Gevluchte Syriërs protesteerden vorige maand in het Syrische Idlib, in handen van rebellen, tegen president Assad.

Foto by Omar Haj Kadour / AFP

Interview

‘Alles rot door in Syrië zonder dat er iets verandert’

Ahmad Abazeid | Activist Het is deze maandag precies tien jaar geleden dat Syriërs in opstand kwamen tegen het regime van president Bashar al-Assad. Een terugblik.

‘We verkeren in een staat van verlamming”, vertelt Ahmad Abazeid in een koffietentje in een buitenwijk van Istanbul. Na tien jaar van geweld in zijn land ziet hij dat overal de onverschilligheid over Syrië toeneemt. In het buitenland, waar stemmen opgaan om de banden met het Assad-regime te normaliseren, maar ook onder Syriërs in de diaspora, die de stroom van ellende uit hun thuisland niet meer kunnen aanzien.

Abazeid wil daar niet aan toegeven. Zijn vader was dissident tegen het Syrisch regime en vluchtte in de jaren tachtig naar Jordanië. Daar werd Abazeid in 1989 geboren, maar in de beginjaren van de opstand tegen Assad keerde hij als jonge twintiger terug naar Syrië. Nadat hij uit Aleppo werd weggebombardeerd, vluchtte hij in 2017 naar Istanbul.

Ook daar liet Syrië hem niet los. Abazeid begon te schrijven, deed onderzoek naar gewapende groeperingen en stortte zich op het documenteren van het Syrisch conflict. Inmiddels geldt de 31-jarige als een prominente stem binnen een nieuwe generatie Syrische activisten en intellectuelen in ballingschap.

In een gesprek van drie uur bespreekt Abazeid tien jaar revolutie en oorlog. Hoe kan het dat deze vreedzame opstand ontaardde in een nachtmerrie? Welke fouten zijn er gemaakt door binnen- en buitenlandse spelers? En wat is er over van de dromen van destijds?

Lees ook: Tien jaar oorlog in Syrië: ‘Iedere dag is slechter dan die ervoor’

Wat betekent deze herdenking voor de Syriërs die het conflict meemaakten?

„Ik behoor tot een generatie die is gevormd door de revolutie. Het is dus ook een beetje alsof we ons eigen leven herdenken. Dat merk ik nu ik de hele tijd filmpjes van de protesten zit terug te kijken. Dat zijn emotionele momenten. Juist omdat de situatie nu zo hopeloos is, willen we terug naar die herinneringen.”

En wat zie je op die oude beelden?

„Ik zie een echte volksopstand. Het unieke van de revolutie was dat het geen strakke beweging was met leiders, maar een spontaan 'momentum' dat zich door de hele samenleving bewoog. En ik zie ook dat de revolutie vreedzaam begon, dat wil ik benadrukken.”

Hoe konden die vreedzame demonstraties zo snel ontaarden in geweld?

„Om het neerslaan van de opstand te kunnen rechtvaardigen, had het regime er alle belang bij dat de protesten omsloegen in geweld. Daarom heeft het er alles aan gedaan om dat uit te lokken. Ze lieten de shabiha (knokploegen die het regime steunen, red.) op ons los, gebruikten chemische wapens, martelden demonstranten dood en dumpten de lijken voor de neus van hun familieleden. Als reactie grepen burgers naar de wapens en richtten overgelopen officieren het Vrije Syrische Leger op. Dat was spontane zelfverdediging, geen vooraf opgezet plan.”

Wat verwachtten de demonstranten van de internationale gemeenschap?

In september 2011 organiseerden we nog vrijdagmiddagprotesten met de naam „de vrijdag van internationale bescherming”. We hoopten dat de wereld de diplomatieke druk op Assad zou opvoeren en een no fly zone zou afkondigen om burgers te beschermen. Die bescherming bleef uit en de naam van de protesten veranderde naar 'vrijdag van het Vrije Syrische Leger'. Toen de militarisering van het conflict een feit was, hoopten we ook op meer militaire steun uit het buitenland. Het Russische leger was op dit moment nog niet militair betrokken bij het conflict en de rebellen controleerden bijna 70 procent van het land. Er had een doorbraak kunnen komen, maar het probleem was dat het regime over een luchtmacht beschikte. De rebellen wilden luchtafweer, maar het Westen leverde alleen lichte wapens. Dat heeft de oorlog alleen maar verlengd zonder dat het regime ten val kwam.”

Was het probleem niet dat het Vrije Syrische Leger een chaos vol extremisten was?

„Het Vrije Syrische Leger ontstond net zo spontaan als de opstand zelf. Het bestond uit lokale facties die in het hele land opdoken. Daardoor was er inderdaad een gebrek aan centraal leiderschap. Maar je moet niet vergeten dat de rebellen van het Vrije Syrische Leger al vanaf het begin tegen IS en Jabhat al-Nusra vochten (de Syrische tak van Al-Qaida, red.). Dat de extremisten later de overhand kregen, kwam juist doordat het Vrije Syrische Leger onvoldoende steun kreeg.”

Of misschien ook omdat veel Syriërs zich aangetrokken voelden tot de jihadistische ideologie?

