Helpt een WK-boycot de arbeiders in Qatar?

WK voetbal Het Nederlands elftal begint aan de WK-kwalificatie voor Qatar 2022, waar de werkomstandigheden zorgelijk zijn. Vraag is of een boycot zou helpen.

Arbeidsmigranten in Qatar in de bus terug naar hun accommodatie, na werk aan het al-Wakrah voetbalstadion in 2015.
Arbeidsmigranten in Qatar in de bus terug naar hun accommodatie, na werk aan het al-Wakrah voetbalstadion in 2015. Foto MARWAN NAAMANI/AFP

Ze heten Madhu, Mohammad of Ghal. Het zijn jonge mannen, vaders, kostwinners. Ze komen uit India, Nepal of Kenia en zijn naar de Golfregio gekomen voor een betere toekomst. Ze zouden de stadions en infrastructuur bouwen voor het WK voetbal, dat Qatar in 2022 mag organiseren. Ze zouden een mooi salaris en frisse woonruimte krijgen, hun familie kunnen onderhouden en na een paar jaar met een spaarpot weer naar huis gaan.

Nu zijn ze dood.

Het Nederlands elftal begint woensdag aan de kwalificatiereeks voor het WK in Qatar van 2022, al meer dan tien jaar het meest bekritiseerde sporttoernooi ter wereld. Eerst waren er verdenkingen van corruptie bij het binnenhalen van het toernooi, waarvoor uiteindelijk wel aanwijzingen maar geen bewijs werd gevonden. Toen kwamen er zorgen over de snikhete Qatarese zomer, waarna het WK werd verzet naar de iets mildere winter. Maar de geesten van gestorven stadionbouwers blijven rondspoken.

Vorige maand berichtte de Britse krant The Guardian dat zeker 6.500 gastarbeiders uit vijf Zuid-Aziatische landen in Qatar om het leven kwamen sinds het steenrijke golfstaatje in 2010 het WK binnensleepte. De cijfers kwamen van landen als India, van waaruit veel arbeiders naar Qatar vertrekken. Het getal is deels misleidend, want het telt ook migranten mee die niet betrokken waren bij WK-projecten of die door natuurlijke oorzaak om het leven kwamen. Aan de andere kant werden de overledenen uit sommige landen niet meegeteld, wat het cijfer juist drukt.

Mensenrechtenorganisaties beschrijven de bouwterreinen in Qatar als ‘openluchtgevangenissen’. Gastarbeiders zouden worden opgesloten in slaapvertrekken, slecht te eten krijgen en onderbetaald worden. Sommigen pleegden zelfmoord, anderen kwamen om het leven bij ongelukken of bezweken aan het werken bij temperaturen van tot wel 50 graden.

De berichten leidden tot een golf van kritiek, ook in Nederland. Zo nam de Tweede Kamer een motie aan om geen Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders naar het toernooi in Qatar te steuren. Sigrid Kaag, demissionair minister voor Buitenlandse Handel (D66), stelde een virtuele handelsmissie naar Qatar uit. En op de cover van Voetbal International deed cabaretier Freek de Jonge zijn ‘bloed aan de paal’-oproep van 1978 (gericht tegen deelname van Nederland aan het WK voetbal in de dictatuur Argentinië) deze week nog eens over. Volgens hem, en vele anderen, moet Oranje het toernooi boycotten.

De vraag is of een boycot de arbeidsmigranten in Qatar helpt. Vakbonden en mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, pleiten ervoor het WK juist te gebruiken om Qatar ertoe aan te zetten de positie van de migranten te verbeteren.

Arbeiders zelf niet voor boycot

Lees ook: een ‘twistgesprek’ tussen de woordvoerder van Amnesty en een sporthistoricus over een boycot

„De arbeiders zelf zijn helemaal niet voor een boycot”, stelt Ambet Yuson, secretaris-generaal van de internationale vakbond van bouw- en houtbewerkers (BWI), vanuit het hoofdkantoor in Zwitserland. „Ze zeggen eerder: help ons om hier te vechten voor onze rechten.”

Dat is precies wat Yuson al acht jaar doet. In 2013 vertrok hij naar Qatar om te praten over de slechte situatie van gastarbeiders. „Zeker in het begin was er veel mis”, vertelt hij. „Bouwlocaties waren niet veilig, constructies gevaarlijk, veiligheidsvoorschriften waren er niet of werden niet nageleefd. We wilden in gesprek met Qatar, maar werden genegeerd. En de FIFA zei: ‘Wij zijn alleen verantwoordelijk voor onze eigen staf’.”

