Mediaminister Slob: ‘Veelverdieners in Hilversum zijn een uitstervende soort’

Omroepbeleid Mediaminister Arie Slob en NPO-bestuursvoorzitter Shula Rijxman nemen afscheid en blikken terug. „Lineair is lévend. Dat blijft het fundament van de omroep.”

Minister Arie Slob (Media, Christenunie) met rechts naast hem NPO-bestuursvoorzitter Shula Rijxman tijdens een werkbezoek aan de publieke omroep in Hilversum op 27 januari 2020.
Minister Arie Slob (Media, Christenunie) met rechts naast hem NPO-bestuursvoorzitter Shula Rijxman tijdens een werkbezoek aan de publieke omroep in Hilversum op 27 januari 2020. ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ ANP

Komend seizoen nemen ze allebei afscheid, Arie Slob en Shula Rijxman. Als mediaminister is Slob bijna vier jaar lang verantwoordelijk voor het omroepbeleid. Als bestuursvoorzitter van de NPO moest Shula Rijxman vijf jaar lang de Haagse hervormingsplannen afweren of ombuigen. In een tweegesprek via Rijksvideo kijken zij terug op vier jaar omroeppolitiek.

Het gaat erg goed, vinden ze allebei, mede dankzij de coronacrisis, die veel extra kijkers naar de publieke omroep bracht. Slob: „In coronatijd heeft de publieke omroep bewezen wat een sterk merk het is, en hoe goed ze de publieke taken kan uitvoeren. Niet alleen keken veel mensen, ze gaven ook hoge cijfers voor betrouwbaarheid.”

Als zijn grootste prestatie beschouwt Slob het terugdringen van de reclame op de publieke zenders. Slob: „Toen ik in 2017 begon, werd ik geconfronteerd met flink tegenvallende reclame-inkomsten, waardoor ik genoodzaakt was de bijdrage aan de omroep flink te verlagen. Dat deed ik met pijn in het hart, maar dat gaf wel de aanzet om de omroep reclameluw te maken. Wanneer de reclame-inkomsten gaan schommelen, wordt het omroepbudget instabiel. Bovendien past reclame niet goed bij de publieke omroep. Daarom besloot ik een knip te maken om acht uur.”

Rijxman: „Op zich was ik wel voor, maar dan wil ik het wel gecompenseerd zien.”

Slob: „Ik heb meteen gezegd dat ik open stond voor alternatieven. Toen kwam Shula met een plan wat me acceptabel was.”

Rijxman sprak met Slob af vanaf volgend jaar de reclame geleidelijk te halveren. Dat kan flink in de inkomsten schelen. Slob voegde eerder 40 miljoen aan de begroting toe, hij verwacht dat dit genoeg is om het gat te dichten. Zo niet, dan is de vraag voor hun opvolgers: wie gaat het compenseren, Hilversum of Den Haag? Rijxman: „We vertrouwen erop dat de tekorten aangevuld worden.”

In een advies aan de minister stelde de Raad voor Cultuur onlangs dat de omroep een ‘digitale agenda’ ontbeerde. Pijnlijk, want uw voornaamste doel was om de omroep ‘toekomstbestendig’ achter te laten.

Rijxman; „Die opmerking bevreemdt mij, want we zijn enorm actief online. We hebben veel kanalen op YouTube; NPO Start [de dienst voor uitgesteld kijken] heeft drie miljoen unieke bezoekers per week; en we zijn een experiment begonnen met NPO Luister, voor online radio en voor podcasts.”

Slob: „En je moet niet vergeten dat er nog heel veel lineair wordt gekeken.

Rijxman: „Lineair is lévend. Dat blijft het fundament van de omroep.”

Slob: „Het is wel belangrijk dat de omroep online vrijer kan bewegen. Daarom moet er flexibiliteit in de programmering komen. Ik heb daar in de wet meer ruimte voor gegeven.”

Tegelijk geldt nog altijd het dictaat dat de losse omroepen hun programma’s moeten laten zien op NPO Start, en niet zomaar elders.

