Reportage

Ging deze noordelijke ‘Don Quichot’ grenzen over met zijn strijd tegen de windmolens?

Omstreden windmolenparken Twee mannen staan vandaag voor de rechter om hun strijd tegen windmolens. Gingen zij te ver? „Ik stop pas als de laatste verdwenen is.”

Windmolenpark bij het Groningse Meeden.
Windmolenpark bij het Groningse Meeden. Foto Sake Elzinga

Woensdag 19 juni 2019. Een zonnige ochtend in de Gronings-Drentse Veenkoloniën, als even voor acht uur ’s ochtends een pakketbezorger van DHL in het kantoor van boekhouder Jan Nieboer (63) staat. „Goedemorgen, bent u meneer Nieboer?”, vraagt hij. Terwijl Nieboer bevestigend antwoordt, stormen acht politieagenten met bivakmutsen zijn kantoor binnen.

Maanden werden Jan Nieboer – die met zijn volledige naam genoemd wil worden – en Jan H. (60) gevolgd en afgeluisterd. Ze waren frontman van verzetsgroepen die jaren streden tegen de komst van twee windmolenparken aan de provinciegrens van Groningen en Drenthe. Jan Nieboer deed dat voor Platform Storm, Jan H. voor Storm Meeden. Beide Jannen werden opgepakt en verdacht van betrokkenheid bij het dumpen van asbest en het versturen van dreigbrieven. Dinsdag verschijnen ze voor de rechtbank in Assen.

Het verzet tegen de 80 windmolens begon rond 2010 met wat protestdoeken in de tuinen en posters achter de ramen van tegenstanders. Maar de acties escaleerden snel: In de maïsvelden van windboeren werden betonnen blokken met ijzeren stangen en opgehangen kettingen gevonden, een schuur vloog in brand en er werden 34 dreigbrieven verstuurd naar lokale aannemers, bestuurders en bedrijven die betrokken waren bij de bouw van de windmolenparken. Twee aannemers stopten met hun werkzaamheden nadat ze een dreigbrief ontvingen.

En daar bleef het niet bij. In 2019 werd bij bedrijven die meewerkten aan de parken asbest gedumpt. Tot driemaal toe. Een zwaar delict volgens het strafrecht, waar maximaal twaalf jaar cel opstaat, omdat asbest kankerverwekkend is.

Lees ook het interview met de windboeren:‘Stevige actie tegen windpark, prima. Maar dan wel met legitieme middelen’

Nieboer ontkent elke betrokkenheid. „Mensen in mijn omgeving zeiden dat die Nieboer er wel meer van wist”, zegt Nieboer in zijn kantoor op een industrieterrein in Nieuw-Buinen. „Ik wist veel van wat er speelde, maar weet niet wie de veroorzakers zijn van alle acties.”

Dunbevolkte weilanden

Jarenlang aasden vertegenwoordigers van energiebedrijven op de uitgestrekte en dunbevolkte weilanden in de Veenkoloniën, als plek voor hun windmolens. In pak en met hun visitekaartjes in de hand belden ze bij boeren aan om te vragen naar de beschikbaarheid van hun land. Maar, dachten deze boeren, als energiebedrijven hier windmolens kunnen plaatsen, dan kunnen we dat zelf ook.

Rond 2010 werden de plannen van de boeren bekend. De windmolenparken zouden de afspraken met het Rijk over hernieuwbare elektriciteit een enorme duw geven. Op dat moment stond er één windmolen in Drenthe. De boeren beloofden met het windmolenpark de regio, die bekendstaat als krimpgebied, financieel vooruit te helpen. Jaarlijks komen er tonnen euro’s vrij voor de naastgelegen dorpen. „Een bottom-up windpark”, noemde een van de boeren het plan in NRC.

Zodra de plannen bekend werden, kwam een groep bewoners in verzet. Ze vonden dat er achter hun rug om over de windmolens werd besloten en ze te weinig inspraak hadden.

De windmolens blikkeren nu aan de horizon. Sommige nog in aanbouw, maar tientallen windmolens zijn al te zien vanuit de achter- en voortuinen in dorpen als Eerste Exloërmond, Tweede Exloërmond en Gasselternijveenschemond. Aan de Groningse kant van de grens staan 35 windmolens, aan de Drentse kant 45 – met een tiphoogte van 210,5 meter.

„Een autochtone Veenkoloniaal”, noemt Jan Nieboer zichzelf. Hij is er geboren en altijd blijven wonen, vanwege „de rust en de openheid van het gebied”. De windmolens, die „vernielen het landschap en het uitzicht”, zegt Nieboer. Toen hij van de plannen in 2010 hoorde, begon zijn verzet.

Dat speelde zich grotendeels af in de rechtbank. Viermaal troffen Nieboer en de windboeren – een groep van zo’n honderd boeren uit het gebied – elkaar bij de Raad van State in Den Haag. Nieboer gooide alle registers open om de windmolens tegen te houden: de plannen en aanlegvergunningen zouden incorrect zijn, de windmolens zouden de vogeltrek schaden, leiden tot overlast bij bewoners vanwege slagschaduw en laagfrequent geluid en zorgen voor waardedaling van de huizen. Maar viermaal ging de hoogste bestuursrechter niet mee in de bezwaren. De parken mochten worden gebouwd.

