Oud-topturnster Joy Goedkoop.

Foto Sake Elzinga

Interview

Het verdriet van ex-turnster Joy Goedkoop en vader Jaap: ‘Waar blijft de nazorg voor ons?’

Turnen Oud-turnster Joy Goedkoop wil graag weer functioneren in de maatschappij, maar kan dat niet. Vader Jaap Goedkoop vraagt zich af wanneer slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag hulp krijgen. „Een trainer schorsen of ontslaan, lost hún probleem niet op.”

Zij zit in kleermakerszit op het aanrecht. Bleek gezicht. Natte ogen. Hij zit aan de eettafel, de handen om een stapel onderzetters gevouwen, steeds steviger naarmate hij naar woorden zoekt om zijn gevoelens te beschrijven.

„Ik moet soms denken aan van die gevaarlijke kruispunten”, zal hij later zeggen. „Daar moet dan eerst een dode vallen voordat er iets verandert. Als je ziet hoe meiden als mijn dochter eraan toe zijn, dan kan ik niet begrijpen waarom nazorg zo lang op zich laat wachten. Moet er eerst iemand zelfmoord plegen?’’

Jaap Goedkoop is de vader van de 27-jarige Joy Goedkoop, de voormalige topturnster die juli vorig jaar een geruchtmakend interview bij Studio Sport gaf. In navolging van anderen vertelde zij op televisie hoe ze als jong meisje geestelijk én fysiek was mishandeld door haar toenmalige turntrainer Vincent Wevers, Coach van het Jaar in 2016 en vader van regerend olympisch kampioen Sanne Wevers en haar tweelingzus Lieke.

Forse beschuldigingen waren het. Toch had ze, nadat ze na een korte nazit in de studio naar huis was gereden, het gevoel dat ze er goed aan had gedaan. Ze dacht haar steentje aan het ‘dossier turnmisbruik’ te hebben bijgedragen, in de verwachting dat de verantwoordelijke coaches nu eens rekenschap zouden gaan afleggen en de turnwereld zou veranderen. „Ik hoopte dat de waarheid boven tafel zou komen.”

Ze ontving veel positieve reacties op het interview. Dat vertelde ze toen de NOS haar in oktober nog eens opzocht. Ze was er een stuk beter aan toe dan in juli, zei ze, ondanks haar posttraumatische stressstoornis en jarenlange burn-out. „Eerst zat ik in een slachtofferrol. (…) Nu snap ik wat er is gebeurd en ben ik ze dankbaar voor wat voor een sterke vrouw ze van mij hebben gemaakt.”

Achteraf blijkt dat een te optimistische schets. In werkelijkheid ging het al langer bergafwaarts. „Kijk hoe ik er nu bij zit”, zegt ze. Ze ziet pips, is gesloopt, en niet alleen vanwege de vele doorwaakte nachten. Het ergste? Dat haar voormalig trainer ontkent dat hij turnsters fysiek en geestelijk heeft mishandeld. „Hij heeft staan liegen, glashard. Met als gevolg dat mensen roepen dat ik hem beschuldigde omdat ik de Olympische Spelen nooit heb gehaald of uit ben op aandacht. Alsof ik op tv iets ga zeggen wat niet waar is.”

Lees ook: Hoe de turntrainer na jaren van wangedrag werd beloond

In haar ogen ging het in de media erg veel over het slaan en schoppen waar ze Wevers van beschuldigde. „Want hoe ik er uiteindelijk mentaal aan toe ben, wordt enorm onderschat. Sla of schop me maar. De pijn zit hier”, zegt ze, wijzend naar boven, „in mijn hoofd. De gevolgen van de psychische mishandeling zijn vele malen erger, complex en blijven me achtervolgen.”

Professionele hulp

Bijna vijf jaar geleden stopte Joy Goedkoop met turnen. Sindsdien woont ze weer in Raalte, het dorp waar ze opgroeide. Werken zit er niet in, daartoe is ze niet toe in staat. En zij niet alleen. Ook andere turnsters zitten noodgedwongen thuis. Sommigen van hen hebben wel een baan, maar zitten nu in de ziektewet. Zij herbeleven hun jeugdtrauma’s als gevolg van de reeks onthullingen en getuigenissen over misstanden in het turnen.