Rijxman: „We moeten wel één duidelijk herkenbaar platform hebben. Als je allemaal een eigen merk gaat voeren, raken we versnipperd. Overigens hebben we inmiddels tientallen YouTube-kanalen, ook van losse omroepen, dus het valt wel mee met die strengheid.”

Een mooie dure serie maken met Netflix, zoals andere Europese publieke omroepen dat doen, zit er nog steeds niet in. Vanwaar die weerstand?

Rijxman: „Maar we zijn bezig met een experiment met vijf series!”

O ja? Met Netflix?

Rijxman: „We zijn in gesprek met meerdere partijen, ook met Netflix. Laten we niet vergeten dat het om belastinggeld gaat, dat kun je niet zomaar aan een private partij geven.”

Dat gesprek duurt inmiddels al een paar jaar, tot nu toe zonder resultaat.

Slob: „Ik denk dat vooral de publiek-private samenwerking tussen Nederlandse media belangrijk is. We zijn maar zo’n postzegel op de wereldkaart. Wil je overeind blijven in de internationale mediamarkt, kun je beter samenwerken. Maar ik merkte dat er nauwelijks onderling gesproken werd. Daarom heb ik ‘mediatafels’ opgezet, waaraan vertegenwoordigers van media met elkaar in gesprek raakten.”

De tv-kijker vergrijst. Jaar in, jaar uit neemt de omroep zich tevergeefs voor om meer jongeren te winnen.

Slob: „Het is zeer belangrijk om jongeren te bereiken; jongeren binden zich gewoon minder makkelijk. Maar ik zie bijvoorbeeld dat NOS Stories op de sociale media het heel goed doet; dat is heel belangrijk om jongeren te bereiken.”

Rijxman: „We bereiken ook veel jongeren, bijvoorbeeld met platforms als NPO3.nl, NOS op 3, FunX.”

Ik zou trots zijn als de logo’s weer op de wagens kunnen

Shula Rijxman, NPO-bestuursvoorzitter

Er zijn nog altijd weinig mensen met een niet-westerse achtergrond op tv.

Slob: „Als ik kijk naar Op1, dan zie ik toch behoorlijke diverse tafels. Maar de omroep zal zich hiervoor moeten blijven inzetten.”

Rijxman: „We hebben met alle omroepen een akkoord gesloten om te werken aan meer culturele diversiteit. Dat zijn keiharde, concrete afspraken.”

Hoe concreet? Zijn er quota, streefdata? Boetes?

Rijxman: „Nee, dat niet. Maar het kan wel zo zijn dat een nieuw programma niet wordt uitgezonden als de streefdoelen op dat gebied niet worden behaald. Ik heb er het volste vertrouwen in dat alle omroepen zich hiervoor willen inzetten.”

Een terugkerend thema in de Tweede Kamer is de topsalarissen in Hilversum – waarmee de Wet normering topinkomens (WNT) wordt geschonden of omzeild. De minister liet herhaaldelijk blijken hoe gefrustreerd hij was dat niet te kunnen beheersen…

Rijxman: „Iedereen die bij de publieke omroep werkt, houdt zich aan de WNT.”

Maar er zijn nog altijd presentatoren die meer verdienen.

Rijxman: „Dat zijn mensen wier lopende contracten nog onder de oude regeling vallen, maar dat zijn er nog maar drie.”

Slob: „Ik heb de maximum bestuurderssalarissen van de kleinere omroepen verlaagd.”

Waarom heeft u de ‘sjoemelconstructie’ niet aangepakt – de praktijk van presentatoren om de WNT te omzeilen door zich te laten uitbetalen via een productiebedrijf?

Slob: „Dat blijft ingewikkeld; presentatoren hebben de ruimte om voor een bedrijf te werken en daar inkomsten uit te halen. Er zullen altijd wel dat soort constructies worden bedacht. Waar het om gaat is dat de veelverdieners in Hilversum een uitstervende soort zijn, en dat is een goede zaak.”

Journalisten van de omroep liggen onder vuur. De NOS verwijderde, na bedreigingen, de logo’s van de satellietwagens. Wat gaat u daar aan doen?

