Aziatisch-Amerikanen spreken zich uit over racisme na bloedbad in spa’s in Atlanta

Xenofobie Hoewel de man die dinsdag het vuur opende in drie Aziatische massagesalons zei niet uit etnische haat te hebben gehandeld, is in de VS nu meer aandacht voor anti-Aziatisch racisme.

Bij een van de massagesalons in Atlanta die toneel waren van een dodelijke schietpartij, vragen demonstranten aandacht voor het opkomende anti-Aziatische racisme in de VS.
Bij een van de massagesalons in Atlanta die toneel waren van een dodelijke schietpartij, vragen demonstranten aandacht voor het opkomende anti-Aziatische racisme in de VS. Foto Jenni Girtman/EPA

Nadat een schutter dinsdagavond zeker acht mensen doodde in drie Aziatische massagesalons in en rond de stad Atlanta, woedt in de Amerikaanse politiek, samenleving en pers al dagen een levendig debat of nu wel of niet gesproken kan worden van een racistisch motief. Zes van de acht dodelijke slachtoffers waren Aziaten, de twee andere slachtoffers blanken. Op één na waren allen vrouw.

De opgepakte schutter, Robert Aaron Long, is een witte jongeman van 21 jaar oud. In eerste verhoren tegenover de politie verklaarde hij te lijden aan „een seksverslaving”. Hij had de salons aangevallen omdat ze „een verleiding vormden die hij wilde uitschakelen”.

Dit type spa’s fungeert in de VS vaak als verkapt bordeel: naast massages wordt er ook clandestien seks aangeboden. De diepgelovige baptist Long zou de aangevallen salons eerder hebben gefrequenteerd en voor zijn ‘verslaving’ recent in een afkickkliniek zijn behandeld.

Long lijkt vooralsnog dus eerder een seksueel getroebleerde, religieus fanaticus dan een aanhanger van wit-suprematiedenken, zoals de man die in 2018 gericht latino’s doodschoot in een Walmart-supermarkt in grensstad El Paso.

Maar Aziatisch-Amerikaanse vrouwen wijzen er in reacties op dat de vraag of hier sprake was van racisme dan wel seksisme een schijntegenstelling is. Zij delen nu ervaringen waaruit blijkt dat het seksisme dat hen dagelijks ten deel valt vaak ook racisme is, en vice versa - eraan ten grondslag ligt steeds het westerse stereotype van de dociele Aziatische vrouw.

Het blijkt bijvoorbeeld uit de term ‘China doll’ waarmee velen zeggen te worden aangesproken. Dit betekent ‘porseleinen pop’, maar figuurlijk zoiets als ‘Chinees poppetje’. In The New York Times vertelde Sung Yeon Choimorrow, directeur van de belangengroepering National Asian Pacific American Women’s Forum, hoe „verbijsterd, geschokt en met stomheid geslagen” ze was over de opmerkingen die ze op straat naar haar hoofd kreeg toen ze voor haar studie net naar de VS was verhuisd. „’Ik zo geil, ik al lang van jou houden’ in gekke accenten. (...) Ik heb ervaring met racisme. Met seksisme. Maar ik heb die twee nooit zo meegemaakt als toen ik naar de VS kwam.”

Omstreden politieverklaring

Dat anti-Aziatisch racisme en seksisme beide een reëel maatschappelijk probleem zijn, bleek ook uit de wijze waarop de politie van Cherokee County, nabij Atlanta, woensdag informatie over Longs eerste verhoor naar buiten bracht. Sheriffkapitein Jay Baker, toen nog woordvoerder in de zaak, stelde dat vanwege Longs veronderstelde seksprobleem waarschijnlijk geen sprake was van een hate crime (een misdaad uit discriminatoir oogmerk). Vervolgens leek de agent de aanslagen om die reden te vergoelijken. Long, zei hij, „was het gewoon zat en aan het eind van zijn Latijn. Gisteren [dinsdag, red.] had hij echt een slechte dag – en dit is wat hij toen gedaan heeft”.

Bij het lichten van Bakers digitale doopceel ontdekten Amerikaanse media bovendien dat de agent in april 2020 op Facebook een foto deelde van een T-shirt, waarin Covid-19 is verwerkt in het logo van biermerk Corona, met daar onder de tekst: „Virus geïmporteerd uit Chy-na”. „Ik ben dol op mijn shirt. Haal er ook een, zolang de voorraad strekt”, schreef hij erbij.