Buiten de rechtbank verhardden de acties. Lokale en regionale bestuurders werden op posters afgebeeld als nazibeulen, toenmalig Gronings gedeputeerde William Moorlag (PvdA) kreeg een stinkbom in zijn auto. Twee aannemers stopten met de bouw van de windmolenparken na het ontvangen van dreigbrieven en bij Delfzijl en Muntendam werd asbest gedumpt – waar aannemers die ook de windmolens aanlegden aan het werk waren.

De Veenkoloniën waren van oudsher een wingewest; eerst turf, daarna gas en zout. En nu moesten er tientallen windmolens komen. „Als ze rommel kwijt moeten, zijn wij het wingewest”, zei wethouder Co Lambert (GroenLinks) van de Drentse gemeente Aa en Hunze tegen Dagblad van het Noorden.

Jan Nieboer voor in aanbouw zijnde windmolenpark bij het Drentse Nieuw Buinen. Foto Sake Elzinga

Intussen zocht Nieboer de media op. Op de landelijke radio en voor de regionale camera’s sprak hij veelvuldig over „de oorlogssituatie” in het gebied en bewoners „die handgranaten en semtex” hadden klaarliggen. Of hij daarmee bewust olie op vuur gooide? Integendeel, zegt Nieboer. „Ik waarschuwde voor de weerstand en de frustratie onder de bewoners en gaf door wat ik hoorde, net als een journalist.” Maar van wie hoorde hij het dan? „Ik kende de mannen niet”, zegt hij. „Ze zeiden het op de markt in het voorbijgaan.” Tot nu toe zijn er geen handgranaten en semtex in het gebied gevonden.

Wat een drokte

Op de ochtend dat beide Jannen werden opgepakt, kwam bewoner Jan van der Laan tijdens zijn dagelijkse ritje in zijn scootmobiel ‘Tiger 4’ aangereden bij de snackbar in Meeden. „Wat een drokte, ja”, zei hij toen tegen NRC over de drie aanwezige politieagenten en een cameraploeg in het verder uitgestorven dorp. Op dat moment was nog onbekend wie er opgepakt waren. „We weten allemaal wie het zijn”, zei Van der Laan. Maar erover praten wilde hij – net als de meeste andere bewoners – niet. „Proaten doun we hier nait”, zei hij in plat Gronings en trok op zijn scootmobiel verder het dorp in.

Nog twee anderen werden gearresteerd. Een man uit Nieuw-Buinen, met een drukkerij, die te maken zou hebben met de dreigbrieven, en een vrouw uit Emmen, waar bijeenkomsten van Platform Storm werden gehouden. Beiden werden al snel vrijgelaten.

Zes weken zat Nieboer in voorarrest. De tijd kwam hij er goed door, zegt hij. Hij las wat, sportte en werd af en toe aangezien voor de gevangenisdirecteur omdat hij altijd een pak droeg. „Ik heb weinig anders”, lacht hij. Jan H. bleef langer in voorarrest. In tegenstelling tot Nieboer werd hij verdacht van het actief deelnemen aan de asbestdumpingen – zijn dna was gevonden op tie-wraps bij de asbestdumpingen.

Lees ook: Windmolens? ‘Dit is onze Brexit’

Vrije voeten

Maar na zes maanden mocht hij zijn zaak op vrije voeten afwachten. Het Openbaar Ministerie had onvoldoende bewijs dat H. zelf het asbest zou hebben gedumpt en trok die verdenking terug. Ook bleven nieuwe aanhoudingen uit. Zo begint dinsdag de strafzaak tegen beide Jannen met de vraag of het OM voldoende bewijs heeft om beide Jannen te veroordelen.

De enige die nu veroordeeld is voor de windmolenacties is Hans S. – hij bekende in 2016 kerstkaarten naar de windboeren te hebben gestuurd met daarop de tekst ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wat staat er morgen in de brand?’. S. kreeg een voorwaardelijke celstraf van vijf dagen. Na de aanhoudingen van Jan Nieboer en Jan H. zijn er geen dreigbrieven of andere verzetsacties meer geweest in het gebied.

Nieboer was na zijn vrijlating snel aanwezig bij informatiebijeenkomsten over de komst van de windmolenparken. Ook verscheen hij in oktober weer bij de voorzieningenrechter, met een recente uitspraak van het Europees Hof in de hand probeerde hij weer de komst van de windmolens te voorkomen.

Aan stoppen denkt hij niet. „Ik stop pas als de laatste windmolen hier verdwenen is.” Zijn verzet vindt hij niet onsuccesvol. „Het verzet tegen windmolens begon bij ons, en is nu in het hele land.” Dat heeft hij opgetekend in een autobiografisch boek, dat na de rechtszaak moet verschijnen. De titel: De bizarre belevenissen van de Nederlandse Don Quichot.