Rijxman: „Onze mensen ontvangen bijna dagelijks bedreigingen. Ik vind dat onacceptabel. Zonder vrije pers is er geen democratie. We doen alles wat we kunnen om onze mensen maximale protectie te geven. Verder moeten we blijven uitleggen aan de kijkers hoe wij ons journalistieke werk doen.”

Slob: „We hebben het Meldpunt PersVeilig opgericht. En we hebben het protocol ‘Agressie en geweld tegen journalisten’ opgesteld, dat onder meer voorziet in altijd aangifte doen, sneller optreden, en een hogere strafmaat.”

Rijxman: „Ik zou trots zijn als de logo’s weer op de wagens kunnen.”

De plannen van Slob

1. Minder reclame

Het plan

Toen minister Arie Slob in 2017 begon, lag er een onverwachte rekening op zijn bureau: een gat in de begroting door de tegenvallende reclame-inkomsten van de publieke omroep. Hierdoor kwam hij tot het inzicht dat de omroep te afhankelijk was van de grillige reclamemarkt (200 miljoen euro op een begroting van 800 miljoen) en er beter mee kon stoppen. In 2019 kwam Slob met het plan om reclame voor acht uur ’s avonds te verbieden.

Wat kwam ervan terecht?

Hilversum protesteerde omdat dit te veel inkomsten zou schelen. Slob liet hierop zijn plan vallen en onderschreef het alternatief: geen reclame meer online en rond kinderprogramma’s. Verder wordt het aandeel reclame op tv (nu 10 procent) vanaf volgend jaar stapsgewijs gehalveerd. Dat er minder reclame komt, is aangenaam voor de kijkers. Een succes dus voor Slob. Maar hoeveel inkomsten loop je mis? En wie gaat dat aanvullen? Het einde van de online- en kinderreclame scheelt niet zoveel: zo’n 12 miljoen. Wat de halvering van alle tv-reclame betekent, is onbekend omdat dit nog nooit is gedaan. Vermoedelijk stijgt de prijs per minuut, zodat je in minder zendtijd relatief meer verdient. De halvering in tijd betekent dus niet meteen halvering van de inkomsten. Maar het gaat hoe dan ook tientallen miljoenen schelen. Als daardoor de bijdrage aan de omroep omhoog gaat, betalen de belastingbetalers ervoor. Als het toekomstige kabinet besluit om het verlies niet te compenseren, dan draait de omroep er zelf voor op. Dat betekent bezuinigen.

2. Minder leden

Het plan

Wie op de publieke zenders wil, moet een minimum aantal leden hebben. Die worden eens in de vijf jaar geteld. Hoe meer leden, des te groter het budget. Leden gelden als maatstaf voor het sociale draagvlak van de omroepen, die geacht worden ieder een specifiek volksdeel te vertegenwoordigen.

Maar de omroepen hebben steeds minder leden. Minister Slob nam zich voor daar iets aan te doen.

Wat kwam ervan terecht?

De drie aspirant-omroepen WNL, PowNed en Human dreigden de ledendrempel van 150.000 leden niet te halen. WNL en PowNed zijn ooit aan het bestel toegevoegd als rechts tegengeluid voor het vermeend linkse overwicht in Hilversum. Dat moest worden behouden, vond het parlement. Dus heeft Slob voor hen de ledendrempel drastisch verlaagd, naar vijftigduizend.

Dat maakt de leegloop van leden minder urgent, maar lost die niet op. Lid worden van een vereniging is uit de tijd, zo vindt ook Slob, dus het aloude ledentellen voldoet niet meer om de achterban van een omroep te peilen. Je kunt draagvlak beter op andere manieren meten. Maar hoe? Aantal volgers, abonnees of likes? Dat zou eerlijker zijn voor omroepen die zich vooral online doen gelden, zoals PowNed. Aantal kijkers? De impact van programma’s? Over de invulling hiervan is het ministerie zich nog aan het beraden. Ook dit laat Slob dus aan zijn opvolgers over.

3. Meer toezicht

Het plan

Het toezicht op de publieke omroep is te versnipperd, vond Slob. Hij wilde alle toezichtstaken bij één organisatie leggen: het Commissariaat voor de Media.

Wat kwam ervan terecht?

