Foto Merlijn Doomernik

Interview

Paul van Tongeren, nieuwe Denker des Vaderlands: ‘We besteden onze morele plichten het liefst uit’

Paul van Tongeren | Denker des Vaderlands

Paul van Tongeren, emeritus hoogleraar wijsgerige ethiek, is de nieuwe Denker des Vaderlands. „Filosofie moet de persoonlijke en maatschappelijke zelfkennis vooruit helpen.”

Nee, dat hij de nieuwe Denker des Vaderlands zou worden, dat had hij even niet zien aankomen. „Ik heb wel een keer aan de mogelijkheid gedacht hoor”, zegt Paul van Tongeren (70), emeritus hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit, via Zoom vanuit zijn Nijmeegse woning. „Ik was eigenlijk al een halve publieksfilosoof.” Als lid van het Trouw-filosofie-elftal laat hij zich geregeld uit over ethische kwesties. Daarnaast houdt hij iedere week wel ergens een lezing in het land. „Bij kleine clubjes op de Veluwe, maar ook gastlezingen op universiteiten of op grote congressen uit de zorgwereld. Er is opvallend veel vraag naar filosofie.”

Met zijn benoeming – donderdag bekend gemaakt door de Stichting Maand van de Filosofie – is Van Tongeren nu de zesde Denker des Vaderlands. Tot nu toe hadden zijn voorgangers allemaal een motto. Filosoof Hans Achterhuis zag zichzelf als ‘tegendenker’, Daan Roovers, Van Tongerens voorganger, richtte zich op ‘politiek denken’. In het boekje Het wonder van betekenis, dat bij zijn aantreden uitkomt en is geschreven door journalist Marc van Dijk, geeft Van Tongeren aan vooral te willen ‘nadenken’.

Dat lijkt me nogal logisch voor een filosoof.

„Nou, ik sta nogal argwanend tegenover het geven van meningen. Met ‘nadenken’ bedoel ik afstand nemen en door na te denken wat andere filosofen gedacht hebben, helpen bij het verhelderen hoe we nu over de dingen denken.”

Kunt u een voorbeeld noemen?

„Onze samenleving wordt geleid door ongeduld. Als je kijkt naar de coronamaatregelen en het verzet ertegen, is er sprake van voortdurende haast. De bevolking klaagt als iets te lang duurt – denk aan de lockdown – politici zijn op hun beurt weer gehaast met het doorvoeren van maatregelen uit angst dat de economische en emotionele schade te groot worden. Ik vind het interessant om te kijken wat dat ongeduld eigenlijk inhoudt. Waarom is het voor ons steeds moeilijker geworden om te wachten? Wat is een deugdzame manier van wachten? Een antwoord ligt in het denken van Aristoteles. Hij kan ons een spiegel voorhouden: wie werkt aan zijn of haar deugden, kan een gelukkigere geestesgesteldheid ontwikkelen. Zo’n Aristotelische houding kun je oefenen.”

Wat is daar het nut van?

„Als je kunt laten zien dat mensen ongelukkig worden door hun eigen ongeduld, moet je dan nog bewijzen welk nut het heeft om gelukkiger te worden? Ongeduld houdt in dat je eigenlijk niet bent waar je zou willen zijn. Stel dat je wel bent waar je wilt zijn: de kans is groot dat je dan vanuit die rust betere beslissingen kunt nemen.”

Kunt u nog een voorbeeld noemen?

„Neem de discussie rondom de voltooid leven-wet van D66. Daar veronderstelt men bij voorbaat al een tweedeling. De voorstanders zouden seculier zijn, de tegenstanders religieus. Zo’n identificatie maakt deze polarisering extra problematisch. De voorstanders benadrukken het belang van autonomie. Maar waar komt dat begrip eigenlijk vandaan? Secularisme en autonomie horen niet per se bij elkaar. Augustinus is zo’n beetje de uitvinder van dit begrip dat dus deel is van het christelijk gedachtegoed. Door hierop te wijzen los ik het conflict tussen D66 en de ChristenUnie waarschijnlijk niet op. Maar als het een nieuw inzicht oplevert, kan het niet slecht zijn.”

Goed, door uw uitleg leren mensen dus meer over het begrip autonomie. En dan?

„Als filosoof moet ik niet denken dat ik veel voor elkaar kan krijgen. Maar ik zie het als taak van de filosofie om persoonlijke en maatschappelijke zelfkennis vooruit te helpen. Filosofie houdt de samenleving een spiegel voor. Ik gebruik de geschiedenis van het denken als spiegel, zo leert een cultuur zichzelf kennen. Is het nuttig dat autonomie-profeten snappen dat hun argument uit de christelijke traditie komt? Die vraag stel ik niet eens meer. De mens streeft onvermijdelijk naar kennis, zegt Aristoteles in zijn Metafysica. Dan is het toch vreemd als iemand zegt: ik denk niet na over mezelf zolang ik niet weet wat daarvan het nut is?”

Kant zei het al: zelfs de eenvoudigste man weet wat hij ethisch gezien moet doen

Als ethicus benadrukt u ook het belang van ethisch handelen. Het afgelopen jaar heeft u met uw vrouw een Syrische vluchteling in huis genomen. In 2015 zei u al dat u vond dat u dat hoorde te doen. Waarom deed u het toen niet en nu wel?

