Parlement Sint Maarten beticht Nederland van racisme en dient klacht in bij VN

Koninkrijksrelaties Nederland stelt zich „neokoloniaal” en „racistisch” op bij het verstrekken van coronanoodsteun, vinden twaalf van de vijftien parlementsleden van Sint Maarten.
Een markt op Sint Maarten. Een deel van het parlement beschuldigt Nederland van racisime.
Een markt op Sint Maarten. Een deel van het parlement beschuldigt Nederland van racisime. Foto Tim van Dijk/ANP

Een deel van het parlement van Sint Maarten heeft bij de Verenigde Naties een klacht ingediend tegen Nederland vanwege schending van mensenrechten. Nederland zou zich volgens de indieners „neokoloniaal” en „racistisch” opstellen bij het verstrekken van coronanoodsteun. In een petitie vragen de Staten van Sint Maarten de VN-rapporteur voor racisme, discriminatie en xenofobie, Tendayi Achiume, een onderzoek in te stellen naar deze beschuldigingen. Doel is een nieuwe discussie op gang brengen over de banden met Nederland.

De parlementsleden wijzen op de economisch penibele situatie op het eiland vanwege de coronapandemie en de verwoestingen door het orkaanseizoen in 2017. „In plaats van Covid-noodhulp verlenen aan de voornamelijk zwarte Nederlandse bewoners van Sint Maarten in dezelfde mate en op dezelfde manier als Nederland haar voornamelijk witte bevolking helpt [...] heeft Nederland [het eiland] meer maatregelen en schulden opgelegd”, staat in de klacht die is ingediend bij de VN. Hierdoor zou het Sint Maarten onmogelijk worden gemaakt om schulden af te lossen en economische groei te realiseren.

Daarnaast zou staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA) Sint Maarten hebben gewaarschuwd voor „economische verwoesting” als het land niet akkoord zou gaan met de voorwaarden voor een coronanoodsteunpakket, zo is te lezen in de klacht. Nederland vroeg Sint Maarten in ruil voor ruim 30 miljoen euro coronanoodsteun hervormingen door te voeren om de economie en de samenleving van het eiland „duurzaam weerbaarder te maken”. Sint Maarten ging daarmee eind december akkoord.

‘Wij hebben niks te zeggen’

Drie door Nederland benoemde leden controleren in hoeverre de hervormingen worden gerealiseerd. Gebeurt dat onvoldoende, dan kan de financiering worden stopgezet. „We verwelkomen de hervormingen, met het grootste deel zijn we het eens. Maar er is een netelig ding: drie afgevaardigden gaan Sint Maarten runnen, en wij hebben niks te zeggen”, zegt een van de initiatiefnemers van de klacht en parlementslid Grisha Heyliger-Marten woensdag in het AD. „Het voelt weer als slavernij.”

De petitie is ingediend door twaalf van de vijftien leden van het Sint Maartense parlement, de andere drie zijn „fel tegen”. De tegenstanders wijzen erop dat de petitie de financiële hulp aan het eiland in gevaar brengt, hulp die veel inwoners nodig hebben voor medische bijstand of eten. Staatssecretaris Knops is „onaangenaam verrast” door de klacht, zegt hij in een verklaring. Die is volgens hem „niet te rijmen met eerdere verklaringen van dezelfde personen”. Verder stelt hij dat ingrijpen noodzakelijk is omdat „Sint Maarten op dit moment de eigen autonomie niet kan dragen”. Hij heeft de regering om opheldering gevraagd. Sint Maarten is een zelfstandig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden.