Foto Frank Ruiter

Interview

Joep Bertrams: ‘Als ik dit niet meer doe, ben ik het plezier kwijt’

Wat maakt het leven de moeite waard? Cartoonist Joep Bertrams (75) tekent nog elke dag. Een onderwerp vinden is nooit een probleem, er een nieuw beeld van maken, zonder in clichés te vervallen, is moeilijker. „En je moet geen deelgenoot worden van het nieuws. Dat is alsof je op je eigen vingers slaat.”

Wie een blik werpt op de internetpagina van cartoonist Joep Bertrams treft daar een kleurrijk overzicht van spotprenten. Soms rauw en confronterend, zoals de Myanmarese generaal die het volk toespreekt. Uit zijn mond komt de loop van een pistool, op zijn jas een button met het aantal doden, een verwijzing naar de bloedbaden van de afgelopen weken. Soms ook cynisch, zoals over de trage vaccinatiecampagne van Hugo de Jonge, die een naald op de grond vraagt om haast te maken – alsof het een hondje is dat een stok moet halen. Maar tussen dat rauwe en cynische door probeert hij met zijn cartoons vooral ook voor een glimlach te zorgen.

Die glimlach toverde hij in ieder geval op mijn gezicht, toen ik als jonge tiener de actualiteit volgde en het nieuws hard bij mij binnenkwam. Het was de turbulente periode na de opkomst van Pim Fortuyn, 9/11, onrust in het Midden-Oosten, de Irakoorlog en de optredens van Rita Verdonk en Geert Wilders. Onderwerpen die soms heel dichtbij kwamen, in de moeizame maatschappijleerlessen op een multiculturele school, of via de gratis kranten die erover berichtten. En natuurlijk op de televisie, in actualiteitenprogramma’s als NOVA (de meer opiniërende voorganger van Nieuwsuur) – waarin ik de cartoons tegenkwam van Bertrams, die pionierde met bewegende animaties over het nieuws.

Het waren deze cartoons die het zware nieuws voor mij relativeerden en mij ook de spotprent als genre leerden waarderen. Te midden van de politieke hysterie was daar Joep Bertrams, die met zijn pen lucht kwam scheppen – messcherp, ironisch, absurdistisch soms, maar meestal een verademing.

Joep Bertrams (75) behoort tot het selecte groepje bekroonde politieke tekenaars van Nederland. Zijn carrière als illustrator begon in de jaren zeventig, toen hij tijdens zijn studie aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag bijkluste voor een vakbondsblad. „En toen is het misgegaan”, grapt hij als ik hem bezoek in zijn woonkamer in Amsterdam. Niet veel later kwam hij als illustrator in de kinderboeken en jeugdbladen terecht. In de jaren tachtig tekende hij ook voor de jeugdpagina van Het Parool – tot die pagina in 1988 werd opgeheven onder de nieuwe hoofdredacteur Sytze van der Zee.

Maar die deed wél een voorstel aan Bertrams: of hij politiek tekenaar wilde worden. „Cartoonist Fritz Behrendt zat niet op de politieke lijn van de krant destijds. En Peter van Straaten wilde het dagelijks leven tekenen”, weet hij nog. „Toen ben ik daar begonnen met tekenen, aanvankelijk drie dagen per week, daarna vijf dagen per week, vervolgens elke dag. En dat ben ik sindsdien blijven doen.”

Tot 2011 werkte Bertrams voor Het Parool. Nu tekent hij wekelijks voor De Groene Amsterdammer, De Limburger en De Leeuwarder Courant. Met regelmaat publiceert hij ook voor internationale kranten en bladen, zoals Die Zeit, Le Monde en Courrier International, en levert hij veel aan Cartooning for Peace en Cagle Cartoons Syndicate, een bureau dat internationaal cartoons aanbiedt. Zijn spotprenten zijn bovendien te volgen op Twitter, Facebook en Instagram. Joep Bertrams is getrouwd en heeft twee volwassen kinderen en twee kleinkinderen.


Foto Frank Ruiter

Foto Frank Ruiter

De frequentie is nog steeds verbluffend. U tekent bijna dagelijks.

„Omdat ik er enorm veel plezier uit haal, daar kan ik ook niks aan doen.”

Nooit gedacht aan definitief stoppen?

„Welnee, wat moet je dan gaan doen?”

Nou ja, veel mensen hebben daar ideeën bij.

„Ja, die gaan tekenen! Maar dat doe ik al, en dan ga je gewoon door.”

Wat drijft u?

