Zeep eten is geen pretje

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: een muis die zeep eet. En wat kunnen we met kaarsen en stopverf?

Foto Alamy Stock Photo

De laboratoriummuis heeft de keukenzeep ontdekt. Elke nacht neemt zij er een hapje van, steeds van een hoekpunt. Je hoort haar niet, je ziet haar niet, maar altijd is er ’s ochtends die kleine beschadiging. Het nachtelijk souper heeft iets sprookjesachtig, je zou graag een nanny cam neerzetten om het te bekijken. Komt er gretigheid aan te pas of is het een lange-tanden-zaak?

Het stuk zeep in kwestie kreeg de aanduiding Palmolive Naturals – Delicate Care, volgens de ingrediëntenlijst is het een tamelijk klassiek product dat door ‘verzeping’ van dierlijke en plantaardige vetten en oliën ontstond. Bij verzeping worden vetten verhit met natronloog, een waterige oplossing van ‘natriumhydroxide’, ook in gebruik als gootsteenontstopper. De vetten vallen uiteen in glycerol en allerlei vetzuren die in de vorm van triglyceriden met dat glycerol waren verbonden. De Palmolive-wikkel noemt vetzuren als palmitinezuur, stearinezuur en zuren van de oliepalm.

De rest natronloog die in dit soort zepen achterblijft geeft ze een hoge pH, de Delicate Care haalde op vochtig pH-papier een waarde van bijna 9. Mensen vinden etenswaar met een hoge pH niet lekker, er bestaat ook nauwelijks voedsel dat alkalisch is. Het wit van rauwe eieren en vers kokosvlees zijn een uitzondering, dadels kunnen ook een beetje alkalisch zijn en verder is er natuurlijk de soep van vogelnestjes. Dat is bijna alles, zuur of zwak zuur is de norm. Het opeten van Palmolive Natural is geen pretje.

Zonder erbij neer te vallen

Wat er door de muis heen gaat als ze zeep eet weten we niet. Misschien verbijt ze zich om maar in hemelsnaam wat vet, vetzuren en glycerol te bemachtigen. Uit de waarneming dat ze wekenlang zeep kan eten zonder erbij neer te vallen zou je afleiden dat het natronloog in ieder geval niet veel kwaad kan. Ook niet bij mensen.

Maar de vraag is of de muis, de wilde huismuis Mus musculus, wat dit betreft een betrouwbaar proefdier is. Wijst zij ons waardevol en veilig voedsel aan? Het antwoord kan belangrijk worden als straks onder de aanhoudende druk van psychologen, psychiaters, filosofen en andere denkers de coronamaatregelen worden opgeheven en de besmettingen zó toenemen dat van de wekelijkse gang naar Albert Heijn moet worden afgezien. Na het aanspreken van de noodrantsoenen moet dan misschien worden teruggevallen op onorthodox foerageren. Kan de Palmolive-zeep worden opgegeten? Daar gaat het om. Zijn stopverf, kaarsen en al die andere zaken waarin de AW-muizen al eerder hun tanden zetten ook geschikt voor menselijke consumptie? Hoe zit dat met kattenvoer en de wortels van kamerplanten?

Over de eetbaarheid van huishoudzeep bestaat niet veel duidelijkheid. Op internet wordt zelfs de vraag gesteld of muizen het wel verdragen. Wie de proef op de som wil nemen zou kunnen overwegen de resten loog in zijn Palmolive te neutraliseren met wat azijn of azijnzuur. Dan nog blijf je zitten met vreemde geur- en hulpstoffen.

Stopverf was altijd een taaie pasta van fijngemalen krijt opgenomen in ongekookte lijnolie die onder zuurstofopname uithardde. Krijt is als voedsel waardeloos maar kan in kleine hoeveelheden zonder al te veel bezwaar worden opgegeten. Het werd wel aan rabarber toegevoegd om de effecten van oxaalzuur weg te nemen. Koudgeperste lijnolie (lijnzaadolie uit vlaszaad) bestaat uit triglyceriden van linoleenzuur (omega-3!), linolzuur, oliezuur, palmitinezuur en nog wat andere vetzuren. De voedingswaarde is gegarandeerd en men zou dus achter het veilige cordon uitstekend verse stopverf kunnen eten als niet de gewoonte was ontstaan om allerlei additieven aan de verf toe te voegen. Het blijft een beetje aftasten.

Smakelijk geurende kaarsen

Tussen de vele kaarsen die voor de gevreesde Y2K-computerstoringen van de millenniumwisseling in huis waren gehaald hebben de muizen nooit veel onderscheid gemaakt. Dat is bedenkelijk want de verschillen zijn groot. De zo smakelijk geurende kaarsen van bijenwas zijn nagenoeg onverteerbaar, niet alleen voor muizen en mensen maar voor praktisch alle gewervelde dieren, de tropische honingspeurders uitgezonderd. Bijenwas is geen triglyceride maar een monoglyceride, een stof waarbij aan elke molecuul glycerol of verwante stof steeds maar één vetzuur is gebonden (en niet drie). De gewone vetsplitsende enzymen in de darm (de lipasen) weten er geen raad mee. Maar net als krijt kan bijenwas veilig in beperkte hoeveelheden worden ingenomen, het wordt wel in kauwgum gestopt.

De tegenwoordig meest gangbare kaarsen bestaan uit paraffine, een wasachtig product dat uit aardolie wordt bereid. Paraffinen bezitten net als vetzuren lange ketens zogenoemde koolwaterstoffen (‘alkanen’) maar die zitten nooit vast aan glycerol. Ook zijn de paraffineketens zó lang dat ze de darmwand niet passeren. Mensen hebben er niets aan en muizen waarschijnlijk ook niet. Anderzijds: veel kwaad kan consumptie niet als het bij kleine porties blijft.

Met het aanknagen van ouderwetse stearinekaarsen maakt een hongerige muis waarschijnlijk een verstandige keuze. De kaarsen bestaan uit stearine- en palmitinezuur met een vleugje oliezuur: in principe calorierijke, verteerbare kost, vooropgesteld dat het goedje in de darm fijn verdeeld wordt. Anders krijgen de lipasen er geen vat op. Wij mensen krijgen de stearinekaars waarschijnlijk niet fijn genoeg naar binnen als we hem uit het vuistje eten. Raspen kan helpen.