heeft dan wel 27,7 procent vrouwen in het Lagerhuis, wat een stuk meer is dan bijvoorbeeld Ierland of Griekenland. Maar er is een nieuwe familiewet aan het Egyptische parlement voorgelegd die vrouwen onder andere het recht ontneemt zelf haar huwelijkscontract te ondertekenen – dat is aan haar mannelijke voogd, die ook toestemming moet geven om te reizen. Negen vrouwelijke ministers telt Egypte, en die zouden volgens woedende vrouwenorganisaties dan door hun voogd kunnen worden verhinderd op dienstreis te gaan. Of deze soep zo heet wordt gegeten is de vraag. Maar het komt niet uit de lucht vallen: volgens een peiling in 2017 vindt bijna 90 procent van de mannen dat de belangrijkste taak van de vrouw achter het aanrecht ligt en twee derde dat vrouwen te emotioneel zijn om leidende posities te bekleden.

Turkije is een ander treurig voorbeeld. Zaterdag trok president Erdogan het land terug uit de Conventie van Istanbul, die beoogt vrouwen tegen geweld te beschermen. Dat is in Turkije wel nodig ook, met al zeker 70 vermoorde vrouwen sinds begin dit jaar. Turkije was in 2011 nota bene de eerste ondertekenaar van dit verdrag van de Raad van Europa, en toen was Erdogan ook de baas. Maar nu volgt hij de tegenstanders volgens wie gelijke rechten voor man en vrouw het traditionele gezin ondermijnen. De conventie zou ook homoseksualiteit bevorderen. Vrouwenorganisaties zijn in alle staten. Zelfs een dochter van Erdogan verzette zich – maar ja, een vrouw. Dit is geen sfeer waarin vrouwen het parlement gaan bestormen.

O die mannen!

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.