Ook polderpolitiek kan groot drama opleveren

Achtergrond | Nederlandse politieke films Het aantal vaderlandse films én series over politiek en verkiezingen is op de vingers van één hand te tellen. Waarom? Vier ervaringsdeskundigen proberen de vraag te beantwoorden.

Beeld uit ‘Vox Populi’, met Tom Jansen als meningsloze politicus die voortaan besluit te spreken met ‘de stem van het volk’.
Beeld uit ‘Vox Populi’, met Tom Jansen als meningsloze politicus die voortaan besluit te spreken met ‘de stem van het volk’. Foto Dinand van der Wal / Spaghetti Film

Vox Populi vormde in 2008, na Simon en Sextet, het laatste deel van regisseur Eddy Terstalls trilogie over de Nederlandse mores. Het was zelfs de bedoeling de zwarte komedie over een meningsloze Hans van Mierlo-achtige politicus (Tom Jansen) die dankzij een lompe kennis (Ton Kas) besluit voortaan met ‘de stem van het volk’ te spreken, uit te brengen vóór de Kamerverkiezingen. Maar de voortijdige val van het kabinet-Balkenende II ontnam de film dat momentum.

In Vox Populi wilde Terstall naar eigen zeggen „de ideeloosheid in Den Haag over de hele politieke breedte aan de kaak stellen. Ik bedacht het scenario na de enorme winst van Forza Italia van Berlusconi in 2001, toen het tweede paarse kabinet er nog zat. In de jaren daarna haalde de politieke werkelijkheid mij in en is de populistische rechtse partij Hup Holland Hup! in mijn film steeds meer op de PVV van Wilders gaan lijken, die begin 2006 werd opgericht.”

Terstall nam niet alleen rechts op de korrel, want ook links – vooral verbeeld door de Halsema-achtige Mira (Femke Lakerveld) – komt er in de film niet goed vanaf. „Het was grappig dat de politici bij de première vooral de grappen over de andere kant oppakten. Linkse aanwezigen prezen mij dat ik het rechtse populisme goed had aangepakt, rechts vond het goed dat ik eindelijk de linkse grachtengordel te kakken had gezet. Niemand keek in zijn eigen spiegel.”

Weinig polarisatie

De regisseur denkt dat Nederland – tot voor kort in elk geval – te weinig gepolariseerd was om makers te inspireren tot spannende politieke films. „Het gaat hier relatief goed in Nederland en over het algemeen hebben we vrij kleurloze leiders. Wat voor verhaal kan je nou vertellen over mensen als Kok of Balkenende? Kijk naar de felle politieke discussies in Engeland of Duitsland en je snapt ten dele waarom mensen als Ken Loach of eerder Fassbinder zo succesvol konden worden.”

Regisseur Hans Hylkema maakte in 1983 met scenarist Ton Vorstenbosch De mannetjesmaker, een drama over Ben Korsten, de eerste ‘spin doctor’ van Nederland. Hij stond in de jaren zestig veel KVP-politici bij en verwierf zo een flinke macht in Den Haag, maar uiteindelijk ging Korsten aan drugs, drank en loslippigheid ten onder. „Ik werd als jonge maker gegrepen door films als Z van Costa-Gavras en All the president’s men en meende dat ik zoiets ook in Nederland zou kunnen maken als ik maar het juiste verhaal vond”, vertelt Hylkema. De kracht van Korstens opkomst en ondergang was dat het verder reikte dan de politieke arena. „Politiek op zich is heel saai: de kijker gaat meeleven als de protagonist persoonlijk wordt geraakt door wat er in de politieke arena gebeurt.”

De regisseur deelt de mening van Terstall dat het drama in de nette Nederlandse polderpolitiek doorgaans ver te zoeken is. „Over het algemeen zijn politieke drama’s in de VS of het Verenigd Koninkrijk groter. In Nederland wordt het vertrek van een fractieleider of politiek kopstuk ook nauwelijks uitgemolken door de media.” Wat dat betreft kan de verharding van de politiek de afgelopen jaren een dankbare voedingsbodem voor jonge makers zijn, denkt Hylkema: „Over de toeslagenaffaire zijn bijvoorbeeld honderd indringende verhalen te bedenken.” Scenarist Frank Ketelaar en producent Robert Kievit, die recent Klem maakten, werken op dit moment inderdaad aan een serie over de structurele misstanden bij de Belastingdienst.