„Ik probeer vanaf enige afstand de wereld om me heen in mij op te nemen en daar onderwerpen uit te pikken die voor mij relevant zijn. Daarvan maak ik dan op papier een reconstructie die voor mij mooi, grappig, soms betrokken, maar in ieder geval interessant is. Het vinden van het onderwerp is meestal het minste probleem. Er een nieuw beeld van maken zonder in clichés te vervallen is een grotere uitdaging, maar dat is ook spannend. Wel goed, niet goed, mwah. Vooral dat laatste: de emoties gaan op en af. Dat is het harde werk. Uiteindelijk krijg ik dan de beloning: dat ik het van de bovenmeester in me mag gaan uitvoeren. En dan begint de pure ontspanning.”

Een tekening werkt het beste als er humor in zit, hoe zwaar het ook is

Wat daarna soms gebeurt: als de prent min of meer af is, komt hij tot de conclusie dat het beter had gekund. Dat het anders aangepakt had moeten worden. Of dat het andere onderwerp geschikter was geweest. „Het kan dan zomaar gebeuren dat ik helemaal opnieuw begin, zonder tegenzin, maar soms wel met iets meer tijdsdruk.”

Maar dat is allemaal geen straf. „Een van de mooie dingen van dit werk is ook dat je het kunt blijven doen tot op hoge leeftijd. Net als de musicus en de kunstschilder: tot je erbij neervalt. Zelfs in demente staat, zoals onder anderen Willem de Kooning bewezen heeft.”

Los van de stijl, had u inhoudelijk altijd ongeveer dezelfde boodschap?

„Ik denk het wel. Je bent wie je bent, dat verandert niet zo heel hard.”

Die cartoons zijn namelijk best zware kost soms. Het is wel de harde, negatieve actualiteit waar u regelmatig op inhaakt.

„Dat is waar. En natuurlijk kan ik ook een bepaalde verontwaardiging voelen of een stevige mening hebben over zaken die me bezighouden. Maar ik probeer het nooit alleen maar zwaar te maken, er moet altijd iets van humor in zitten. Een tekening werkt het beste als er humor in zit, hoe zwaar het onderwerp ook is. En het is voor mij ook belangrijk dat de tekening meteen begrepen wordt. Dat valt niet altijd mee, omdat ik het liefst zo weinig mogelijk tekst gebruik: eigenlijk alleen een soort titel onder de prent.”

Raakt u niet afgestompt, steeds het harde nieuws op de voet volgen?

„Ik denk dat ik het nieuws niet anders tot me neem dan iemand anders, alleen maak ik er een tekening over. En natuurlijk, het ene nieuws raakt je meer dan het andere, maar je moet er geen deelgenoot van worden: dan is het niet te doen. Bovendien kun je er dan ook niets over zeggen, omdat de emotie dan te groot is geworden. Dan is het alsof je op je eigen vingers slaat: je kunt alleen hard schreeuwen, geen tekening maken.”


Foto Frank Ruiter

Foto Frank Ruiter

Het is mensenwerk, en dat mag belachelijk gemaakt worden

Een dramatisch nieuwsmoment dat voor hem heel dichtbij kwam was de aanslag op het redactiekantoor van het satirische weekblad Charlie Hebdo. Het leidde tot de inmiddels iconische cartoon van Bertrams: een onthoofde man in Charlie Hebdo-shirt, die alsnog zijn tong uitsteekt naar de jihadist met bebloed zwaard. ‘Onsterfelijk’, staat eronder. Joep Bertrams won daarmee de Inktspotprijs 2014-2015, de prijs voor de beste politieke spotprent.

Hij kan die dag, 7 januari 2015, nog goed reconstrueren. „Mijn vrouw werkte bij het Persmuseum. Die dag was haar fiets kapot, ik bracht haar met de auto. Onderweg hoorde ik op de radio dat een vriend van ons, de Nederlands-Turkse journalist Mehmet Ülger, was gearresteerd op het vliegveld van Istanbul. Thuisgekomen wilde ik op sociale media een verontwaardigd bericht de wereld insturen, maar toen verschenen de eerste berichten dat er iets was gebeurd in Parijs. De adrenaline gierde nog door mijn bloed toen ik besloot te gaan tekenen.”

En toen kwam die cartoon eruit.

„Ja. En dat was nog lastig, want ik werd die dag gek gebeld. Daar zit je niet op te wachten, maar vanwege je collega’s ben je verplicht om toch te reageren. Ik was die dag overigens vrij, dus die cartoon was niet voor de krant bedoeld maar voor sociale media. Achteraf verscheen de tekening in de krant.”

Een prent die in veel landen behoorlijk wat weerklank kreeg.

