Meer waard dan Facebook voor beursgang: wat is Stripe voor bedrijf?

Stripe 95 miljard waard Het Amerikaanse betaalbedrijf Stripe wordt gewaardeerd op 95 miljard dollar, meer nog dan Facebook vlak voordat het naar de beurs ging. Wat voor bedrijf is deze concurrent van het Nederlandse Adyen?

Stripe is in 2010 opgericht door de Ierse broers Patrick (links) en John Collison, van wie de jongste, John, destijds rond de 20 was.
Stripe is in 2010 opgericht door de Ierse broers Patrick (links) en John Collison, van wie de jongste, John, destijds rond de 20 was. Foto: David Paul Morris/Bloomberg

In de financiële sector blijft het verwerken van online betalingen een hele lucratieve manier om geld te verdienen. Het nieuwste bewijs daarvan is de waardering van de Amerikaans-Ierse betaaldienstverlener Stripe.

Dankzij een injectie van investeerders van 600 miljoen dollar wordt Stripe nu gewaardeerd op 95 miljard dollar (bijna 80 miljard euro). Met die waardering lijkt het bedrijf meer waard te zijn dan de grootste bank van het Europese continent, BNP Paribas (65 miljard euro) en bijna twee keer zo veel als ING (47 miljard euro). Stripe zou bovendien hiermee volgens de Financial Times ook meer waard zijn dan Facebook voordat het socialemediabedrijf naar de beurs ging in 2012.

Stripe is in 2010 opgericht door de Ierse broers Patrick en John Collison, van wie de jongste, John, destijds rond de 20 was. Het bedrijf handelt betalingen af voor webwinkels, online marktplaatsen en andere bedrijven en vangt daarvoor voor elke transactie een vergoeding. Het is actief in 42 landen, waarvan 31 in Europa. Klanten zijn vaak andere snelgroeiende techbedrijven, zoals onder meer Zoom, Amazon en Uber. In Europa bekende klanten van Stripe zijn onder meer Booking (hotelboekingssite), Vinted (tweedehandskledingapp), Deliveroo (eetbezorgapp) en Catawiki (veilingsite).

Hoeveel geld aan transacties het in de Verenigde Staten gevestigde bedrijf momenteel verwerkt, is niet bekendgemaakt – omdat het bedrijf niet beursgenoteerd is, hoeft dat ook niet. In een persbericht heeft het bedrijf het over „honderden miljarden dollars per jaar”. Volgens een bron van de Financial Times zou het bedrijf al groter zijn dan het al wel op de beurs genoteerde Adyen. Dat verwerkte vorig jaar 303,6 miljard euro aan transacties, waarop een winst werd gemaakt van 261 miljoen euro. Op de beurs is de Amsterdamse betaaldienstverlener nu ongeveer 60 miljard euro waard.

Harde groei, snelle winsten

Waarom doen betaaldienstverleners zoals Adyen en Stripe het zo veel beter dan andere partijen in de financiële sector, zoals banken? Volgens Herman Spruit van adviesconcern Bain & Company is het simpelste antwoord: investeerders denken dat de onlinebetaalsector harder groeit en snellere winsten oplevert. Maar waar komt dat door?

De sector profiteert al jaren van de groei in online winkelen. Elke transactie meer betekent extra inkomsten voor de betaaldienstverlener, omdat die werken met vaste vergoedingen voor een transactie. Daarmee zijn hun inkomsten veel zekerder dan van een bank, die dankzij hun afhankelijkheid van de rentestand voor hun inkomsten nu enorm veel moeite hebben geld te verdienen. De rente staat immers al heel lang heel laag.

De groei heeft nog eens een extra duw gekregen door de wereldwijde lockdowns als gevolg van de coronapandemie. Stripe zou naar eigen zeggen sinds het begin alleen al in Europa 200.000 nieuwe klanten hebben mogen verwelkomen.

Betaaldienstverleners zoals Adyen en Stripe zijn zo gebouwd dat ze die groei goed aankunnen. „Betaalbedrijven hebben zeer schaalbare systemen”, zegt fusie- en overnamespecialist Jorg Quapp van KPMG. „Daardoor is voor groei relatief weinig extra investering nodig als je dat vergelijkt met banken, waardoor hun groei goedkoop is. Daarom is de waardering op de beurzen ook zo hoog ten opzichte van banken.”