Hokjesdenken

Voordat hij eind 2004 werd vermoord, maakte Theo van Gogh een film én een serie die zich beide op het snijvlak van drama en politiek begaven: 06/05 en Medea. In beide producties belichtte Van Gogh de opkomst van een politicus die een ander geluid laat horen en de consequenties die dat voor ze heeft. „Je moet voor goed drama durven elementen te combineren die normaal niet worden gecombineerd, zoals in Medea een Griekse tragedie en de hedendaagse politiek”, stelt Gijs van de Westelaken, die beide titels produceerde. „Durf buiten de hokjes te denken – daar zijn we in de vaderlandse filmwereld niet zo goed in. Een fenomenale politieke serie als Borgen had zich net zo goed in Nederland als in Denemarken kunnen afspelen.”

Boris van der Ham vindt dat er iets fundamentelers aan de hand is. Hij studeerde als acteur in 1998 af aan de Toneelacademie in Maastricht, maar was ook tussen 2002 en 2012 volksvertegenwoordiger voor D66. „Scenarioschrijvers in Nederland hebben de calvinistische misvatting dat een realistische aanpak de waarheid blootlegt”, vindt hij. „Veel politieke series willen op bijna documentaire-achtige wijze de werkelijkheid naspelen: denk aan Den Uyl en Lockheed, De val van Aantjes of De Fractie. Juist in politiek Den Haag wordt, zeker tegenwoordig, alles al 24/7 op Big Brother-achtige wijze vastgelegd. Waarom zou je dat gaan nabootsen?”

Menselijke emoties

Van de Westelaken merkt dat er in Hilversum wel degelijk behoefte is aan politieke series. „Ik heb vaak genoeg ideeën geplugd waar dan heel enthousiast op wordt gereageerd. Maar het financieringssysteem in Nederland, met al zijn loketjes, is echt een handicap. Het duurt zo pakweg twee jaar voor een actueel idee is gerealiseerd: dan is doorgaans de urgentie weg.” Samen met Femke Halsema maakte de producent in 2015 en 2016 De Fractie, een dramaserie waarin wekelijks de actuele politieke ontwikkelingen werden verwerkt.

„Dat werkte helaas maar ten dele, we verloren het drama rond de personages te veel uit het oog. Mede daardoor werd het niet het succes waarop we hadden gehoopt.”

Film of toneel moet juist durven om boven het materiaal uit te stijgen, meent Boris van der Ham. „Veel stukken van Shakespeare gaan over politiek, maar daar ligt de focus niet op. Het gaat over jaloezie, vriendschap, liefde en lust – de menselijke emoties die ons drijven. Dát maakt een verhaal interessant. De eerste seizoenen van House of Cards vergrootten de werkelijkheid uit tot enorme proporties, maar legde paradoxaal daarmee juist de waarheid van de politiek bloot.”

Drie politieke films buiten Nederland:

Election: cynische kijk op politieke machinaties

Volgens regisseur Alexander Payne is Election (1999) de favoriete politieke film van voormalig president Barack Obama. Election beschrijft op satirische wijze de teloorgang van het democratische ideaal door manipulatie, eigenbelang en frustratie. Hoewel de film zich afspeelt op een highschool en gaat over de verkiezing van een president voor de leerlingenraad, is de wat cynische kijk op politieke machinaties toepasbaar op het hele (Amerikaanse) politieke bedrijf. Docent Jim McAllister (Matthew Broderick) zit in een midlifecrisis. Hij onderwijst jaar in, jaar uit hetzelfde en zijn huwelijk is steriel en kinderloos.

Hij reageert zijn frustratie af op Tracy Flick (Reese Witherspoon), een overambitieuze scholiere die meedoet aan de verkiezing met de slogan ‘Pick Flick’. McAllister – die seksuele fantasieën heeft over Tracy – dwarsboomt haar kandidatuur, jaloers dat zij haar doelen moeiteloos bereikt en bezorgd om het democratische gehalte. Er is geen tegenkandidaat, dus zorgt hij ervoor dat de naïeve Paul zich verkiesbaar stelt. Zijn lesbische zus Tammy besluit ook mee te doen, vooral uit wraak op haar voormalige vriendin, die het met Paul heeft aangelegd. Tammy staat symbool voor de populist. Tegenover een enthousiast publiek postuleert zij dat verkiezingen zinloos zijn: „Who cares about this stupid election anyway?” Vervolgens zit iedereen elkaar dwars, waarbij verkiezingsposters van de muur worden getrokken, kiezers gepaaid met cupcakes en er gefraudeerd wordt bij het tellen van de stemmen.

Het nihilisme van de film wordt bekrachtigd door de treurigheid van de personages, met name McAllister en Tracy. Van haar worden door haar moeder onmenselijke prestaties verwacht, maar niemand wil vriendjes zijn met zo’n streber. Het einde suggereert dat de eenzame Tracy niets rest dan een politieke carrière als assistent van een ouder Congreslid, tegen wie zij bewonderend opkijkt.