Familieleden worden er eveneens door geraakt. „Ik voel intens verdriet”, zegt Jaap Goedkoop, die nog twee zoons heeft. „Dagelijks zie ik Joy worstelen. Wat wordt er voor haar en de andere turnsters gedaan? Niets wezenlijks. Zoek het zelf maar uit, is de boodschap. Terwijl deze meiden zwaar beschadigd zijn en adequate, professionele hulp nodig hebben – niet in een later stadium, maar nú.”

Vanaf haar zevende tot en met haar twaalfde trainde zijn dochter onder Vincent Wevers in Oldenzaal. Daarna verhuisde zij naar Heerenveen en ontfermde toenmalig bondscoach Gerben Wiersma zich over haar. Tot haar achttiende, toen stopte ze. Drie jaar later pakte ze het weer op, om nog twee jaar op topniveau te turnen.

Ze turnde 93 nationale en internationale medailles bij elkaar, deed mee aan drie WK’s en een Europese titelstrijd. De medailles liggen in een doos op zolder, waar ze nooit meer in heeft gekeken. Want haar prestaties, die deden er niet toe. Zij moest altijd dóórgaan, hoe moe ze ook was. „Het was: méér, méér, méér. En als je dan geblesseerd raakte, kon je in een hoekje gaan zitten. Dan werd er niet naar je omgekeken. Je moest zelf maar zien hoe je terugkwam.”

Een gebruiksvoorwerp was ze, beseft ze achteraf. Haar grenzen werden overschreden, áls er al grenzen waren. „De schema’s móesten afgewerkt worden. Soms zei ik dat het te veel werd. Maar dan zitten er volwassen trainers tegenover je en weten ze het zo te verdraaien dat het jouw eigen schuld is.”

Nog ziet zij zichzelf ‘shaken’ toen Wevers op een dag weer voor haar had gestaan, in het nationale turncentrum in Heerenveen. Zij werkte er aan haar rentree. Hij was er werkzaam als bondstrainer nadat hij – als gevolg van wangedrag – was ontslagen bij Topturnen Oost-Nederland, de Twentse club waar zij vanaf haar negende al onder hem had getraind. Ze hoefde zijn fluitje maar te horen en alle herinneringen kwamen weer naar boven.

Toch werd er in Heerenveen geen woord aan die tijd gewijd. Niet aan die keren dat hij in haar vel kneep en zei dat ze te dik was. Noch aan de trainingen dat hij haar straal negeerde. Toen Joy Goedkoop er iets over zei tegen Wiersma, de toenmalige bondscoach, antwoordde die dat zij zelf ook niet de makkelijkste zal zijn geweest. Einde gesprek.

Het niet geloofd worden, dat raakt haar het meest. Daarom was het zo’n klap in haar gezicht toen Wevers in een reactie op tv zei dat hij nooit een turnster had geschopt of geslagen. Net als dat een van zijn dochters, Sanne, haar ontboezemingen daags ervoor publiekelijk in twijfel trok. Hij had haar wel degelijk geslagen, de moeder van Joy was er zelfs getuige van. Jaap Goedkoop: „Wij eisten dat hij nog diezelfde avond langskwam om zijn excuses te maken. Dat heeft hij gedaan. Vlak voor middernacht stapte hij binnen.”

Zij: „En wat dacht je van iemand met blaren tot bloedens toe aan een brug laten hangen? Iemand van de grond trekken die is gevallen en salto’s laten maken met een kapotte voet? Is dat dan geen fysiek geweld?”

Had Jaap Goedkoop toen maar geweten wat hij nu weet: dat die ene keer geen uitzondering was. Waarom had hij het niet door? Die vraag kwelt hem. „Ik heb zoveel kilometers met haar in de auto gezeten en niets opgemerkt. Bij de trainingen was ik niet aanwezig. Ik zag slechts de buitenkant.”

Zij: „Als kind leer je je mond te houden. Het maakt dat het moeilijk is aan te geven hoe je je voelt. Als ik op een schaal van tien mijn pijn moest aangeven, en op een acht of negen zat, zeiden ze dat ik me aanstelde en gewoon door moest gaan. Achteraf vraag ik me af hoe ik het zo lang heb kunnen volhouden.”