De toezichtsregels zijn tot nu toe voor betaalbedrijven ook gunstiger dan voor banken. Omdat ze in principe het geld van consumenten niet vasthouden maar direct doorgeven aan hun klanten, hoeven betaaldienstverleners veel minder kapitaal opzij te zetten. Ook is het door de minder strenge regels makkelijker voor betaalbedrijven om over de grens heen te groeien dan voor banken, zegt Spruit van Bain & Company. En hoewel ze ook aan antiwitwasregels moeten voldoen, lijkt klantenscreening voor dit soort techologiebedrijven makkelijker en goedkoper te regelen dan voor banken die te maken hebben met verouderde systemen en klantdossiers. Ook dat maakt groeien voor een betaaldienstverlener goedkoper.

Heel veel aanbieders

Stripe gelooft erin dat de komende jaren online betalen een nog grotere vlucht neemt. Met het bij investeerders opgehaalde geld wil het bedrijf vooral in Europa groeien vanuit het regionale hoofdkantoor in Dublin.

Maar daarmee is het niet het enige bedrijf dat wil profiteren van de enorme groei van online betalen. Alleen Nederland kent naast Adyen al meerdere over de grens actieve betaaldienstverleners met Buckaroo, Mollie en Online Payment Platform.

De vraag is of die grote hoeveelheid betaaldienstverleners op de lange termijn houdbaar is. De vergoedingen per transactie zijn laag. Hoe groter de hoeveelheden transacties die worden verwerkt, hoe hoger de winstmarge. Het is dan ook niet gek dat in afgelopen jaren in de sector al flink wat overnames hebben plaatsgevonden. Zo kocht het Deense Nets het Italiaanse Nexi, fuseerde in Frankrijk Ingenico met equensWordline en kocht Buckaroo recent zijn eveneens Nederlandse concurrent Sisow.

Lees meer over onlinebetaalbedrijven: Voor het Chinese Ant gaan strengere regels gelden. En voor andere onlinebetaalbedrijven?

Veel betaalbedrijven zoeken daarnaast naar andere inkomsten dan transactiefees om hun voortbestaan te verzekeren. Partijen als Adyen en Stripe adviseren hun grote klanten al over wat wel en niet werkt in webwinkels. De kennis hebben ze dankzij de enorme hoeveelheden transacties die ze verwerken. „Betaalbedrijven kunnen zien wat winkeliers doen en wat consumenten doen, en dat vertalen in diensten”, zegt Spruit van Bain & Company. „Je kan dan denken aan informatie over welke producten het op welk tijdstip goed doen.”

Betaalinstellingen kunnen volgens betaalexpert Paul Koetsier van KPMG ook groeien door bijvoorbeeld zakelijke leningen te gaan verstrekken. „Zo kunnen betaalbedrijven bijvoorbeeld bedragen eerder uitbetalen aan hun winkeliers in de vorm van een lening, een winkelier ontvangt dan eerder haar geld.”

Maar volgens Spruit zullen betaaldienstverleners niet zo snel zelf snel leningen gaan uitgeven. „Dan ben je meteen meer een bank met alle toezichtsgevolgen van dien”, aldus Spruit. „Wat betaalbedrijven wel willen worden, is een soort handelshuis voor de betaaldata. Zij zien aan transacties hoe een klant het doet, en die kennis kunnen ze verkopen aan de feitelijke kredietverleners.”

Ook Stripe kijkt al uitgebreid naar andere diensten dan betaaltransacties. In de VS biedt het bedrijf zijn klanten al leningen aan. En die komen niet op de eigen balans te staan, maar bij een anonieme partnerbank. Verder verhuurt Stripe zijn klanten fysieke betaalapparaten en kunnen klanten een directe aansluiting krijgen van hun ontvangen betalingen op hun boekhoudsystemen. Maar daarmee is het bedrijf niet uniek. Adyen biedt veel van de dezelfde diensten ook aan. En banken voor een deel ook. Het is dan ook afwachten of Stripe, maar ook de andere betaalbedrijven, op de lange termijn allemaal die miljardenwaarderingen waard zijn.