Necrologie

Onvermoeibaar strijdster tegen patriarchaat, religie en staat

Nawal el-Sadaawi (1931-2021) De Egyptische arts, feministe en schrijfster had een niet te stuiten drang maatschappelijke taboes te doorbreken, in woord én daad.

Foto Tom Pilston

Ze had een niet te stuiten drang om politieke, religieuze en seksuele taboes te doorbreken. Dat bracht de Egyptische arts, feministe en zeer productieve schrijfster Nawal el-Saadawi in haar lange leven vele malen in conflict met autoriteiten van diverse pluimage. Ze werd een keer gevangen gezet, in 1981 in Egypte onder president Sadat, ze werd met de dood bedreigd door moslimextremisten, en de hoogste sunnitische instantie in Egypte, de Al-Azhar, berechtte haar op beschuldiging van afvalligheid. Het dwong haar van tijd tot tijd om uit te wijken naar het buitenland; onder andere doceerde ze enkele jaren in de Verenigde Staten. Maar ze bond nooit in en ze keerde steeds weer naar Egypte terug als de acute dreiging weer was afgenomen.

„Omdat mijn hele leven moeilijk was, ben ik immuun geworden voor gevaar”, zei ze in 2015 in een telefonisch vraaggesprek. „Ik heb het heel goed doorstaan.”

Nijldelta

Saadawi stierf 21 maart op 89-jarige leeftijd in Caïro. Ze werd geboren in een dorp in de Nijldelta en werd, zoals alle Egyptische meisjes, op zesjarige leeftijd besneden. Het maakte haar een compromisloze strijder tegen genitale verminking (FGM). Ze beschreef haar eigen besnijdenis, op de badkamervloer, in haar geruchtmakende boek De gesluierde Eva, dat ze in 1977 schreef als aanklacht tegen het geweld tegen vrouwen waarvan de maatschappij was doordrenkt. Ze werd voortdurend gecensureerd en tegengewerkt, maar haar strijd droeg zonder meer bij aan het totstandkomen van een wettelijk verbod op vrouwenbesnijdenis in Egypte in 2008. Dat verbod wordt nog steeds wijd en zijd genegeerd, erkende ze zelf ook, maar de Egyptische regering kijkt op dit moment naar aanscherping ervan.

Haar strijd kende geen grenzen. In 2005 ging ik bij haar op bezoek in Caïro nadat ze zich in de presidentsverkiezingen had kandidaat gesteld tegen Hosni Mubarak. „Om de taboes te doorbreken”, zei ze. „Dat er een Egyptische vrouw is die Mubarak uitdaagt”. Maar niet alleen Mubarak daagde ze uit. „Ik ben erg tegen kapitalisme, tegen klassenonderdrukking, mannelijke overheersing, patriarchale onderdrukking, tegen Amerikaans en Israëlisch kolonialisme. Ik ben erg radicaal [..] Je kunt geen vrouwenbevrijding of werkelijke democratie hebben of armoede uitroeien onder het kapitalisme.”

Presidentskandidaat

De volgende keer dat ik haar sprak was in 2007, in Brussel, waar ze was op doorreis naar Amerika; van haar presidentskandidatuur was vanzelfsprekend niets gekomen. Nu was ze op de vlucht, voor de religieuze autoriteiten die haar vervolgden (en ook veroordeelden) wegens belediging van God in haar toneelstuk ‘God neemt zijn ontslag op de topconferentie’. Haar God, zei ze, was het symbool van gerechtigheid, maar de religieuze autoriteiten kwamen op voor de God van de heersers. Met heersers had ze niet veel op, de Egyptische noch de westerse. „Allemaal gebruiken ze God om oorlog te rechtvaardigen, onrecht. En dat stel ik aan de kaak in het stuk.”

De laatste jaren signaleerde ze groeiend gevaar „van de zijde van het kapitalistische patriarchale systeem dat godsdienst terugbrengt. En religie is wat mij betreft een ramp voor vrouwen omdat vrouwen in alle godsdiensten ondergeschikt zijn aan mannen.”

Het is de reden waarom de linkse, vrijgevochten Saadawi toch niet erg negatief stond ten opzichte van het toch zeer autoritaire bewind van generaal Sisi. Sisi verwijderde immers in 2013 de fundamentalistische Moslimbroederschap uit de macht, en vervolgt de aanhang daarvan tot en met de dag van vandaag. Dat Moslimbroeder Morsi door de Egyptische burgers als president was gekozen, wuifde ze weg – de kiezers waren met geld en door de media gemanipuleerd.

Maar Saadawi kreeg geen toestemming om een nieuwe vrouwenorganisatie op te zetten. Na haar overlijden liet de Egyptische minister van Cultuur, Inas Abdel-Dayem, wel lovend weten dat haar geschriften een brede intellectuele beweging hebben voortgebracht. Saadawi’s vijftig boeken, zowel fictie als nonfictie, en haar toneelstukken zijn in meer dan veertig talen vertaald. Ze was drie keer getrouwd en laat een zoon en een dochter achter.

Lees ook deze column van Carolien Roelants over vrouwenrechten in het Midden-Oosten