Recensie

Recensie Auto

Hier zit een Koreaanse Gerrit Hiemstra in

Autotest De nieuwe Tucson is een fel ding dat je haast flitsend bij de lurven grijpt, schrijft .
Foto Merlijn Doomernik

Koreaanse autofabrikanten zijn obsessieve zelfverbeteraars. In decennia legden ze een ontwikkeling af waar westerse concerns een eeuw of meer voor namen. Hun troefkaart is trots. Ze schamen zich voor hun tekortkomingen. Waar wij gekoesterde gebreken naar de dichtstbijzijnde praatgroep zeulen voor een shotje troost, ondernemen zij actie.

De autorecensent voelt zich in Kia’s en Hyundais een Consumentenbond die altijd gelijk krijgt. Mankeert er iets bij die merken, dan wordt er nota van genomen. Nooit is het dan lang wachten op de persconferentie waarop de importeur meedeelt ter verbetering van grip en actieradius een nieuw bandentype te monteren, of de stekkerauto’s in antwoord op gewettigde kritiek per ommegaande te voorzien van een driefase-lader.

Bij de nieuwe Hyundai Tucson verwachtte ik een constructief geëvolueerde upgrade van de vorige. Bouten en moeren aangedraaid, meer infotainment, dikkere wielen, meer ledjes in de neus. Hoewel me niet was ontgaan dat Hyundai met het bloeddorstig agressieve koetsontwerp een nieuwe weg was ingeslagen, rekende ik op een kalme, kool en geit sparende rijervaring in de lijn van de vorige. Mis. De nieuwe Tucson is een fel ding dat je haast flitsend bij de lurven grijpt. Vorm en inhoud drukken een onverzettelijk zelfbewustzijn uit. De stevige stoelen, het solide onderstel, de hoge bouwkwaliteit en het fraaie interieurontwerp, een first voor Hyundai; alle wattigheid is verdwenen, het hangt niet langer van beleefde compromissen aan elkaar. De Tucson heeft een on-Koreaanse reuzensprong gemaakt van foutloos competent naar excellent. Het is een auto die de vergelijking met de Europese concurrenten niet slechts aankan maar met overmacht beslecht.

Komische gewaarwording

Het carrosserie-ontwerp is in stealth-stijl. In het pikzwart lijkt de auto met zijn ongeregelde oppervlaktestructuren weggelopen uit een Marvel-strip, een komische gewaarwording als je denkt aan het leeftijdsgemiddelde van de suv-koper. De koplampen zijn als facetogen met het rasterpatroon van de grille versmolten, een bijzonder gezicht. De zwartgeblakerde achterlichten steken in reliëf als botten uit de kofferklep. Bij inschakeling stroomt het led-rood als gloeiende lava in de lichtkanaaltjes. Voor die avantgarde betalen de bewoners niet de rekening. Hij is voor en achter ruim, de hoofdruimte lijdt niet onder het panoramadak, de koffer is enorm. En de Koreaanse dienstbaarheid is gebleven. In tunnels trekt hij zelfs de regie over de luchtkwaliteit bekwaam naar zich toe. „Buitenluchttoevoer geblokkeerd voor een aangenaam binnenklimaat”, meldt het multimediascherm tevreden. En dat is dan ook zo. In de infotainmentsoftware zit een Koreaanse Gerrit Hiemstra. Vraag het spraakgestuurde systeem of het gaat regenen in Londen, en de Hyundai antwoordt blindelings dat dat met een neerslagkans van 87 procent meer dan waarschijnlijk is. Precies op dat moment vallen de eerste druppels in de City.

Het interieur is prachtig. Vanuit de brede middenconsole spannen zich, enigszins Bentley-achtig, twee identieke bogen over de linker- en rechterzijde van het volledig digitale dashboard. De layout van het grote touchscreen met de tiptoetsen eronder is wat mij betreft de nieuwe maatstaf voor intelligente, omgangsvriendelijke schermarchitectuur. Dat geldt ook voor de normale schakelaars op de grotendeels verbekerhouderde middentunnel. De automaat bedien je met losse drukknoppen. Daarachter ligt binnen handbereik de bedieningscluster voor stuur- en stoelverwarming, stoelkoeling, camera’s en parkeersensoren. Een oude bekende is de onvolprezen Driver Only-functie voor het ventilatiesysteem, dat luchtstromen alleen laat blazen waar ze nodig zijn.

Cool zijn de digitale spiegels. Bij richting aangeven projecteren ze omgevingsbeelden aan linker- of rechterkant op het beeldscherm voor je. Zeker in de stad met veel nabij fiets- en wandelverkeer zijn ze een welkom extra paar ogen. Wel vraag je je af of de interieurontwerpers van Hyundai andere kleuren kennen dan grafzwart. De cabine zou, nu ze toch all the way gaan, enorm opfleuren van crème leer en een fout streepje wortelnotenhout.

De stekkerloze hybride met 180 pk turbomotor en 60 elektrische hulp-pk’s is met een verbruik van 1 op 15 geen hardcore spaarder. Maar later dit jaar zal de volledig elektrische Ioniq 5 die zonde uitwissen. Zijn kubistische ontwerp laat nu al duizend loftrompetten schallen en de fabrikant belooft dat hij met lichtsnelheid zal laden. Als hij net zo goed wordt als deze, breken er griezelige tijden aan voor Volkswagen, dat met ID.3 en ID.4 zijn kaarten heeft gezet op het segment waarin Hyundai vastbesloten lijkt de lakens uit te delen.