Liefhebbers van de papieren landkaart

Landkaarten Het liefst loopt met een papieren kaart, waarmee je een „knetterend universum van ruimtelijke mogelijkheden overziet”. De verkoop van papieren kaarten neemt ondertussen sterk toe.

Foto Thomas Nondh Jansen

Eerst even een zijweg. Ik lees de krant vaak op een beeldscherm, maar ik hou ook van de krant op papier. Een wonder van gebruiksgemak: hij weegt niets, je kunt hem vouwen hoe je wilt, je hebt er geen snoer of batterij voor nodig, en als je er per ongeluk op gaat zitten blijft-ie heel. Ook inhoudelijk is zo’n papieren krant een wonder van ergonomie. Op een pagina, met zijn vertrouwde typografische orde en stijl, vindt je oog als vanzelf de weg, zie je wat belangrijk is, wat je wilt lezen en: wat je kunt overslaan.

Nee, toch geen zijweg. Want om vergelijkbare redenen hou ik van de papieren landkaart. De mevrouw die vaak met me meerijdt en Engels spreekt dat klinkt naar lamswol en verstandige schoenen, gidst me feilloos naar B, maar er valt niet veel met haar te lachen. Ze trekt geen wenkbrauw op als ik een afslag mis („Please make a U-turn, if possible”). En ze houdt haar kaart tegen de lamswollen borst. Ze zegt alleen wat ik nu, over dertig seconden, moet doen, nooit eens dat er over twintig kilometer een mooi stuk door het bos komt en misschien kunnen we daar even stoppen? Op haar schermpje is het alsof je door de brievenbus naar buiten kijkt.

Voor het overzicht op een langere trip hou ik er daarom graag een papieren kaart bij. Liefst van Michelin, dat opvouwbare landschap met zijn zachte gradaties groen, en zijn ‘gele’ en ‘witte’ weggetjes, die je al voor je eroverheen rijdt laten voelen hoe het ginds-straks is.

Bij het wandelen is het niet anders: van een schermpje als het moet en met een papieren kaart als het kan. Een papieren kaart helpt je niet alleen te zien waar je bent, maar geeft je het landschap zelf – in een abstracte vorm. Daarop sta je niet zelf steeds in het midden, terwijl de weg zich elektrisch voor je uitrolt, maar overzie je een knetterend universum van ruimtelijke mogelijkheden. Een papieren kaart is allereerst een mental map, een kaart tussen de oren. Zoals bladmuziek zich verhoudt tot een strijkkwartet, of een Wagner-opera, zo is de papieren kaart de partituur van het landschap.

Wij, liefhebbers van de papieren landkaart, zijn een uitstervende soort, hoorde je wel. Onze natuurlijke geografische vermogens verschrompelen nu we ze in tijden van Waze en Google Street View hebben uitbesteed aan gps, het global positioning system dat in elke smartphone zit ingebakken en dat je op een paar meter nauwkeurig vertelt waar je je bevindt, waar ook ter wereld.

„Het is allemaal erg romantisch, maar ik denk niet dat het realistisch is ervan uit te gaan dat mensen over tien of twintig jaar nog steeds papieren kaarten gebruiken”, zei Harold Goddijn in 2012, mede-oprichter van TomTom.

Robert Macfarlane, schrijver van een aantal bestsellers over beleving van het landschap, zag in 2015 hetzelfde. „Het buiten zijn en het natuurlijke worden verdrongen door binnen zitten en het virtuele”, schreef hij in Landmarks.

Maar het afgelopen jaar heeft eerder het omgekeerde laten zien. Ja, we zaten binnen en ons leven werd virtueel, maar tegelijkertijd gingen we naar buiten en zochten we contact met de natuur als nooit tevoren.

Door de lockdowns willen überhaupt meer mensen eropuit die allemaal ‘wandel- en fietsinfo’ zoeken

Fiets- en wandelfiles

Zie, zodra de zon een beetje scheen, de volle parkeerplaatsen bij natuurgebieden en de fiets- en wandelfiles overal buiten de bebouwde kom. En zie ook de gestegen verkoopcijfers van kaarten – in apps en andere digitale vormen, een ontwikkeling die al langer doorzet, maar nu óók in de papieren variant.

Ordnance Survey, de grootste Britse kaartenmaker, noteerde tijdens de lockdown een enorme stijging. „Via de webshop van OS werden afgelopen jaar 76 procent meer papieren wandelkaarten verkocht in de OS Explorer-serie [die op een schaal van 1:25:000 onder meer grote Britse natuurgebieden als het Lake District ontsluit] dan het jaar ervoor”, mailt OS-woordvoerder Camilla Dowson.

