Splinter maakt index van best en slechtst presterende Tweede Kamerleden

Femke Merel van Kooten-Arissen tijdens de tijdelijke commissie die onderzoek doet naar problemen rond de fraudeaanpak bij de kinderopvangtoeslag.
Femke Merel van Kooten-Arissen tijdens de tijdelijke commissie die onderzoek doet naar problemen rond de fraudeaanpak bij de kinderopvangtoeslag. Foto Bart Maat/ANP

Wie werken het hardst in de Tweede Kamer en welke Kamerleden lopen er op het Binnenhof de kantjes vanaf? Splinter, de partij van Femke Merel van Kooten, wil maandelijks een zogeheten ‘Splinter-index’ publiceren waarin dat zichtbaar is. Vrijdag kwam Van Kooten, sinds haar vertrek bij de Partij voor de Toekomst eenpitter op het Binnenhof, met haar eerste index van best en slechtst presterende Tweede Kamerleden. Criterium daarbij is de hoeveelheid werk die Kamerleden verzetten, niet de kwaliteit ervan.

Het gaat Van Kooten er om wie de meeste aandacht en tijd besteedt aan het indienen van moties, amendementen en schriftelijke vragen of wie toezeggingen vanuit het kabinet weet binnen te halen. Ook kijkt ze welk Kamerlid het meest plichtsgetrouw aanwezig was bij debatten, hoorzittingen en wetgevingsoverleggen.

Bovenaan de index van hardst werkende parlementariërs prijken de drie leden van de SGP-fractie: Chris Stoffer (1), Roelof Bisschop (2) en fractievoorzitter Kees van der Staaij (3). Ze worden op de voet gevolgd door de SP’er Michiel van Nispen, William Moorlag (PvdA) en Lisa Westerveld (GroenLinks). Onderaan bungelen de VVD’ers Martijn Bolkestein en Bas van ’t Wout, de CDA’er Gerard van den Anker en als hekkensluiter de PVV’er Gabriëlle Popken. Relatief onbekende volksvertegenwoordigers scoren het hoogst op de index van het politieke handwerk, juist niet de uit de media bekende gezichten of de fractievoorzitters.

Splinterindex
De Splinter-index maakt onderdeel uit van het verkiezingsprogramma van Van Kooten. Ze wil een zichtbare permanente kwaliteitscontrole op alle 150 Kamerleden. Zo moet de kiezer beter inzicht krijgen in het functioneren van individuele parlementariërs. Nu worden die vaak alleen door hun eigen fractievoorzitter beoordeeld op basis van beeldvorming in de media. Splinter wil haar eigen fractiegenoten straks ook langs de index-meetlat beoordelen. „Want het werk als vertegenwoordiger doe je in het algemeen belang, niet in het partijbelang”, aldus Van Kooten.

Zelf staat ze in de index op een relatief hoge, vijftiende plek. Onder Farid Azarkan (Denk), Carla Dik Faber (ChristenUnie) en Attje Kuiken (PvdA). Maar boven bijvoorbeeld haar oud-partijgenoot Henk Krol, de opgestapte PvdA-leider Lodewijk Asscher en zijn opvolger Lilianne Ploumen of Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren. GroenLinks en SP verzetten vanuit de oppositie als fractie in zijn geheel het meeste werk, maakt Van Kooten op uit haar index. Het CDA is koploper bij de coalitiepartijen. SGP en PvdA hebben de meest actieve Kamerleden, die van VVD en PVV bungelen onderaan.

Splinter haalt de informatie voor de index uit de databestanden van het Centraal Informatie Punt (CIP) in de Tweede Kamer. Oud-Kamerleden en parlementaire journalisten hebben geholpen bij het wegen van de data en de overzichten. Zo telt een aangenomen amendement zwaarder dan een dito motie. En deelname aan een plenair debat telt zwaarder dan aanwezigheid bij een hoorzitting. Zo kunnen kiezer en partijleden zelf uitmaken wie goed of slecht gefunctioneerd heeft in de Kamer, aldus Van Kooten. „Of de partijtop of je fractie je aardig vindt, zou er niet zoveel toe moeten doen.”

Correctie (12 maart 2021): In een eerdere versie van deze update stonden de namen Wouter van Nispen en Bas van ’t Hout. Dat klopt niet. Het gaat om Michiel van Nispen en Bas van ’t Wout. Hierboven is dat aangepast.

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: Debat tussen Rutte en Wilders ontaardt in felle discussie over verantwoordelijkheid