La conquête: komedie over wat politiek werkelijk is

La Conquête is uniek: een film over Nicolas Sarkozy’s mars door de slangenkuil naar het presidentschap in 2007. Frankrijk kent geen traditie van politieke films, zegt regisseur Xavier Durringer. Helaas, La Conquête bewijst dat de Franse macht zich prima leent voor komedie.

De film stamt uit 2011, toen Sarkozy nog in het Elysée zat en niet geamuseerd was – hoewel hij er nog redelijk vanaf komt. Want hoe zou zo’n film over Sarkozy in 2007 er nu uitzien? Nicolas Sarkozy is na een mislukte comeback onlangs tot huisarrest veroordeeld wegens omkoping van een rechter. Het Libische schandaal volgt nog: in 2007 zou Gaddafi Sarkozy’s campagnekas illegaal hebben gespekt met 50 miljoen dollar.

Dat was in 2011 niet bekend; La Conquête begint in 2003, als opportunistische gifkikker Sarkozy met rivaal Dominique de Villepin manoeuvreert om president Jacques Chirac op te volgen. De deftige Chirac en De Villepin kijken letterlijk op de kleine Sarkozy neer, zoals al die rijkere en lange klasgenoten die dit parvenu van Hongaars-joodse komaf in de elitewijk Neuilly-sur-Mer al wilde overtroeven. Dankzij die napoleontische geldingsdrang en met een populistische campagne won hij de hoofdprijs.

Politiek drama gaat over wat politiek wil zijn, komedie over wat politiek werkelijk is. La Conquête is komedie, met koddige Nino Rota-muziek en een running gag: de lunches waar Sarkozy wrokkig zijn bord leeg schrokt terwijl windbuil De Villepin hem met neerbuigende bonhomie toespreekt. Franse politiek blijkt een hengstenbal, Frankrijk is een vrouw: wie haar het meeste begeert, krijgt haar ook, zo meent ‘Sarko’. Een complicatie is wel dat zijn echtgenote en adjudant Cécilia juist als het Elysée binnen bereik is, valt voor een charismatische pr-man. Dat fnuikt Sarkozy’s gekoesterde imago van energiek machismo, De Villepin juicht: „Wie zijn vrouw niet de baas is, kan geen president zijn.” Dus zet Sarkozy alles op alles zodat Cécilia de schijn nog even ophoudt. Het is waargebeurd, zoals ook Sarkozy als opvliegende control freak touché is.

Hillary: een strijd met het eigen imago

Dat Hillary Clinton tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 naast een strijd met haar tegenstanders, een strijd voerde met haar imago, wordt meteen duidelijk in de vierdelige documentaire Hillary (2020). Hierin volgen we Clinton tijdens de voorverkiezingen, waarin ze het opneemt tegen Sanders, en tijdens haar verloren campagne tegen Trump. De eerste vraag die ze krijgt gaat over hoe mensen haar „onauthentiek” vinden, later komen associaties als onsympathiek en corrupt voorbij.

Regisseur Nanette Burstein combineert beelden die werden gefilmd tijdens Clintons campagne met archiefmateriaal en persoonlijke interviews, onder meer met Clinton zelf. Verder komen journalisten, medewerkers en naasten, onder wie Bill Clinton, aan het woord. En ondanks dat Hillary Clinton in de film geregeld de terughoudendheid vertoont waardoor ze als onoprecht wordt gezien, weet Burstein over te brengen dat het imago waar Clinton mee worstelt, ook een gevolg is van de verwachtingen waar ze als vrouw gedurende haar carrière aan moest voldoen. Zo horen we hoe ze in de voorverkiezingen van 2016 werd geframed als „conservatief die met de banken flirtte”. Terwijl ze, in de woorden van een journalist, daarvoor jarenlang als „enge, linkse feministe” werd gezien. Via archiefbeelden zien we hoe de jonge Clinton evolueerde van activistische student met jampotglazen en zelfgeknipt haar naar een pakkendragende dame die past binnen het establishment. En dat veel van Bill Clintons kiezers in die tijd niet zaten te wachten op een vrouw die haar eigen naam behield.

Haar wantrouwen in de pers, dat Clinton volgens sprekers in de film op een achterstand zette ten opzichte van de media bespelende Trump, wordt binnen een groter verhaal geplaatst. Zo zien we hoe ze in het verleden werd afgestraft voor spontaniteit, iets wat tegenwoordig juist van politici wordt verwacht. Ook haar worsteling met de in de pers breed uitgemeten beschuldigingen en de schandalen tijdens haar lange carrière en die van haar echtgenoot komt aan bod. Hillary toont goed hoe een politieke campagne ook gaat over aansluiting vinden bij heersende opvattingen.