Jaap Goedkoop, vader van oud-topturnster Joy Goedkoop. Foto Sake Elzinga

Dat er zo weinig oog is voor de ontwrichtende gevolgen voor haar carrière, verwijt Jaap Goedkoop de bond het meest. Ja, zijn dochter heeft haar verhaal kunnen doen. En ja, wie weet leiden die getuigenissen tot tuchtstraffen voor enkele trainers. Maar dát is de zakelijke afhandeling van het dossier. „Hoe zit het met de mentale kant? Met de nazorg voor al die meiden? Ik heb er met mensen van de bond over gesproken, ze vragen dan of ze iets kunnen betekenen. Maar daar blijft het bij. Het is niet proactief, er wordt geen verantwoordelijkheid genomen, niet doorgepakt. Dat terwijl die meiden hun halve leven voor de sport hebben geleefd en velen nota bene voor Nederland in internationaal verband hebben geturnd.”

Van het kastje naar de muur

In november nam de Tweede Kamer een motie aan waarin acute en passende hulp voor beschadigde turnsters werd toegezegd. De praktijk is weerbarstiger. Turnsters ervaren dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd, de urgentie ontbreekt. Ze voelen zich in de steek gelaten.

Wel vernam Jaap Goedkoop dat Wiersma met zijn dochter in gesprek wilde, naar aanleiding van haar tweede tv-interview. Dit verzoek kwam tot hem via de vertrouwenscontactpersoon van de turnbond. Goedkoop zei dat Joy niet goed in haar vel zat en dat ieder gesprek met een van haar oud-trainers momenteel te confronterend zou zijn, ondanks dat ze had gezegd ervoor open te staan. Bovendien zijn Wiersma en Wevers dan al verwikkeld in een tuchtprocedure bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR): contact zoeken met slachtoffers is daarom ongewenst. „De vertrouwenscontactpersoon zei het te begrijpen.”

Des te groter was de schok toen Joy uit het niets een appje van haar andere ex-trainer kreeg, Vincent Wevers. „Hij schreef dat hij had gehoord dat het niet goed met me ging. Of hij iets voor me kon doen? Dat terwijl hij daarvoor geen enkele zelfreflectie heeft getoond.”

Ze was uit het lood geslagen. En is dat nog steeds. Herkent zichzelf niet meer, weet nauwelijks wat ze moet denken of vinden, worstelt met een loyaliteitsconflict. „Ik zit gevangen in mijn gevoelens, word heen en weer geslingerd tussen emoties. Ik weet het niet meer. Ben op, écht op.”

Jaap Goedkoop: „Als hij lef had gehad, en zich zo bewust is van zijn foute handelen, wat is er dan mis om dat in het openbaar toe te geven? Zonder afzwakkingen.”

In een boze brief vroeg Jaap Goedkoop om opheldering bij de betreffende vertrouwenscontactpersoon. Er kwam een reactie, maar daar was hij ontstemd over. „Er is tegen Wevers gezegd: foei, niet meer doen. Aan de impact die het op Joy heeft, werd volledig voorbijgegaan.”

Intussen heeft hij zijn dochter verder achteruit zien gaan. Zij zit hele dagen thuis. Soms begint hij extra vroeg met werken om de middag met haar door te brengen, maar meer dan dat kan hij ook niet. „Ik snap dat iedereen weer verder wil met z’n leven, maar die meiden dan? Je kunt wel een trainer schorsen of ontslaan, maar dat lost hún probleem niet op.”

Al twee uur lang zit zij op het aanrecht. „Ik dacht een hoop verwerkt te hebben, maar kijk me hier nu zitten. Ik kan niet langer knokken. Heb al gepraat met psychologen, voel me niet begrepen. Wat is goede hulp, wie kan mij en anderen écht helpen, waarom moeten we er zelf achteraan en wordt het niet voor ons geregeld, waarom moeten we zelf opdraaien voor de kosten als het niet onder de zorgverzekering valt?”

Hij: „We zijn meer dan een half jaar na de eerste getuigenissen. Er wordt veel gezegd en beloofd, maar in concrete zin zie ik er niets van terug.”

Zij: „Ik had de intentie het bespreekbaar te maken, rekende dan wel op de eerlijkheid van anderen. Die oprechtheid ontbreekt. Was ik soms naïef?”

Dit artikel is een co-productie met Noordhollands Dagblad.
Op 23 maart 2021 is aan dit artikel een reactie van Vincent Wevers toegevoegd (zie inzet).