„Dat was destijds ook wat buitenlandse beleidsmakers zeiden: ‘Zie je wel! Die Syriërs veranderen allemaal in jihadisten.’ Maar het jihadi-salafisme in Syrië was een importproduct. IS en Jabhat al-Nusra kwamen uit Irak. Andere facties kwamen uit Tsjetsjenië, Turkmenistan, Egypte, Marokko en Tunesië. En natuurlijk uit Europa: jullie hebben duizenden jihadisten onze kant op gestuurd.”

In 2014 besloot president Obama de Koerdische YPG te bewapenen tegen IS. Hoe heeft dat het conflict veranderd?

„Dit was precies waar het regime op hoopte: dat het Westen zich niet op Assad maar op terroristen zou gaan richten. De denkfout is dat IS überhaupt nooit zo sterk had kunnen worden als het regime eerder verslagen was. De voedingsbodem voor extremisme nam toe door de wreedheden van Assad. Bovendien heeft het regime opzettelijk jihadisten uit de gevangenis vrijgelaten om olie op het vuur te gooien.”

Maar er moest toch worden ingegrepen tegen IS?

„Ja, maar dat had ook gekund door samen te werken met het Vrije Syrische Leger, dat al veel eerder tegen IS vocht. Obama koos de YPG omdat hij een snelle oplossing nodig had en deze groepering zich in het Westen wist te verkopen als een progressieve beweging. In Syrië daarentegen staat de YPG bekend als een totalitaire beweging die al in 2012 een nietaanvalsverdag met Assad sloot. Ze hebben Koerdische critici vervolgd en drukten demonstraties tegen Assad de kop in. In feite heeft de YPG de revolutie weggekaapt van de demonstranten op straat en heeft zij de Amerikaanse steun gebruikt om een eigen staat te stichten.”

Turkije werkte samen met Syrische rebellen om de YPG aan te vallen. Dienen deze rebellen nog wel de Syrische revolutie, of alleen Turkije?

„De strijd tegen de YPG diende ook de rebellen, want de YPG werkt samen met Assad. Maar dat Turkije de Syrische strijders later ook naar Libië en Azerbeidzjan stuurde, heeft niets met onze revolutie te maken en laat zien dat het door Ankara opgerichte 'Syrische Nationale Leger' steeds meer een Turkse macht aan het worden is. Bovendien hebben Turkijes pragmatische onderhandelingen met Rusland de Syrische oppositie verder verzwakt. De rebellen kunnen daar weinig tegen doen, want buiten Turkije om hebben ze geen alternatief.”

Wat is de militaire toekomst van het noordwesten van Syrië, het laatste bolwerk van de door Turkije gesteunde oppositie tegen Assad?

„Ik denk dat de situatie voorlopig blijft zoals die is. Assad heeft de kracht niet om het gebied te veroveren en Rusland gaat het niet voor hem doen. Turkije zal echt geen NAVO-steun krijgen om verder op te trekken tegen het regime, want de VS is tevreden met de situatie zoals die is. Het Syrisch conflict heeft een stadium bereikt waarin alles doorrot zonder dat er iets verandert.”

Wat doet dat met de activisten die de revolutie begonnen?

„Veel van hen lijden aan een vorm van politieke depressie. Ze zonderen zich af van de politieke werkelijkheid, zijn getraumatiseerd. Sommigen plegen zelfs zelfmoord. Ook bestaat er veel woede over de officiële organen van de oppositie in bijvoorbeeld Genève, waar geen enkele vooruitgang wordt geboekt in de onderhandelingen met het regime.”

Welke fouten hebben de activisten zelf gemaakt?

„De spontane aard van de revolutie betekende ook dat we onvoldoende centraal georganiseerd waren. Datzelfde gold voor het Vrije Syrische Leger, waardoor er verschillende facties konden ontstaan. Daarnaast zijn we vaak geleid door spontane emoties, niet door een strategische langetermijnvisie. Het is ook moeilijk rustig nadenken als je voortdurend gebombardeerd wordt.”

Inmiddels zit vrijwel de gehele Syrische oppositie in ballingschap. Wat kunnen zij nog uithalen?

„Het belangrijkste is dat we Syrië op de agenda houden. Dit conflict is niet voorbij, maar helaas zie we dat steeds meer landen erover denken om hun banden met Assad te normaliseren. Wij moeten er alles aan doen om dat te voorkomen.”

Is zo’n normalisering van het regime onderhand niet de enige uitweg uit het conflict?

„Integendeel, het betekent juist de voortzetting ervan. De vluchtelingencrisis, het sektarisch geweld, de opkomst van jihadisten – al deze zaken zijn aangejaagd door het regime zelf. Zolang Assad aan de macht blijft, kan er geen echte vrede komen en zullen deze problemen opnieuw oplaaien.

„Bovendien gaat deze vraag ook over iets groters. We hebben het over een regime dat de gruwelijkste misdaden heeft begaan. Onze vrienden zitten nog steeds in de martelkamers. Als we vervolgens zo’n regime weer normaliseren, zeggen we in feite dat álles mogelijk is en niets bestraft hoeft te worden. Daarmee geef je een stempel van goedkeuring aan dictators, waar dan ook ter wereld.”

Heb je na al deze verschrikkingen soms niet het gevoel dat de revolutie beter niet had kunnen plaatsvinden?

„Nooit. Deze revolutie heeft ons gevormd tot wie we nu zijn. Ze heeft ons geleerd om onze angsten te overwinnen en de taal van vrijheid en waardigheid te spreken. Daar zullen we nooit spijt van krijgen.”