Deze zomer met een coronapas op vakantie?

Toerisme De Europese Commisie wil met een digitaal reisdocument een veilig vakantieseizoen mogelijk maken. Realistisch of een onmogelijke opgave?

Een strand op Mallorca.
Een strand op Mallorca. Foto Joan Mateu

Denkt Kyriakos Mitsotakis aan de zomer, dan ziet hij dit: volle stranden, drukke veerboten, gezinnen die neerstrijken voor een drankje. In interviews maakt de Griekse premier voortdurend duidelijk dat hij er alles aan zal doen om een onvergetelijke zomer mogelijk te maken. „Mensen zullen willen reizen”, zei Mitsotakis onlangs tegen Bloomberg. „Het slaat nergens op dat niet te faciliteren. En wij willen het zo makkelijk mogelijk maken om naar Griekenland te reizen.”

Ook Rita Marques fantaseert alvast volop. De Portugese staatssecretaris van Toerisme vertelde de BBC vorige week dat haar land ‘snel’, bij voorkeur halverwege mei, de deuren open gooit. „Alles zal klaar staan om toeristen te verwelkomen zodra overheden hun toestaan weer te reizen.” Haar Spaanse collega sprak een vergelijkbare verwachting uit. „Wij geloven dat de zomer het begin van het einde van deze vreselijke ervaring moet worden”, aldus Fernando Valdes.

Overal in Europa ontkiemen ze: de zomerdromen. Met name Zuid-Europese overheden hebben de zomer al flink in de bol. Na een rampzalig 2020 zijn landen als Cyprus, Griekenland en Spanje vastbesloten niet nog een seizoen verloren te laten gaan. Maar zo snel als de zomer nadert, zo traag kruipen de vaccinatiecijfers omhoog. Europa is in een race tegen de klok verwikkeld als het gaat om afspraken over het massale volksritueel dat de zomervakantie normaal gesproken is. De ervaringen van vorig jaar zijn weinig hoopvol: terwijl relatief ‘afgelegen’ landen als Griekenland nauwelijks gasten ontvingen, droegen toeristenstromen in bijvoorbeeld Spanje juist bij aan de start van de tweede golf.

Lukt het Europa dit jaar wel om de zomer te redden? Of komt het seizoen te vroeg, en worden de vakantiedromen ingehaald door de realiteit?

Digitaal reisdocument

Deze woensdag presenteert de Europese Commissie haar voorstel voor een ‘groen certificaat’, een digitaal reisdocument dat een veilig vakantieseizoen mogelijk moet maken. Het meeste is al duidelijk. Op het certificaat wordt vermeld of iemand gevaccineerd is, recentelijk negatief getest, is of in het recente verleden een corona-infectie heeft doorgemaakt. Dat bewijs moet in de vorm van een QR-code overal in Europa gescand kunnen worden, het moet fraudebestendig zijn en de hoogste mate van gegevensbescherming hebben. Data worden niet centraal opgeslagen waardoor alle lidstaten zelf verantwoordelijk wordt voor het bewaren en controleren van de gegevens van hun burgers.

Het betekent ook dat lidstaten zelf mogen bepalen of ze ook vaccins erkennen die niet door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) zijn goedgekeurd, en dat ze daarnaast extra eisen kunnen stellen aan reizigers. Daardoor kan het gebeuren dat je met een Sputnik-vaccin Kroatië in kunt, terwijl je met een Pfizer-prik niet zonder meer naar Duitsland reist.

Het strand nabij de Turkse badplaats Aydin in de zomer van 2017 en vorig jaar eind mei. Foto Ozkan Bilgin/Getty Images

In de verte lonkt vanaf nu een soort Europees ‘gouden ticket’, naar een normaal vakantieseizoen. Maar in de praktijk zal het op z’n best een hulpmiddel zijn, waarbij alles afhangt van hoe goed lidstaten hun documentatie en organisatie op orde hebben.

Een prangende vraag is bijvoorbeeld of en hoe een doorlopen corona-infectie geregistreerd wordt. Over precieze voorwaarden, de ICT en de tijdlijn voor de ontwikkeling van het certificaat, is verder nog veel onzeker. Brussel wil dat de pas medio juni in gebruik kan worden genomen, wat minder dan drie maanden geeft voor praktische uitwerking én onderhandelingen met lidstaten en Europees Parlement. „Dit wordt een teleurstelling die je van mijlenver ziet aankomen”, zegt een EU-diplomaat. Een ander is positiever: „Als iedereen goede wil laat zien, kan het echt lukken. Maar ja: als.”