De Britten herontdekten ook massaal de oude paden door hun land – zogeheten rights of way – die vaak teruggaan tot de vroege middeleeuwen en die geen boer mag onderploegen. En ze wandelden bovendien massaal dicht bij huis, schreef OS-directeur Nick Giles in november in The Guardian. Dat kon het bedrijf onder meer afleiden uit het gebruik van Local Green Space, een functie van de wandelapp van OS die je wijst op groene routes in stedelijk gebied, dat met een factor dertig toenam.

Martin Bruin, directeur van de Nederlandse kaartenuitgever Falk, bevestigt die trend. Falk maakt onder meer papieren wandelkaarten voor Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en locale VVV’s, regionale wandel- en fietsatlassen, en apps en digitale routeplanners.

Digitaal steeg de belangstelling van wandelaars zowel absoluut als relatief: in 2019 leverde Falk via de app route.nl 14 miljoen routes, waarvan 30 procent voor wandelaars, tegen 28 miljoen routes in 2020, waarvan 40 procent voor wandelaars, aldus Bruin. Maar ook in papier was er in Nederland een sterke groei te zien. „Natuurmonumenten heeft veel kaarten verkocht via het eigen netwerk en zelfs met gesloten winkels hebben wij alleen al via onze eigen webshop een hogere omzet gemaakt dan begroot”, zegt hij.

Maar vanwaar die grote belangstelling van de ‘coronawandelaar’ voor papier? Gezichtsbedrog, zegt Bruin, eerder een geval van het rijzend getij dat alle schepen optilt. „Door de lockdowns willen überhaupt meer mensen eropuit die allemaal ‘wandel- en fietsinfo’ zoeken. De doelgroep is gewoon groter, dus stijgen de papieren kaarten mee.”

Papieren kaartenmekka

Of de ‘papieren opleving’ aanhoudt wanneer de pandemie voorbij is, blijft de vraag. De afgelopen jaren verdwenen in Nederland gespecialiseerde kaartenwinkels of ze verhuisden in afgeslankte vorm naar bestaande boekwinkels (zoals Pied à Terre en À la Carte in Amsterdam en Stanley & Livingstone in Den Haag). Reisboekwinkel De Zwerver in Groningen houdt dapper stand.

En de gunstige Britse cijfers voor ‘papier’ in 2020 staan tegen de achtergrond van een omzet die al jaren langzaam daalt, terwijl de digitale verkoop toeneemt. Stanfords, het Londense papieren kaartenmekka, opgericht in 1853, sloot in 2018 zijn deuren en verhuisde naar een kleiner pand in een steeg om de hoek.

In Frankrijk ziet het Institut National de l’Information Géographique et Forestière (IGN), dat ook publiekskaarten uitgeeft, dezelfde tendens.

Zowel bij OS als IGN, allebei staatsbedrijven, is de markt voor papieren kaarten sowieso maar een fractie van de markt voor hun digitale diensten, bijvoorbeeld voor logistiek, huizenbouw, wegenaanleg, bos-, land- en mijnbouw en defensie.

Dat digitaal de toekomst heeft, lijdt geen twijfel, maar OS en IGN blijven het belang van hun papieren kaartuitgaven benadrukken: recreatieve kaartapps – die afhankelijk zijn van mobiel telefoonbereik en stroom – kunnen geen volledige vervanging zijn voor een papieren kaart, en al helemaal niet bij tochten in de bergen of ander onherbergzaam gebied.

Iets soortgelijks geldt op het water: door de opkomst van digitale navigatie-apps onder zeilers en andere watersporters neemt de verkoop – en productie – van papieren kaarten daar sterk af, maar zodra je zo’n app opent verschijnt de disclaimer dat „deze app niet bedoeld [is] voor primaire nautische navigatie […], en alleen als hulpmiddel”.

Misschien blijkt de toekomst, zoals wel vaker als een nieuwe techniek zijn intrede doet, niet of-of, maar en-en: hybride. Dat je kaart en app naast en door elkaar gebruikt. Of als print-on-demand: zelf een kaartuitsnede naar keuze uitprinten of laten uitprinten uit je app. Of, wie weet, breekt ‘digitaal papier’ ooit door en kun je een digitale kaart lezen op iets dat voelt als papier.

Nick Giles, OS-directeur hoopt dat corona zijn landgenoten een nieuwe, blijvende, „liefde voor the outdoors” heeft bijgebracht. En Martin Bruin denkt dat de kaartverkopen ook na corona „nog wel even zal na-ijlen.”

Hoe dan ook is de voorspelling van TomTom-oprichter Goddijn van tien jaar geleden niet uitgekomen, behalve in de auto. De vraag naar recreatieve kaarten is gestegen, maar – met de relatief recente doorbraak van apps – anders dan hij vermoedelijk kon voorzien. Volgens Bruin maakt dat meteen duidelijk dat onze geografische instincten „juist niet afstompen”, omdat mensen met een kaart – ook digitaal – hun omgeving juist intensiever beleven. „Je wilt nu eenmaal een idee hebben waar je bent.”