Analyse

Als vierde partij dan maar de PvdA?

Verkenners Acht partijen mochten maandag op bezoek bij de twee verkenners. De PvdA lijkt voorzichtig voor te sorteren op regeringsdeelname.

Verkenners Annemarie Jorritsma (links) en Kajsa Ollongren ontvangen fractievoorzitter Lilianne Ploumen (rechts) van de PvdA.
Verkenners Annemarie Jorritsma (links) en Kajsa Ollongren ontvangen fractievoorzitter Lilianne Ploumen (rechts) van de PvdA. Foto David van Dam

De vorige kabinetsformatie, die van 2017, werd na afloop in een evaluatierapport betiteld als ‘Stratego, risk en scrabble’. Afgelopen maandag, tussen negen uur ’s ochtends en zes uur ’s avonds, werd achter de grote groene deur van Binnenhof 2 vooral verkennend stratego gespeeld.

Acht keer schoof een partijleider – van de acht grootste partijen – aan bij de twee verkenners, VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Annemarie Jorritsma en demissionair minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66), die advies moeten uitbrengen over welke partijen het meest kansrijk zijn samen een kabinet te vormen. De vragen die op tafel lagen in de Stadhouderskamer, in het gebouw van de Tweede Kamer, gingen over kabinetsdeelname, over wie met wie wilde – en met wie juist niet.

VVD wil D66 en CDA erbij

VVD-leider Mark Rutte deed als eerste een zet en was het meest uitgesproken. Hij wil verder met D66, een pragmatische keuze die hij „logisch vanwege de verkiezingsuitslag” noemde. Over het CDA, zijn „eerste voorkeur”, klonken warmere woorden: die partij wil Rutte er „heel graag” en „natuurlijk” weer bij hebben. Om tot een meerderheid te komen, ziet Rutte JA21 als een optie waar „serieus naar gekeken” moet worden, hoewel hij nog wel „moet onderzoeken waar die partij voor staat”. Ook behoud van de huidige demissionaire regeringscoalitie, van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie is volgens Rutte mogelijk.

Maar een coalitie met JA21 ziet D66 juist niet zitten, zei partijleider Sigrid Kaag na haar bezoek aan de verkenners. Zij concludeerde dat samenwerking „moeilijk voorstelbaar” is. Kaag herhaalde wat ze in de verkiezingscampagne vaak had gezegd, zij wil een „progressieve samenwerking”. Maar ze wilde geen partijen noemen.

En daarmee deed ze niet waar de VVD wel op gerekend had. Dat Rutte JA21 als eerste optie noemt, is een strategische zet. Als de liberalen over rechts gaan, en D66 over links, en beide varianten niet blijken te werken, beginnen de onderhandelingen opnieuw. Dan kan er gekeken worden naar opties die in eerste instantie onlogisch lijken, bijvoorbeeld een coalitie met de PvdA – niet een van de winnaars van de Tweede Kamerverkiezingen en dus niet een logische partij om meteen mee te formeren.

Maar dat scenario gaat uit van medewerking van het CDA, iets dat partijleider Wopke Hoekstra van tafel veegde. Hij noemde het „niet aantrekkelijk om bij een liberaal motorblok aan te schuiven”. Hoekstra benadrukte dat VVD en D66 „hele verschillende opties” op tafel hadden gelegd. Daarmee wilde hij aantonen dat de twee partijen het onderling oneens waren, nog voordat het tot formeren was gekomen. Toch sloot hij kabinetsdeelname niet volledig uit. Op de vraag of VVD en D66 hem deze formatie dan niet hoefden te bellen, antwoordde de CDA-leider: „Dat is aan deze twee partijen”.

Een op het eerste oog dubbele boodschap, maar wel een die vooral gericht is aan Rutte en Kaag. Als zij het CDA erbij willen hebben, wil die partij er vanaf het allereerste moment bij betrokken zijn en dus niet pas na gesprekken tussen alleen de twee liberale partijen. Bij het CDA weten ze dat de VVD niet zonder het CDA wil en dat een paars kabinet, zonder confessionele partijen, voor D66 niet aantrekkelijk is vanwege het groot aantal partijen dat daarvoor nodig is. CDA’ers zien daarom voor zichzelf, ondanks zetelverlies, een sterke onderhandelingspositie.

Om tot een meerderheid te komen, zal er hoe dan ook een partij bij moeten: VVD, D66 en CDA hebben samen 73 zetels. De PvdA, een ervaren bestuurderspartij, lijkt daarvoor de beste kaarten te hebben. En wie deze maandag goed luisterde naar Ploumen, hoorde de sociaaldemocraten langzaam afscheid nemen van de stelligheid waarmee in de campagne nog werd beweerd dat coalitiedeelname alléén zou kunnen met een andere linkse partij erbij. Ploumen zei bereid te zijn „verantwoordelijkheid te nemen” en noemde maar één „toetssteen”: hoeveel ze kon betekenen voor kiezers. En als ze uitgenodigd zou worden dan zou ze dat „natuurlijk bekijken”. Dezelfde terugtrekkende bewegingen waren te horen bij Klaver: hij noemde andere linkse partijen niet meer bij naam, maar had het over een „zo progressief mogelijk” kabinet.

Dinsdag voeren de verkenners gesprekken met de beoogde fractievoorzitters van de overige negen partijen.