Uitgesproken kwade wil is er misschien nergens in Europa, maar het enthousiasme voor het snel optuigen van een reisbewijs is ook niet overal even groot. Duitsland en Frankrijk zijn terughoudend om al teveel op Europees niveau vast te leggen over wat mogelijk wordt met een certificaat. Fransen zijn kampioen vaccinscepsis, Duitsers hebben privacy-zorgen. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmes sprak zich eerder al scherp uit tegen het gebruik van het woord ‘vaccinatiepas’. „Voor België is er geen sprake van om vaccinatie te koppelen aan de vrijheid om zich in Europa te verplaatsen”, aldus Wilmes. De ‘groene pas’ is in de voorstellen inmiddels vervangen door het neutralere ‘certificaat’.

In een interview met de Oostenrijkse krant Der Standard wees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen vorige week op het „huiswerk” dat lidstaten nu zelf moeten doen, waarbij de Commissie louter de ‘digitale verknoping’ verzorgt. Als bewijs dat dit heus mogelijk is, verwees ze naar de overkoepelende structuur van corona-apps, waardoor inmiddels zestien nationale waarschuwingssystemen, waaronder het Nederlandse, op elkaar zijn aangesloten. Maar ook daaraan doen sommige landen niet mee, omdat ze kozen voor een afwijkend systeem. Of het lukt in sneltreinvaart 27 systemen aan elkaar te koppelen, valt nog te bezien.

Achter het ambitieuze plan zitten niet alleen zomerdromen, maar vooral grote economische belangen. Veel Zuid-Europese landen, en ook Oostenrijk, voerden de druk stevig op om met een Europese oplossing te komen. „Anders doet Oostenrijk het zelf”, aldus kanselier Sebastian Kurz half februari. Ook landen als Griekenland en Cyprus hebben eigen plannen voor vaccinatiebewijzen, bijvoorbeeld in samenwerking met Israël. „Ik ben heel optimistisch”, zegt ook een EU-diplomaat van een toeristenbestemming. „Want velen voelen de urgentie heel sterk. En anders komen we wel met een eigen certificaat.”

Het strand nabij de Turkse badplaats Edremit in de zomer van 2019 en vorig jaar eind mei.
Foto Ozkan Bilgin/Getty Images

Zomernachtmerrie

Een zomernachtmerrie is voor Brussel dan ook een lappendeken van verschillende regimes, waar willekeur regeert, discriminatie dreigt en van vrij reizen geen sprake is. Maar zelfs áls het lukt een eenduidig code-systeem op te tuigen, is de ongemakkelijke waarheid dat er grote verschillen zullen blijven binnen Europa. Tussen landen die een vaccinatie wel of niet als vrijgeleide beschouwen, maar ook tussen burgers die wel of niet de kans hebben gehad gevaccineerd te worden. Zorgeloos zal die zomer nog niet zijn.

Hoogleraar Luiza Bialasiewicz spreekt wel van een „veiligheidstoneelstuk”. „De Commissie wil hiermee laten zien dat ze veiligheid voor burgers kan garanderen. Maar de ongemakkelijke waarheid is dat dat alleen met restricties kan. We proberen iets Europees te harmoniseren, terwijl al het andere coronabeleid dat helemaal niet is. De vaccinatieprogramma’s verlopen soms zelfs per regio verschillend. Vrij reizen is in de EU gelijk voor iedereen, maar met een officieel vaccinpaspoort legitimeer je als overheid ongelijkheid.”

Bialasiewicz is als professor Europees Bestuur aan de Universiteit van Amsterdam verbonden, maar verblijft op dit moment in Rome. Op straat hoort ze het voortdurend: de zomer komt eraan, en dan komen de toeristen terug.

„We projecteren allemaal hoop op dit magische certificaat dat ons zal terugbrengen naar het normale leven. Maar het eerlijke verhaal is dat dat nog helemaal niet kan. Er is geen kortere route, hoe graag de toeristenindustrie dat ook wil.” Daartegenover staan in Brussel optimisten, die denken dat de verwachte versnelling in vaccinatiecampagnes meer mogelijk maakt dan op dit moment denkbaar is. „Wie weet”, zegt een EU-diplomaat. „Als er straks genoeg mensen gevaccineerd zijn, heb je die pas helemaal niet meer nodig.”