Stem omlaag en een pak aan: de vrouw als president in de film

Achtergrond | Vrouwelijke filmpolitici Elke feministische golf brengt zijn eigen filmpresidenten en -politici voort. Van de tien grootste partijen die meedoen aan de verkiezingen is de helft van de lijsttrekkers vrouw. Wat leren zij van de filmgeschiedenis?

Alfre Woodard als president Constance Payton in de serie ‘State of Affairs’ (2014-2015).
Alfre Woodard als president Constance Payton in de serie ‘State of Affairs’ (2014-2015). Foto Michael Parmelee / Getty Images

De eerste speelfilm waarin een vrouwelijke president ten tonele wordt gevoerd dateert nog uit het tijdperk van de stille film en heet toepasselijk The Last Man on Earth (1924). Hij speelt zich af in 1950 als een pandemie ten gevolge van het ‘masculitis’-virus elke vruchtbare man op aarde dodelijk treft, en er dus niks anders opzit dan een vrouw tot president van de Verenigde Staten te verkiezen.

Dat zijn drie dingen die 99 procent van alle films en series met vrouwelijke (minister-)presidenten in de hoofdrol gemeen hebben: ze zijn sciencefiction of Amerikaans. Of ze hebben een satirische insteek. En van het handjevol dat níét Amerikaans is, gaat de helft over Margaret Thatcher.

Film fantaseert, anticipeert en reflecteert op de mores van z’n tijd. Van de tien grootste partijen die dit jaar meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen is de helft van de lijsttrekkers vrouw. Wat leren zij van de filmgeschiedenis? In The Presidents We Imagine (2009) schrijft politiek journalist Jeff Smith dat het presidentschap een functie is die niet kan bestaan zonder dat we ons hem eerst hebben voorgesteld. En dat is bij uitstek de functie van film en televisie.

Voor een film die slechts kort na invoering van het algemeen kiesrecht voor vrouwen in de VS uitkwam, heeft The Last Man on Earth weinig te melden over het matriarchaat. De plot draait om de laatste man uit de titel, die in een hutje in het oerwoud wordt gevonden door een bende vrouwelijke gangsters. En voor je fantasie op hol slaat: hoewel een enkele plaatselijke censor bang was voor zedenbederf, is de film behoorlijk tam vergeleken met eerdere films die zich een wereld voorbij de traditionele genderrollen probeerden voor te stellen.

Klassiek is Alice Guy-Blachés korte spotfilm Consequences of Feminism (al uit 1906!). De crux ligt erin dat door het omdraaien van rolpatronen – Vrouwen delen de lakens uit, mannen staan ze achter de strijkplank op te vouwen – de angst wordt verbeeld dat feminisme nieuwe ongelijkheid zou brengen. Gesteggel met rolpatronen – carrière of kinderen? – vormt daarna de rode draad in films over vrouwelijke presidenten en politici.

First Gentleman

De VS kende met vice-president Kamala Harris’ echtgenoot Doug Emhoff in januari de primeur van de eerste ‘second gentleman’. In komedie Kisses for My President (1964) brengt de verkiezing van president Leslie Harrison McCloud (Polly Bergen) haar familieleven in de gevarenzone. Natuurlijk krijgt ze te maken met misogyne senatoren en mansplaining. Maar echtgenoot Thad (Fred MacMurray) steelt de show als hij, du moment dat ze het Witte Huis betrekken, tot zijn grote schrik bemerkt dat de rollen echt zijn omgedraaid. De film noemt hem ‘First Lady’, zo ondenkbaar is zijn positie. En geeft hem een frutselig feminien kantoor en slaapkamer (echtparen sliepen in Hollywoodfilms bij voorkeur nog in aparte bedden om de schijn van seks te vermijden).

Een oude vlam springt handig op de situatie in en biedt hem de job aan van vicepresident in haar internationale cosmeticabedrijf: nauwelijks minder ontmannelijkend. Ergens onderweg hervindt hij zijn libido, bezwangert zijn vrouw, die haar functie neerlegt. Eind goed al goed. Premier Jacinda Ardern van Nieuw-Zeeland, die na zes weken zwangerschapsverlof met haar pasgeboren baby een VN-vergadering bezocht: het is sciencefiction voor het bioscooppubliek van toen.

De filmgeschiedenis loopt nu eens voor het feminisme uit en hobbelt er dan weer achteraan. Elke feministische golf brengt zijn eigen vrouwelijke leiders voort. Echt ingeburgerd raakten ze pas eind 20ste eeuw met films als Air Force One (1997) of series als House of Cards (2013-2018) of Homeland (2011-2020): strak in het mannen- of mantelpak gesneden, bijna genderloze politieke robots met een kapsel als een helm.

Als late representanten van de derde feministische golf roepen ze een Anything you can do, I can do better-gevoel op; is vrouwelijk politiek leiderschap niet meer dan voortzetting van het patriarchaat met andere middelen?

Corrumperende macht

Meer in lijn met de intersectionele, vierde feministische golf zijn bijvoorbeeld de Deense dramaserie Borgen (2010-2013), met een hoofdrol voor premier Birgitte Nyborg (Sidse Babett Knudsen). Bij haar ging het om álle rollen die ze vervult, van partner tot politicus, en hoe die niet te scheiden zijn, en het grootste misverstand van patriarchale politiek is doen alsof dat wel kan. De momenten waarop ze ten prooi valt aan de corrumperende werking van macht zijn schrijnender en scherper dan bij al die mannelijke staatslieden die haar voorgingen, en wiens ondergang altijd impliciet heroïsch is.

Net als Nyborg is ook Constance Payton (Alfre Woodard) in serie State of Affairs (2014-2015), en de eerste vrouwelijke Amerikaanse president van kleur, een complex en volgroeid personage. Kathleen Taylor Kollman concludeert in haar studie If She Were President (2020) dat pas sinds de jaren negentig vrouwelijke politici in films en series complexe personages zijn; zie ook Olivia Pope in de serie Scandal (2012-2018).

Maar de beste vrouwelijke presidentskandidaat uit de filmgeschiedenis blijft Betty Boop. In animatiefilmpje Betty Boop for President (1932) neemt ze het op tegen de kleurloze en inwisselbare Mr. Nobody. Nee, dan Betty. In haar bijna communistisch aandoende Amerika worden straatvegers met limousines voorgereden en gaat voor iedereen de loper uit. Een ter dood veroordeelde krijgt op de elektrische stoel een make-over met een queer tintje. Want ja, het was 1932, Hollywood was nog niet helemaal ten prooi gevallen aan zelfcensuur.

Om serieus genomen te worden deed Betty Boop als president in spé wat Hillary Clinton, de fictieve Claire – ‘My turn’ – Underwood uit House of Cards en Elizabeth Keane uit Homeland na haar deden: een mannenpak aan en de stem een octaaf omlaag. En wat het land nodig had wist zij als geen ander: „A lot of heidi-ho, boop-a-doop, and chocolate ice cream.” Zo is het.