„Hij, een Syriër, zat in een azc in Amsterdam en ging weleens langs in het gebouw waar onze dochter Sanne haar atelier heeft. We hadden hem daar toevallig een keer ontmoet en begin 2020, een paar weken na die ontmoeting, stuurde hij een mail naar iedereen die hij kende in Nederland. Hij vroeg: bij wie mag ik een paar maanden logeren? Nu iemand zo direct een beroep op ons deed, voelde het ineens als een vanzelfsprekendheid.”

Waarom is het voor velen geen vanzelfsprekendheid om een vluchteling in huis te nemen?

„Kant zei het al: zelfs de eenvoudigste man weet wat hij ethisch gezien moet doen. Het probleem is alleen dat we telkens redenen verzinnen om geen gehoor te geven aan onze morele verplichtingen. We leven in een verzorgingsstaat, met als gevolg dat we zo’n probleem uit handen geven. Als een vluchteling moet worden opgevangen, is dat aan de overheid. Wij vinden het niet meer dan normaal dat dit via bestuurlijke organen wordt geregeld. Zo geven we het probleem uit handen.”

Wat kunnen mensen daaraan doen?

„Deze week liep ik langs een huis waar een affiche op het raam was geplakt. Er stond: ‘In onze stad zijn kinderen uit Moria welkom’. Er stond dus ‘onze stad’, niet ‘hier, op dit huisnummer’. Ondanks de goede bedoelingen besteden ze het probleem eigenlijk weer uit – aan de stad. Daar zouden we toch meer over moeten nadenken. Hoe kunnen hulporganisaties voorkomen dat zo’n probleem te ver van de burger af komt te staan? Misschien door op plekken reële ontmoetingen te organiseren tussen degenen die in nood zijn en diegenen die kunnen helpen.”

Denkt u dat zo’n directe confrontatie echt helpt?

„Zeker. Een paar jaar geleden werden er tijdens de vluchtelingencrisis grote tenten in Nijmegen opgezet voor 3.000 vluchtelingen. Ik sprak toen op straat met een paar kennissen. Ze klaagden dat het zo schandalig was dat er zoveel vluchtelingen waren die de buurt onveilig maakten. Tegen die man heb ik toen gezegd: ga gewoon eens kijken bij die tenten. Dat werkte. Een week later vertelde hij dat hij erheen was gegaan en daarna nog een keer. Hij had zelfs zijn kleindochter meegenomen om haar te laten zien hoe die mensen wonen. Het vooroordeel over de ander kan afnemen dankzij zo’n concrete ontmoeting. Laten we dus meer van dat soort situaties creëren.”

Moet de politiek dat dan doen?

„Ja en nee. We moeten weer burgers worden. De politiek behandelt ons op dit moment te veel als consumenten. Maar de politiek is geen bedrijf, we moeten worden aangesproken op ons burgerschap. En de overheid moet leren meer naar de burger te luisteren. Zelf wilde ik een leegstaand schoolgebouw bij mij in de buurt gebruiken voor vluchtelingenopvang. Ik nam erover contact op met de gemeente. Die reageerden niet eens. Ik vind dat je dan een slecht signaal afgeeft. Als er vanuit de wijk een suggestie komt om iets bij te dragen aan de samenleving, en dit wordt al genegeerd, dan hebben we een groot probleem.”

Lees ook: Filosoof Marli Huijer: ‘Niemand heeft recht op een zo lang mogelijk leven’

Hoe was het om een Syrische vluchteling in huis te hebben?

„Als je iemand in huis neemt, ontdek je pas wat het betekent. Als je al lang met dezelfde partner woont, merk je ineens het verschil wanneer er een vreemde in huis is. De geur, hoe iemand beweegt, je krijgt het gevoel: we zijn niet meer onder ons. Ook merkte ik dat ik over bepaalde dingen niet kon praten. Hij had sterke opvattingen over Syrië, hij kon het niet accepteren als er vanuit een andere optiek iets werd gezegd. Dat was best confronterend. Derrida schreef ooit: ‘echte gastvrijheid is ook de vijand in huis te laten’. Zo was het in mijn situatie natuurlijk niet, maar je voelt wel dat er niet alleen een drempel bestaat om iemand binnen te laten, maar dat die drempel daarna ook blijft bestaan.”

Heeft u er iets van geleerd?

„Ik werd geconfronteerd met mijn eigen beperkingen. Mijn dochter zei op een gegeven moment tegen mij: hij is bang voor jou. Mijn onvermogen om met hem te communiceren, maakte mij onzeker, daardoor gedroeg ik mij hautain. Het was een spiegelervaring. Hij is uiteindelijk vierenhalve maand gebleven, we hebben nog steeds contact.”

Eigenlijk bent u, zowel op persoonlijk als filosofisch niveau, continu bezig met spiegelen.

„Vrouwe Prudentia, die symbool staat voor de zelfkennis en de verstandigheid, houdt vaak een bolle spiegel vast. Waarschijnlijk omdat je daarin meer ziet dan alleen jezelf. Misschien is dat wel echte zelfkennis.”

Het wonder van betekenis. Op zoek naar geluk en wijsheid met Paul van Tongeren. Marc van Dijk. Uitgeverij Boom. 159 blz. €15.