Franse kernproeven hebben veel meer schade aangericht dan gedacht

Frans-Polynesië Kernproeven in de Stille Zuidzee richtten veel meer schade aan dan eerder bekend. Claims kunnen Franse staat miljarden kosten.

Een Franse kernproef op het eiland Mururoa in september 1970.
Een Franse kernproef op het eiland Mururoa in september 1970. Foto Getty Images

Als je de vijftig voorbij bent, is de kans groot dat je er als tiener ooit een poster van op de kamer had hangen: de beroemde paddenstoelwolk van een Franse kernproef op het eiland Mururoa in de Stille Zuidzee. Een halve eeuw later heeft het Franse collectief voor onderzoeksjournalistiek Disclose onthutsende nieuwe cijfers aan het licht gebracht over de schade die dertig jaar kernproeven hebben aangericht onder de bevolking van Frans-Polynesië. Bij één enkele kernproef in 1974 werden maar liefst 110.000 mensen blootgesteld aan gevaarlijk radioactief materiaal: de volledige bevolking van Tahiti op dat moment.

„Er zijn van die geheimen die zoals cesium en plutonium een heel lange levensduur hebben, en zo is het met de effecten van de Franse kernproeven in de Stille Zuidzee”, schrijft de krant Le Monde in een bespreking van Toxique, het boek van wetenschapper Sébastien Philippe en journalist Tomas Statius dat op 9 maart verscheen.

Er was dit jaar nog iets anders dat herinnerde aan de erfenis van de Franse kernproeven. Half februari joeg een sirocco-wind door zuidwest-Frankrijk die de hemel boven Lyon en de sneeuw in de Alpen geel-oranje kleurde. De sirocco voert zandkorrels uit de Sahara aan. Maar toen wetenschappers van het instituut Acro de sneeuw onderzochten, troffen zij sporen aan van cesium-137, afkomstig van de kernproeven die Frankrijk in de jaren zestig uitvoerde in het zuiden van Algerije, terwijl het daar in een wrede oorlog was verwikkeld met de onafhankelijkheidsstrijders van het FLN. Ook na de Algerijnse onafhankelijkheid van 1962 gingen die kernproeven nog een tijdje door: in de akkoorden van Evian, die een einde maakten aan de oorlog, bedong Frankrijk dat het nog vijf jaar gebruik mocht maken van de installaties van In-Ekker, Reggane en Colomb-Béchar-Hammaguir.

‘Grote vooruitgang’

Tegelijk begon Frankrijk zijn kernproeven te verplaatsen naar het veel veiliger Polynesië, waar president Charles de Gaulle op 12 september 1966 hoogstpersoonlijk de eerste kernproef op het atol Mururoa bijwoonde. Een journalist rapporteerde met nauwelijks verhulde bewondering vanaf een Franse slagkruiser dat „grote vooruitgang” was geboekt sinds Hiroshima, en dat de Franse bom zes à zeven keer krachtiger was. Hij beschrijft hoe De Gaulle om half zeven ’s ochtends was opgestaan en zich in het voorgeschreven tenue had gehesen: rubberen laarzen, pilotenpak, speciale zwarte bril.

De militairen zien wat er gebeurt maar zij besluiten niets te doen om de bevolking te waarschuwen

Onderzoeksrapport Disclose

„Op het moment van de explosie keerde het staatshoofd het atol Mururoa de rug toe. Men had het staatshoofd zelfs aangeraden om de ogen te sluiten en met zijn handen af te schermen.” Maar De Gaulle is geen sneeuwvlokje. „Vier seconden later draaide generaal De Gaulle zich om en observeerde hij hoe de paddenstoelwolk zich vormde, gevolgd door een wolk van radioactieve deeltjes.”

