Het gepest door collega’s gaat gewoon door vanuit huis

Pestgedrag Voor menig slachtoffer van pesten op het werk was het advies vanuit huis te werken een opluchting. Maar pesten kan ook op de ‘digitale werkvloer’. „Genegeerd worden in Teams voelt precies hetzelfde als in een fysieke vergaderruimte.”

Illustratie Stella Smienk

Vanessa Ntinu is dolblij als ze na een jaar solliciteren eindelijk werk heeft gevonden. Vol goede moed begint ze vanuit haar woonkamer in Rotterdam aan haar baan als fondsenwerver voor een onderzoekscentrum.

Van het aanvankelijke enthousiasme is snel weinig over. De 25-jarige Keniaanse krijgt die eerste week meteen te maken met pesten: nare opmerkingen van haar chef tijdens Zoom-sessies, openlijke twijfels over haar kwalificaties en het negeren van prestaties en het werk dat ze verzet.

Ntinu voelt zich nauwelijks een echt mens. „Ik kwam de organisatie binnen als een virtueel persoon. Die mensen hadden mij nooit in het echt gezien. Ik twijfelde aan mezelf. Is dit pesten of haal ik me iets in mijn hoofd? Ik kende de pester – een leidinggevende – nauwelijks, had geen context bij haar persoon.”

Het pestgedrag zorgt ervoor dat ze slecht slaapt en last krijgt van paniekaanvallen. „Op zondagavond voelde ik me al beroerd en ik lag de halve nacht wakker. En als er een meeting stond ingepland met mijn pester, kreeg ik die ochtend geen hap door mijn keel.”

Moeilijk bespreekbaar

Naar schatting worden tachtigduizend mensen geregeld gepest op de werkvloer. Thuiswerken heeft dat bepaald niet minder gemaakt: het probleem heeft zich verplaatst naar de digitale werkvloer.

Vakbond CNV deed afgelopen jaar onderzoek naar pesten onder een groep van 2.500 werkenden. Naar voren kwam dat 26 procent van de ondervraagden wel eens last heeft van pestgedrag op de werkvloer, op landelijke schaal zou dat om zo’n 2,3 miljoen werkenden gaan. Daarnaast gaf een op de vijf ondervraagden aan dat de sfeer op de werkvloer slechter is geworden sinds het uitbreken van de coronacrisis.

Mensen praten liever niet over pesten op de werkvloer. „Het wordt gezien als iets dat alleen kinderen overkomt”, zegt Laura Willemse, voorzitter van de stichting Pesten op de Werkvloer, die voorlichting geeft over het tegengaan van pesten. Volgens haar herkennen mensen die het overkomt pesten niet altijd, ze denken dan dat ze zelf iets verkeerd doen. Organisaties vinden het ook ingewikkeld. „Ik merk dat bedrijven bang zijn voor hun imago en liever doen alsof het bij hen niet voorkomt.”

Tijdens de coronacrisis is het aantal meldingen van cyberpesten verdubbeld bij de Kindertelefoon, blijkt uit navraag van journalistiek onderzoeksplatform Pointer. Ook Pesten op de Werkvloer ziet het aantal meldingen van digitaal pesten toenemen. Willemse: „Het probleem heeft zich niet alleen verplaatst, er wordt ook meer gepest.”

Ze vermoedt dat de voedingsbodem voor ongewenst gedrag is toegenomen door afgenomen contact tussen collega’s. Even bijpraten met een kop koffie is er niet meer bij. Ook mis je bij digitaal communiceren non-verbale interactie, aldus Willemse. „Je krijgt sneller miscommunicatie.”

De stress die mensen ervaren door de onzekerheid van een pandemie werkt ook niet mee. Universitair docent Ivana Vranjes van Tilburg University doet veel onderzoek naar cyberpesten en weet dat pesten met name voorkomt in situaties waarbij mensen gestresst zijn. „Dat is heel sterk gerelateerd. Ik zie een directe link tussen digitaal pestgedrag en de onzekerheid die mensen voelen op hun werk. Dit laatste is sterk toegenomen door het uitbreken van de crisis.”

Willemse ziet dit verband ook: „Iedereen zit op elkaar, kinderen zijn veel thuis. Plots heeft iedereen gevoelens van frustratie en een kort lontje. Door de anonimiteit online durven mensen ook sneller een grens over te gaan.”

Informatie achterhouden

Bij Wendy (34) – die niet met haar achternaam in de krant wil omdat ze huiverig is voor juridische consequenties – begint het pesten met roddel en achterklap. Later kan ze haar werk op de administratie van een groothandel niet meer normaal uitvoeren omdat verschillende collega’s steeds weer informatie voor haar achterhouden.

In eerste instantie is ze opgelucht dat ze door corona thuis mag werken. In haar eentje achter haar computer raakt ze nog verder geïsoleerd, omdat sommige collega’s wel naar kantoor blijven gaan. „Zij bespraken dingen met elkaar en deelden die dan niet met mij in online vergaderingen.”

Ook ‘vergeten’ ze haar regelmatig in de cc van e-mails te zetten. Wendy: „Daar moest ik dan achterkomen tijdens vergaderingen waar mijn baas ook bij was. Dan was het: oh, heb jij die mail weer niet gehad?”