„Omdat-ie dus niet zo dramatisch was. Er moet wel spot in zitten. Dat was uiteraard indachtig mijn vakgenoten [van Charlie Hebdo, red.], bij wie ik me niet hoefde af te vragen of ik het wel kon maken. Nee, die cartoon móést ik zelfs zo maken.”

Vijf jaar later is de bedoeling bij sommigen vergeten en wordt uw tekening beschouwd als een Mohammed-cartoon. Een leraar in Rotterdam die de prent in zijn klas had hangen werd om die reden bedreigd.

„Dat is heel vervelend – en verschrikkelijk voor de docent. Het is totaal verkeerd begrepen, maar daar kun je helaas niets tegen te doen.”

Journalisten vroegen vervolgens aan u of die afgebeelde jihadist tóch niet Mohammed was.

„Ik heb altijd gezegd: ik ben niet met religie bezig, ik ben met mensen bezig. Mohammed tekenen, waarom zou ik? Ik heb ook geen idee hoe die man eruitziet. Het gaat mij bovendien niet om de religie an sich, maar om de mafketels die in naam van de religie zoiets doen. Iedereen heeft ideeën, maar zodra je er iets mee gaat doen ben je daar als persoon verantwoordelijk voor. En voor de cartoonist ben je dan vogelvrij.

„Ik zie het elke keer als een tafereel, een spel dat opgevoerd wordt. En daar zitten geen geesten of goden bij, dat is te abstract. Het enige wat ik wil en kan doen is het ten tonele voeren van de machtigen in onze samenleving. Hen laten zien hoe ze zijn, wat ze doen, hoe ze het doen, waarom ze het doen. Ze op een plaats zetten waar iedereen ze in hun volledige naaktheid kan zien, ook al zijn ze geen keizer. Het is mensenwerk, en dat mag belachelijk gemaakt worden.”


Foto Frank Ruiter

Foto Frank Ruiter

De ideale samenleving is een samenleving waarin mensen nadenken

Doet u aan zelfcensuur?

„Je maakt altijd keuzes. Een verbod op majesteitsschennis of godslastering, dat is natuurlijk flauwekul. Want als het ene niet mag, dan is dat het begin van een hellend vlak: dan mag het andere ook niet. Ik ben voor absolute vrijheid van expressie, maar dat betekent niet dat je het móét doen.”

Na de Deense cartoonrel van 2005 en de aanslag op Charlie Hebdo verwachtten sommigen, uit solidariteit of als statement, dat tekenaars júíst Mohammed zouden afbeelden.

„Ik vind dat een soort omgekeerde censuur: je móét dingen tekenen. Dat bepaal ik zelf wel. En dat zegt niet dat je niet solidair bent met degenen die dat wel willen doen. ”

Het verveelt blijkbaar niet, dat tekenen. Wat maakt het de moeite waard?

„Je doet iets waar je plezier in hebt. Als ik dit niet meer doe, dan ben ik het plezier kwijt. Vlak niet uit dat ik een podium heb. Je wil dat jouw werk breed gezien wordt. Ik werk niet voor de intimiteit van de schilderijlijst. Wat dat betreft ben ik meer een performer.”

Is er ook een diepere betekenis?

„Dat klinkt wel heel hoogdravend. Ik heb wel een idee van hoe de wereld eruit zou moeten zien, zoals iedereen dat wel heeft. In mijn eigen wereld is het zo dat ik niet mag klagen. Ik werk vanuit een zeer plezierig thuisfront, ik leid een comfortabel leven, en dat gun ik iedereen. Dat laatste is natuurlijk behoorlijk gratuit, maar in mijn benadering van politieke en sociale zaken is het wel een bruikbare starthouding. En groter dan dat moet je het ook niet zien. Ik probeer in mijn tekeningen te laten zien hoe ik over dingen denk, maar ik heb echt niet de illusie dat ik met een prent de wereld beter maak.”

Is dat ooit anders geweest?

„Ik ben in ieder geval niet cynischer geworden, wel iets realistischer. Al geloof ik dat uiteindelijk niemand een ander echt kwaad wil doen: zelfs de grootste vijanden kunnen één op één tot elkaar komen. Het is de sociale druk die ervoor zorgt dat het uit de hand loopt. De ideale samenleving is een samenleving waarin mensen zelfstandig nadenken, het liefst natuurlijk op een manier dat we erop vooruitgaan en niet achteruit. Het is het opgelegde denken, of dat nou politiek is of religieus, waar ik allergisch voor ben. En dat bespot ik, althans ik hoop dat het zichtbaar is.”

In dat idealisme zit dus nog wel enig vertrouwen in de mensheid.

„Als je dat niet meer hebt, dan is er ook geen humor meer.”