Vervolgens liet De Gaulle zich inlichten over de vliegtuigen en schepen die de wolk invlogen en invoeren om de radioactieve neerslag te meten. Een van de onthullingen van Disclose is dat tweeduizend van de zesduizend militairen en burgers die betrokken waren bij de bovengrondse kernproeven op Mururoa en Fangataufa tussen 1966 en 1974 later kanker hebben gekregen of nog zullen krijgen, en dat de schadevergoeding daarvoor kan oplopen tot 100 miljoen euro.

De eerste Franse kernproeven vonden plaats in het klimaat van de Koude Oorlog en de doctrine van ‘mutually assured destruction’ tussen het Westen en de Sovjet-Unie. Maar voor De Gaulle speelde ook mee dat Frankrijk een militaire wereldmacht wilde zijn die niet moest onderdoen voor de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Frankrijk zou in totaal zeventien kernproeven doen in Algerije en 193 in Frans-Polynesië. Vanaf 1975 werden die ondergronds uitgevoerd.

Heel die tijd groeide het protest tegen kernproeven in het algemeen en die van Frankrijk in het bijzonder. In 1985 stuurde milieuorganisatie Greenpeace het schip de Rainbow Warrior naar Mururoa om te protesteren tegen een nieuwe kernproef daar. Twee agenten van de Franse staatsveiligheid bliezen het schip op in de haven van Auckland in Nieuw-Zeeland, waarbij een Nederlandse fotograaf om het leven kwam.

Lees ook: Een radioactief duivels eiland; Mururoa mon amour

Pas in 1992, na de val van de SovjetUnie, kondigde president François Mitterrand een moratorium af. Maar in 1995 beval zijn opvolger Jacques Chirac nieuwe kernproeven. De laatste vond plaats op 27 januari 1996 op Fangataufa; twee dagen later kondigde Chirac het einde van de Franse kernproeven aan.

23 soorten kanker

Gaandeweg heeft Frankrijk schoorvoetend toegegeven dat de kernproeven slachtoffers hebben gemaakt onder de plaatselijke bevolking. In 2010 werd een commissie opgericht, de Civen, om schadeclaims te behandelen.

In principe volstaat het om aan te tonen dat je in de bewuste periode in Frans-Polynesië hebt gewoond, en een van 23 kankers hebt waarvan het verband met de kernproeven is aangetoond. Maar het voorbije decennium zijn slechts 506 schadeclaims goedgekeurd, waarvan 63 van inwoners van Frans-Polynesië. Meer dan 80 procent van de claims is verworpen.

Het onderzoek van Disclose kan daar mogelijk verandering in brengen. De Civen baseert zich bij schadeclaims op een studie van het Franse atoomenergieagentschap uit 2006, maar Disclose bestudeerde documenten die in 2013 door de overheid zijn vrijgegeven, en maakte op basis daarvan nieuwe berekeningen.

Daaruit blijkt dat sommige gebieden in Frans-Polynesië aan twee tot drie keer meer straling zijn blootgesteld dan werd aangenomen. Disclose keek vooral naar de laatste bovengrondse kernproef, in 1974. De wolk daarvan had in noordelijke richting moeten afdrijven op een hoogte van 9.000 meter. In de plaats bleef hij hangen op 5.200 meter en dreef af naar Tahiti, waar de hele bevolking werd blootgesteld aan gevaarlijke waarden. „De militairen zien wat er gebeurt maar zij besluiten niets te doen om de bevolking te waarschuwen”, stelt het rapport. „48 uur later bereikt de wolk Tahiti waar hij de bevolking massaal besmet.”

Disclose concludeert dat iedereen die in 1974 op Tahiti of de benedenwindse eilanden was, blootgesteld is aan waarden hoger dan de drempel die de Civen hanteert voor het toekennen van schadeclaims. Dat zijn zo’n 110.000 mensen. Wetende dat de gemiddelde uitkering in 2018 76.448 euro bedroeg, zou dat de Franse staat zo’n 8,4 miljard euro kosten.

Correctie (14-3-2021): In een eerdere versie van dit artikel stond ‘radioactieve straling’ waar ‘radioactief materiaal’ zou moeten staan. Dit is aangepast.