Volt: ‘Hopelijk vinden andere partijen ons leuk’

Nieuwe partij Nieuwkomer Volt zette donderdag wat onwennig voet in de Tweede Kamer. Kan de partij een rol spelen tijdens de formatie?

Kamervoorzitter Khadija Arib ontvangt Volt-lijsttrekker Laurens Dassen voor het eerst in de Tweede Kamer.
Kamervoorzitter Khadija Arib ontvangt Volt-lijsttrekker Laurens Dassen voor het eerst in de Tweede Kamer. Foto David van Dam

Kennismaken en samenwerken met andere partijen - dat is het plan van Volt voor de komende dagen aan het Binnenhof. Stiekem vindt lijsttrekker Laurens Dassen het „heel spannend” of de andere partijen „ons wel leuk vinden en met ons willen samenwerken”, zegt hij donderdagochtend wat bedremmeld, nadat duidelijk is geworden dat zijn partij drie Kamerzetels heeft weten te bemachtigen.

Het tot in zijn botten Europese Volt stormt vanuit het niets de Tweede Kamer binnen. Het doel – voor elkaar krijgen dat de Europese Unie weer onderdeel wordt van Haagse politieke discussies en oplossingen – is een paar stappen dichterbij.

Donderdagochtend zetten de drie aspirant-Kamerleden van Volt nog wat onwennig voet in het Tweede Kamergebouw. „Waar is het dichtstbijzijnde toilet? Ik ben nog niet thuis hier”, zegt Nilüfer Gündogan, nummer twee van Volt Nederland. Onder begeleiding van een griffier voeren Laurens Dassen, Nilüfer Gündogan en Ernst Boutkan hun eerste besloten fractieoverleg in de Schaperkamer – hun tijdelijke kantoor totdat duidelijk wordt wat hun vaste plek in het Kamergebouw wordt.

Lees ook een eerder verhaal van NRC over Volt, dat toen nog op één zetel rekende.

Jan Schaper, tussen 1899 en 1934 Kamerlid namens de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij , werd gewaardeerd om zijn pragmatische opstelling. En nu, in 2021, wil Volt een kleine revolutie in politiek Den Haag beginnen met een „genuanceerde, constructieve en toekomstgerichte” houding. Links of rechts, voor of tegen Europa: Dassens vindt dat een verkeerde manier van naar politiek kijken en noemt Volt liever „pragmatisch progressief”.

Verwachtingen

Hoewel Volt als grote verrassing wordt onthaald, voldoen de drie binnengehaalde zetels precies aan de verwachtingen. In 2019 deed de partij ook al eens mee aan verkiezingen, die voor het Europees Parlement: bijna 2 procent van de Nederlandse kiezers stemde toen op de gloednieuwe Europese partij. „Dat zouden drie zetels zijn bij nationale verkiezingen”, zo benadrukten Dassen en andere Volt-leden voortdurend in de afgelopen weken tijdens de verkiezingscampagne.

Dassen werd donderdagochtend, naar eigen zeggen, met een grote glimlach wakker. Hij is „hartstikke blij” dat een pan-Europese partij voor het eerst een nationaal parlement binnenkomt. De vergelijking met D66, de bekendste pro-Europese partij op nationale bodem, werd tijdens de campagne vaak gemaakt. Maar Volt ziet een essentieel verschil: D66 is een nationale partij die met een nationale blik naar problemen kijkt. Volt, dat actief is in alle EU-landen, wil veel meer met een Europese bril kijken naar grensoverschrijdende problemen op het gebied van klimaat, migratie en veiligheid.

Toch is Volt Nederland „blij voor D66”. De winst van beide partijen laat zien dat Nederlanders positief tegenover Europa staan, concludeert lijsttrekker Dassen.

Geïnteresseerde media – en dat zijn er heel wat – willen weten hoe het kan dat Volt ‘vanuit het niets’ de Nederlandse politieke arena betreedt. Daar is een grote campagne aan vooraf gegaan. De kick-off was afgelopen zomer, toen de kandidatenlijst voor het eerst werd samengesteld. Sinds januari is Volt actief campagne gaan voeren, vertelt campagneleider Itay Garmy. Twee maanden geleden kenden velen Volt Nederland nog niet, dus het vergroten van de naamsbekendheid was een grote prioriteit. Honderden vrijwilligers in zogenoemde stedenteams flyerden wat af, maar vanwege de coronacrisis voerde Volt (net als de meeste partijen) noodgedwongen een grotendeels digitale campagne.

Ambassadeurs

Elk nieuw lid werd binnen enkele dagen telefonisch benaderd met het verzoek zich actief voor de campagne in te zetten. Deze ‘ambassadeurs’ verspreidden vervolgens de boodschap van Volt via appberichtjes, retweets en verhalen op Instagram. Zo verspreidde het ambassadeursnetwerk zich als een paarse vlek over het socialemedialandschap. Maar Volt vond ambassadeurs ook in prominente Nederlanders wier stemmen van invloed zijn in het publieke domein: oud-hoofdredacteur Sander Schimmelpennick van zakenblad Quote, hoofdredacteur Rob Wijnberg van De Correspondent, voormalig VVD-Kamerlid Arend Jan Boekestijn, schrijver Geert Mak en programmamaker Arjen Lubach spraken allen hun steun of sympathie uit voor de partij.

Lees ook: het Binnenhof is een luis in de pels rijker

Vervolgens verscheen de partij in de Peilingwijzer, steeds op één zetel. Daarmee groeide ook de media-aandacht: Laurens Dassen en Nilüfer Gündogan waren de afgelopen weken vaak op tv, radio en in de kranten. Ondertussen groeide ook het ledenbestand: waar Volt Nederland in januari zo’n 1.500 leden telde, is dat aantal de 7.500 gepasseerd. „In de Volt-campagne zit heel veel spontaniteit”, vertelt Volt-campagnestrateeg en voormalig PvdA-Kamerlid Myrthe Hilkens. Zeker in vergelijking met andere campagnes. Ja, er is „ongelooflijk veel” geïnvesteerd in het optuigen van vrijwilligersteams, maar „heel veel” is ook gaandeweg gegaan, zegt ze. „Oh, gisteren kwam er tienduizend euro binnen, zullen we dan toch dat radiospotje doen?” De campagne van Volt blijkt ook voor de partij zelf een verrassing.

Staat nu dan de volgende verrassing voor de deur? Politiek analisten hebben het al fluisterend over een mogelijke plek voor Volt in de coalitie, als ruggensteun voor D66. Daarover stelt Dassen zich nog terughoudend op: „Ons past hier bescheidenheid, eerst maar eens kennismaken met de andere partijen en onszelf wegwijs maken”, zegt hij. Hoewel de kersverse fractievoorzitter het nog spannend vindt hoe de andere partijen op hem zullen reageren, twijfelt hij niet aan de rol die zijn partij kan spelen: „Ik ben ervan overtuigd dat we een hartstikke mooie toevoeging zullen zijn.”