Opinie

Den Haag moet niet doen alsof er geen EU is

Europese Unie Voer het debat over de toekomst van de Europese samenwerking nu eindelijk ook in Nederland, schrijven de initiatiefnemers van de campagne ‘EU-olifant’. De verkiezingen waren een gemiste kans.

Premier Mark Rutte na een Europese top in Brussel afgelopen jaar.
Premier Mark Rutte na een Europese top in Brussel afgelopen jaar. Foto Jonas Roosens/ANP

Ruim vijftien jaar geleden voerde het kabinet in aanloop naar het roemloos verloren referendum over de Europese grondwet campagne met de slogan ‘Europa, best belangrijk’. Vandaag zou de slogan eerder moeten luiden: ‘Europa, allesbepalend’. Dit is namelijk niet langer je grootmoeders EU.

In de beginfase van Europese samenwerking hield de Europese Gemeenschap zich uitsluitend bezig met kolen en staal en het wegnemen van interne handelsbelemmeringen tussen lidstaten. De EU van vandaag is door dezelfde lidstaten uitgebouwd tot een unie die op de meest uiteenlopende beleidsterreinen de kaders stelt voor wat wij in ons land kunnen doen. Van begrotingscyclus tot asielbeleid, overal bepaalt Europese besluitvorming waar het Nederlands debat over gaat. Haagse politiek is feitelijk een Bob Ross-schilderij geworden: je mag elke kleur gebruiken, zolang je maar binnen de Europese lijntjes blijft.

Zelfs zaken die van oudsher door lidstaten zelf werden geregeld, gaan in toenemende mate via ‘Europa’. De pandemie maakte duidelijk dat gezondheidszorg niet langer uitsluitend vanuit de hoofdsteden kan worden aangestuurd – een virus houdt immers geen rekening met oude grenzen op een landkaart. Over buitenlandse zaken merkte de Nederlandse denker Hans Kribbe in een recent vraaggesprek met de Oostenrijkse krant Die Presse op dat die voor een land als Nederland tegenwoordig nog uitsluitend bestaan uit consulaire zaken en ontwikkelingshulp. Alle wezenlijke besluiten worden op EU-niveau genomen.

Verkiezingen moeten niet alleen gaan over de vraag wie namens ons in Brussel aanschuiven, maar ook met welke prioriteiten ze daar naartoe gaan

Het is dus niet voor niets dat in Europa al een tijd wordt gesproken over de vraag of het veto op buitenlands beleid inmiddels niet een obstakel is geworden voor efficiënte besluitvorming. Ook defensie, ooit een kerntaak van de lidstaten zelf, gaat de komende jaren mogelijk in versneld tempo Europees georganiseerd worden. Last but not least is er het debat over de toekomst van de euro. Het Stabiliteitspact, het heilige huisje van het Nederlandse EU-beleid in de afgelopen vijfentwintig jaar, is voor de duur van de pandemie en de onmiddellijke periode erna opgeschort. De kans is klein dat het in oude vorm terugkomt.

Corona-herstelfonds

Het debat over deze grote hervormingen wordt nu gevoerd. Althans: elders in de EU, niet bij ons. Want de achter ons liggende verkiezingscampagne bevestigde de indruk dat Haagse partijen de Europese olifant in de kamer stelselmatig negeren. Elk denkbaar onderwerp kwam uitgebreid aan bod, maar de EU bleef onderbelicht. Zelfs bij dossiers waar de belangrijkste besluiten allang op Europees niveau zijn voorgekookt – klimaatbeleid, energiepolitiek, herstelplan – deden de lijsttrekkers alsof Nederland het wiel helemaal zelfstandig ging uitvinden.

Lees ook dit interview met Roel Beetsma: ‘Denk nu na over ander Stabiliteitspact’

Dat aan dit negeren van de ‘EU-olifant’ een prijskaartje hangt, zagen we vorig jaar. Het duo premier Mark Rutte (VVD) en minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) had zijn Europees huiswerk niet gedaan en werd volledig verrast door de ontwikkelingen rond het Herstelfonds. De Haagse onoplettendheid leidde tot een nederlagenstrategie in een van de zwartste perioden voor de naoorlogse Nederlandse EU-diplomatie.

De door Rutte na de Brexit zorgvuldig opgebouwde ‘Hanzeliga’ van vrijhandelsgezinde lidstaten viel uiteen zodra de onderhandelingen over het fonds begonnen. Vervolgens schaadde Hoekstra zijn eigen reputatie en die van Nederland met nodeloos kwetsende uitspraken over de Zuid-Europese lidstaten. Op het eind lag er een besluit waarvan Rutte vooraf stellig had beweerd dat het ondenkbaar was. Ondenkbaar was het echter alleen in Den Haag zelf. Dat kwam mede doordat het ontbrak aan een Haags debat dat had kunnen dwingen tot dieper nadenken over de betekenis van de pandemie voor de euro en de interne markt.

Vaccinatiepaspoort

Debat helpt om de geesten te scherpen. Het heeft nog een andere, minstens zo belangrijke functie. Door dergelijke grote besluiten ruim van tevoren openlijk te bespreken, en de kiezer erbij te betrekken, schep je ook draagvlak voor de standpunten die je uiteindelijk inneemt.

Om een praktisch voorbeeld te geven: in Europees verband wordt al maanden gesproken over invoering van een vaccinatiepaspoort. D66-lijsttrekker Sigrid Kaag betrok enkele weken geleden de stelling dat ook in ons land zo’n paspoort er moest komen. Het debat had een kans kunnen zijn om kiezers te informeren over nut en noodzaak van invoering ervan. In plaats daarvan deden de andere lijsttrekkers alsof hun neus bloedde – ook VVD-lijsttrekker Mark Rutte, die wel degelijk beter wist.

Later deze week gaat dezelfde Mark Rutte als Nederlands vertegenwoordiger in de Europese Raad mogelijk mede besluiten om het in te voeren. Een besluit dat voor de kiezer dan als een verrassing komt, en door sommigen ook als „ondemocratisch” zal worden ervaren. Het werkelijke Europese democratische tekort zit hier echter niet in Brussel maar in Den Haag. Verkiezingen zouden daarom niet alleen moeten gaan over de vraag wie namens ons in Brussel aanschuiven, maar ook met welke prioriteiten ze daar naartoe gaan.

In campagnetijd debatteren over belangrijke Europese besluiten heeft dus meervoudig nut. Het kan politici scherp houden door hen te helpen oude opvattingen over Europese zaken te toetsen aan nieuwe ontwikkelingen. Tegelijkertijd kan het helpen de democratische legitimiteit van de Europese besluitvorming te vergroten. Deze verkiezingscampagne was bij uitstek een moment om de kiezer bij het gesprek te betrekken. Het feit dat men dat niet deed, is een gemiste kans. Dat moet voortaan echt anders. De EU is te belangrijk, en de Nederlandse belangen zijn te groot, om de olifant nog langer te negeren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.