Meer incidenten gemeld

Sinds de uitbraak van het nieuwe, eerst in China ontdekte, coronavirus spelen in de VS – net als elders in het Westen – inderdaad anti-Aziatische ressentimenten op. Het Pew Research Center bracht begin juli een peiling uit waarin 1 op de 3 ondervraagden van Aziatische komaf zei in de eerste maanden van de pandemie te maken te hebben gehad met racistische opmerkingen of ‘grappen’. Onder latino’s en zwarte en witte Amerikanen lagen die percentages in dezelfde periode lager.

Juist dinsdag verscheen een inventarisatie van gemelde racistische incidenten tegen zogeheten Asian Americans and Pacific Islanders (AAPI). De organisatie ‘Stop AAPI Hate’ turfde tussen half maart 2020 en eind februari dit jaar 3.795 haatincidenten tegen deze etnische minderheidsgroep, die waarschijnlijk „een fractie vormen van het werkelijke aantal”. De meeste meldingen betreffen beledigingen (68 procent) en het „actief mijden” (20 procent) van Aziatisch-Amerikanen. In 11 procent ging het om fysiek geweld. Vrouwen meldden ruim twee keer vaker incidenten dan mannen.

Stop AAPI Hate stelde in de uren na aanslagen in Atlanta meteen „dat op dit moment binnen de Aziatisch-Amerikaanse gemeenschap veel angst en pijn leeft, waar iets mee gedaan moet worden”. In dagen erna reageerden Democratische politici met soortgelijke oproepen. Progressieve kranten en talkshow-presentatoren brachten daarnaast in herinnering hoe de vorige president Trump dit racisme gevoed zou hebben door China van meet af aan als hoofdschuldige aan te wijzen voor de pandemie.

‘Ga terug naar China’

Ook nu die pandemie haar tweede jaar is ingegaan en Trump zelf uit het Witte Huis gestemd is, blijven dit soort incidenten voorkomen. Eerder deze maand was er een anti-Aziatisch incident dat landelijke aandacht trok. Een noedelrestaurant in de Texaanse stad Antonio werd ondergeklad met racistische teksten, nadat de (half Vietnamese, half Franse) eigenaar had aangekondigd in zijn etablissement een mondkapjesplicht te blijven voeren. Mike Nguyen ging hiermee publiekelijk in tegen de Republikeinse gouverneur Abbott, die kort daarvoor het maskertjesgebod voor openbare ruimtes juist ophief.

De rode graffiti op zijn gevel en terras maakte Nguyen uit voor ‘commie’ (communist) en riepen hem op: ‘Go back 2 China’. Een andere leuze luidde ‘kung flu’, een samentrekking van flu (griep) en de Chinese vechtsport kungfu. Die laatste term werd in 2020 meermaals door toenmalig president Trump gebruikt. Zoals hij tevens bleef spreken van het ‘China-virus’ of ‘Wuhan-virus’ lang nadat de Wereldgezondheidsorganisatie dit op 11 februari 2020 officieel aangeduid had als SARS-CoV-2.

Vorige week nog gaf de ex-president een verklaring uit waarin hij „iedereen” opriep hem in herinnering te houden, wanneer ze ingeënt worden met „het vaccin voor Covid-19 (vaak het China-virus genoemd)”. Die term herhaalde hij dinsdag, kort voor de schietpartijen in Atlanta, in een interview met Fox News.

Biden: dit moet stoppen

Trumps opvolger Joe Biden hield vorige week een tv-rede tot de natie, waarin hij Amerikanen onder meer wees op de verdeeldheid die de pandemie gezaaid heeft tussen bevolkingsgroepen. Daarbij hekelde hij expliciet „de kwaadaardige hate crimes tegen Aziatisch-Amerikanen die worden aangevallen, lastiggevallen, beschuldigd en tot zondebok gemaakt.”

Sommigen van hen werken momenteel in de zorg om mensenlevens te redden, stelde Biden. „En toch worden ze gedwongen om in angst te leven, als ze alleen maar de straat overgaan in Amerika. Dat is verkeerd, het is on-Amerikaans en het moet stoppen.” Vrijdag zouden Biden en vicepresident Kamala Harris (zelf een vrouw met Zuid-Aziatische wortels) in Atlanta een onderhoud hebben met vertegenwoordigers van de Aziatische gemeenschap.