Daar nam hij geen genoegen mee. Samen met verschillende vakbonden en mensenrechtenorganisaties voerde Yuson jarenlang campagne om de misstanden aan de kaak te stellen. Ook diende het BWI een klacht in tegen de FIFA voor het schenden van internationale richtlijnen opgesteld door de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). De vakbond werd in het gelijk gesteld.

„Dat was een keerpunt”, zegt Yuson. In 2016 tekende het BWI een overeenkomst met het Supreme Committee, de instantie in Qatar die verantwoordelijk is voor de bouw van stadions en infrastructuur voor het WK. Sindsdien hebben specialisten van de vakbond meer dan twintig inspecties kunnen uitvoeren in de glanzende stadions in de woestijnstaat. Ook kreeg de internationale arbeidsorganisatie ILO, onderdeel van de Verenigde Naties, in 2017 toestemming om een kantoor in Qatar te openen voor extra toezicht.

„We merken dat het Supreme Committee de problemen serieus is gaan nemen”, zegt Yuson. „Ze komen mee tijdens de inspecties, dat geeft ons macht. Bedrijven weten inmiddels dat ze op een zwarte lijst terecht kunnen komen als ze falen.” Het laat volgens hem zien dat internationale druk werkt. „Er is ruimte ontstaan om dingen voor elkaar te krijgen. Natuurlijk is het nog niet zoals in het Westen, maar het gaat in Qatar nu beter dan in de rest van de Golf.”

Nu is die regio geen koploper op het gebied van arbeidsrechten. Golfstaten als de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, en Saoedi-Arabië draaien al decennia op de uitbuiting van migranten. Omdat olie- en gasinkomsten garant staan voor welvaart, heeft de lokale bevolking de luxe om zware en laagbetaalde banen over te laten aan arbeiders uit met name Afrika en Azië.

Ook Qatar draaide al lang voor de komst van het WK op geïmporteerde arbeid. Bijna 90 procent van de 2,6 miljoen inwoners komt uit het buitenland. Wie een schoonmaker nodig heeft, huurt een Filippijnse vrouw in. In de supermarkt pakt een jongen uit Bangladesh je boodschappen in.

Moderne slavernij

De meeste migranten komen Qatar binnen via het kafala-systeem (‘kafala’ is Arabisch voor ‘sponsorschap’). Arbeidsmigranten krijgen hun verblijfsvergunning via een lokale sponsor en kunnen niet van werkgever veranderen zonder diens toestemming. Dit leidt geregeld tot uitbuiting die veel weg heeft van moderne slavernij.

Maar nu de internationale schijnwerpers op Qatar gericht zijn, zet de regering stappen om het kafala-systeem te ontmantelen. Zo hebben alle arbeidsmigranten sinds vorig jaar het recht om zonder toestemming van hun werkgever van baan te veranderen of terug te keren naar hun land van herkomst. Ook werd het wettelijke minimumloon voor gastarbeiders, ongeacht nationaliteit, onlangs verhoogd naar 1.000 Qatarese rial (230 euro).

Lees ook: hoog dodental in Qatar dwingt het voetbal tot actie

„Het WK is een katalysator voor positieve verandering”, verklaart een woordvoerder van het Supreme Committee telefonisch vanuit de Qatarese hoofdstad Doha. Hij noemt Qatar een „leider in de Golfregio” op het gebied van arbeidsrechten en wijst op nog veel meer hervormingen. Zo werd het verboden om overdag in torenhoge zomertemperaturen te werken, verstrekten de autoriteiten duizenden speciale ‘koelingsuniformen’ aan bouwvakkers en kwam er een hotline voor klachten over misstanden.

Van de 6.500 vermeende arbeidsdoden waar The Guardian over berichtte, wil de woordvoerder niets weten. „Die cijfers zijn gewoon totaal onjuist”, stelt hij. „Sinds 2014 zijn er drie doden gevallen op bouwplaatsen voor het WK en zijn er 34 arbeiders overleden door niet-werkgerelateerde oorzaken. Daarover zijn we volledig transparant.”