De visiebrief met het voorstel was in 2019 nog maar net de deur uit, toen bleek dat de toezichthouder zelf in ernstige problemen verkeerde. Er werd binnen de organisatie, kort gezegd, onzorgvuldig met de mensen en de middelen omgesprongen.

Adviesbureau van de overheid, ABDTOPconsult, concludeerde in de maanden daarna dat de toezichthouder niet was toegerust op een breder takenpakket. Sterker, de organisatie verloor aan gezag.

Minister Slob voerde een reeks veranderingen door. Zo stelde hij twee nieuwe commissarissen aan, bestuurslagen en wachtgeldregelingen werden geschrapt. Vanaf juli dit jaar wordt het takenpakket van de organisatie verder uitgebreid – al is nog niet precies duidelijk hoe. Het Commissariaat zal onder meer gaan toezien op de salarissen van presentatoren.

Behalve het CvdM krijgt ook de ombudsman van de publieke omroepen een zwaardere rol. Vanaf juli mag zij zich over veel meer programma’s van de publieke omroep uitspreken dan tot op heden. Zo vallen consumentenprogramma’s als Radar vanaf de zomer ook onder haar mandaat.

4. Meer regio

Het plan

Minder reclame, meer regio: dat waren de speerpunten uit Slobs mediaplan. Voor die thema’s formuleerde de minister zijn meest concrete en ook meest verregaande plannen. Regio-journalistiek moest een plek krijgen op landelijke televisie. Sterker nog: in 2019 kondigde Slob aan dat hij jongerenzender NPO3 helemaal vrij wilde maken voor regio-tv.

Wat kwam ervan terecht?

In 2019 kwam er eerst een proef met ‘regiovensters’: regionale televisie, afgestemd op de plek waar de kijker woont. Zo kregen inwoners van Friesland na het Zesuurjournaal op de landelijke zender een bulletin te zien dat was gemaakt door Omrop Fryslân, terwijl tv-kijkers in Gelderland een uitzending zagen van Omroep Gelderland. Na drie maanden concludeerde de minister dat een dergelijke constructie te duur en te ingewikkeld is.

Ook Slobs plan om van NPO3 een regio-zender te maken sneuvelde. Behalve oppositiepartijen, die vreesden dat de publieke omroep daarmee de jeugd helemaal zou verliezen, liet de Raad voor Cultuur weten er „geen heil” in te zien. De regionale omroepen uitten eveneens hun bedenkingen: zelfs zij zagen het nut en de noodzaak van het vullen van een volledige landelijke zender niet in.

Wat overblijft is alsnog een fors blok regio-tv op de landelijke zenders. Sinds januari zendt NPO2 een dagelijks regionaal journaal uit, gevolgd door twee uur tv uit de regio.

5. Minder salaris

Het plan

De „hoge beloningen” bij de omroepen noemt minister Slob bron van „toenemende ergernis” . En omdat er van „zelfreinigend vermogen” de afgelopen jaren geen sprake is gebleken, beloofde hij dat de topsalarissen in Hilversum zouden worden aangepakt.

Wat kwam ervan terecht?

Tot eind vorig jaar gold voor iedere omroepbestuurder hetzelfde maximum salaris: de WNT-norm, 201.000 euro in 2020. En dat vindt Slob „niet goed uit te leggen”. De minister maakt nu onderscheid naar grootte. Sinds januari verdienen 25 van de 40 omroepbestuurders tienduizenden euro’s minder. Zo zakte het salaris van Dominique Weesie van PowNed van 188.000 naar 148.000 euro per jaar. De NTR valt in de B-categorie (maximaal 176.000 euro). Bestuurders van Omroep MAX verdienen niet meer dan 193.000 euro (categorie C). De bestuurders van de vier grote omroepen hoeven niets in te leveren (categorie D).

Overigens veranderde Slob formeel niets aan de situatie bij de presentatoren. Sinds juni 2017 geldt voor hen een maximum salaris, maar in 2019 waren er nog altijd acht presentatoren die meer verdienden. Zij zijn omstreden, omdat er vermoedelijk veel meer dan acht presentatoren te veel verdienen, dankzij constructies met eigen productiebedrijven.