Dit soort voorbeelden komt Lianne Laumen bekend voor: „Pestgedrag zit vaak in dingen die lastig zijn aan te wijzen, zoals roddelen en uitsluiten.” Zelf werd ze als kind getreiterd. Laumen heeft tegenwoordig een coaching- en trainingsbureau, specifiek gericht op pesten. „Vergis je er niet in hoe naadloos fysiek pesten overgaat in cyberpesten. Iemand wil macht over de ander. Dat geldt online net zozeer.”

Ook Willemse van Pesten op de Werkvloer kent inmiddels zo’n beetje alle vormen van digitaal pesten. „Afspraken niet communiceren, e-mails niet doorsturen, iemand niet toelaten in een digitale vergaderruimte.” En, zegt ze: „Genegeerd worden in Teams voelt precies hetzelfde als in een fysieke vergaderruimte. Het is alleen nóg moeilijker om er iets van te zeggen.”

Volgens Laumen en Willemse is in alle gevallen sprake van een groepsprobleem of verziekte cultuur. Laumen: „We hebben het meestal alleen over een dader en een slachtoffer, maar de groep eromheen zorgt dat het pesten in stand wordt gehouden.” Willemse vult aan: „Vaak weet de hele afdeling wie het pispaaltje is, maar niemand die iets zegt.”

Lees ook dit stuk over pesten op het werk: Roddelen is óók pesten

Een baas die pest

Het duurt vijf maanden en vele slapeloze nachten voordat Vanessa Ntinu besluit een klacht in te dienen bij personeelszaken. „Ik twijfelde aan mezelf. Is dit pesten of haal ik me iets in mijn hoofd?”

Ze stuurt een uitgebreide e-mail met screenshots van conversaties die moeten dienen als bewijs. De klacht wordt ongegrond verklaard; het bewijs is niet ‘hard’ genoeg. „Er veranderde niks aan de situatie, ik heb veel gehuild. Normaal functioneren lukte niet meer.”

Dat niemand in de organisatie haar gelooft, kan ze niet los zien van haar huidskleur. „Iedereen kan slachtoffer worden van pesten, maar door stereotypering krijg je als zwarte vrouw sneller het stempel van ruziemaker op je geplakt.” Na zeven maanden gewerkt te hebben, dient ze haar ontslag in – ondanks de financiële onzekerheid.

Ook Wendy neemt de stap om personeelszaken in te lichten, en ze vertelt haar baas over het pesten. „Er zijn gesprekken gevoerd met de pesters, maar daar ik werd daar niet bij betrokken. Ze hebben ontkend en daar bleef het bij. Het kwam de sfeer niet ten goede en ik kreeg te horen dat ik het in het vervolg zelf maar moest zien op te lossen.”

Ze meldt zich ziek, omdat ze de situatie onhoudbaar vindt. „Alleen zei de arbo-arts dat pesten geen goede reden is om thuis te blijven.”

Het bedrijf vraagt Wendy op gesprek te komen. Ze hoopt vurig op een oplossing. „Maar ik kreeg te horen dat ik eruit lag vanwege een reorganisatie.”

Depressies en angsten

De gevolgen van pesten op de werkvloer kunnen enorm zijn – van slapeloosheid, depressies en angsten tot zelfdoding. Organisaties kost het verzuim ongeveer 900 miljoen euro per jaar aan loondoorbetaling, zo berekende TNO.

Bedrijven zijn wettelijk verplicht te zorgen voor een veilige werkomgeving. Maar zolang de dominante opvatting is dat pesten vooral aan het slachtoffer ligt en niet aan de bedrijfscultuur, blijft het veelal onder de radar, zegt Lianne Laumen. „In veel gevallen maakt een slachtoffer er niet eens melding van – dat is ook erg moeilijk als je geen steun voelt.”

Onderzoeker Ivana Vranjes vindt dat organisaties gedragsregels moeten opstellen voor online gedrag. „Spreek bijvoorbeeld af dat iedereen de camera aanzet tijdens meetings en schakel de functie uit waarmee mensen privé kunnen chatten in een overleg.” Die digitale etiquette moet wel actief worden uitgedragen. Vranjes: „Want je kunt wel gedragsregels opstellen, maar als niemand die leest of opvolgt, is het nietszeggend.”

Willemse en Laumen onderstrepen de sleutelrol die leidinggevenden hebben in het voorkomen van pesten. Met al dat thuiswerk nu is het moeilijker pestgedrag te herkennen, zeggen de vrouwen, dus wees een stuk bewuster. „Stimuleer dat mensen ook informeel in contact met elkaar blijven en houd je drempel laag voor mensen om bij je aan te kloppen”, zegt Willemse. „Durf in te grijpen als iemand aangeeft zich niet gezien te voelen, en neem het voor diegene op in vergaderingen.”

Met Vanesse Ntinu en Wendy gaat het veel beter. Ze hebben inmiddels allebei nieuw werk gevonden. Ntinu: „Het was geen makkelijke beslissing om mijn baan op te zeggen midden in een pandemie, maar ik ben heel blij dat ik die beslissing heb genomen. Mijn slapeloze nachten zijn verleden tijd.”