Toch gaat juist op het gebied van transparantie veel mis, zegt Hiba Zayadin, die namens Human Rights Watch onderzoek doet naar de werkomstandigheden in Qatar. Ze kreeg toestemming van de overheid, maar werd telkens streng in de gaten gehouden. „Ik ben gevolgd door agenten van de inlichtingendienst”, vertelt Zayadin telefonisch vanuit Beiroet. „Je kunt echt niet zomaar een arbeiderskamp in om met de mensen te praten.”

Zo valt moeilijk te controleren hoeveel mensen werkelijk overleden zijn – de registers houdt Qatar geheim. Doodsoorzaken worden vrijwel nooit onderzocht. Of de recente hervormingen echt worden doorgevoerd, is ook moeilijk na te gaan. Neem het recht van gastarbeiders om Qatar zonder toestemming te verlaten. „Dat is uniek in de Golfregio”, aldus Zayadin. „Maar in de praktijk zien we dat bedrijven er toch onderuit komen, bijvoorbeeld door de paspoorten van hun werknemers in te nemen. Al is het tegen de wet.”

Zowel Human Rights Watch als vakbond BWI hebben klachten ingediend bij de Qatarese regering over onbetaalde lonen aan honderden arbeiders. Vakbonden zijn officieel nog steeds verboden – soms kunnen de organisaties iets regelen via contacten op de ministeries. „Veel arbeiders krijgen nooit het geld waar ze recht op hebben”, zegt Zayadin.

Eindverantwoordelijk

Onderliggend probleem is volgens Zayadin dat bouwopdrachten eindeloos worden uitbesteed. Daardoor kan de Qatarese overheid of een internationaal bouwbedrijf zich op papier best committeren aan strikte regelgeving, maar blijven bouwvakkers in de praktijk afhankelijk van onderaannemers die deze regels aan hun laars lappen. Zij verkeren vaak zo dicht bij een faillissement dat ze werknemers onvoldoende betalen.

Een deel van de oplossing ligt dan ook in het begrip ‘ketenverantwoordelijkheid’, stelt Tuur Elzinga, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse vakbond FNV. Dat wil zeggen: „Of je nu een internationaal bedrijf bent of een internationale koepel zoals de FIFA: als je een grote klus uitbesteedt, blijf je aan de top van de keten eindverantwoordelijk.”

Dit principe is volgens Elzinga internationaal „breed geaccepteerd” en eerder ingezet om bijvoorbeeld Shell aansprakelijk te stellen voor olievervuiling in Nigeria. Hij vindt het dan ook „teleurstellend” dat een rechtszaak die de FNV in 2016 in Zwitserland tegen de FIFA aanspande niet-ontvankelijk werd verklaard.

„We hopen nog steeds dat een rechtszaak kansrijk kan zijn als ketenverantwoordelijkheid breder wordt omarmd”, zegt Elzinga. „Als opdrachtgever is de FIFA eindverantwoordelijk. Het gaat hier over topsport, maar ze streven naar de minimumstandaard. Dat klopt niet. En vergeet niet: de slachtoffers komen niet meer terug. De omstandigheden hadden vanaf het begin beter gemoeten. Doden hadden voorkomen kunnen worden.”

Ook Ambet Yuson van BWI zegt „veel meer” van de FIFA te verwachten. In plaats van zich alleen te bekommeren om de situatie in de stadions, zou de voetbalbond zich wat hem betreft hard moeten maken voor álle gastarbeiders in Qatar. „Dát is de nalatenschap waarover de FIFA zich druk zou moeten maken.”

De gevolgen zouden niet alleen voelbaar zijn in Qatar, benadrukt Hiba Zayadin van Human Rights Watch. „De Golfstaten zijn onderling ontzettend competitief, ze willen er allemaal het beste op staan in het Westen. Als de FIFA nu haar unieke onderhandelpositie gebruikt, kan dat veranderingen in de hele regio aanjagen.”

Maar de tijd dringt, weet Zayadin. Ze wijst op stappen van Qatarese wetgevers om de recente pogingen het kafala-systeem te ontmantelen terug te draaien. „Nú is het moment om langdurige hervormingen af te dwingen”, zegt ze. „Dat doe je niet met een boycot, maar door het WK te gebruiken om de druk op te voeren. Zodra de schijnwerpers niet meer op Qatar gericht zijn, is die kans vervlogen.”