Opinie

CO2 onder de grond stoppen is geen oplossing

Column Om het klimaat te redden willen we technologische quick fixes die ons geen last bezorgen, schrijft Martijn Katan. Maar die werken niet.

Martijn Katan

Nederlanders vinden klimaat het op één na belangrijkste verkiezingsthema, direct na gezondheidszorg. Vandaar misschien dat alle vier de coalitiepartijen de ondergrondse opslag van CO2 in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Wat is dat en helpt het?

Twintig jaar geleden bereidde Nederland de bouw voor van drie grote nieuwe kolencentrales. De wereld keek met ongeloof toe; als er iets veel CO2 uitstoot is het steenkool. Maar de CO2 van onze kolencentrales zou niet de lucht ingaan, die zouden we opslaan in lege gasvelden. Dat ging echter niet door, ondanks honderden miljoenen aan subsidies. Het was te duur en te moeilijk en mensen wilden geen CO2-opslag onder hun achtertuin.

Mede door dit debacle is onze emissie van CO2 de laatste dertig jaar niet gedaald maar gestegen. We stootten in 2019 meer CO2 uit dan in 1990, zelfs als we de groeiende uitstoot door vliegtuigen en schepen niet meetellen. Er moet dus iets gebeuren. Vandaar dat VVD, CDA, D66 en CU bepleiten om CO2 op te slaan, ditmaal onder de Noordzee. Gaat het dit keer wel werken?

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen heeft daarover vorig jaar een factsheet gepubliceerd. Ik ben de eerste auteur ervan en energie-expert prof. Richard van de Sanden de tweede. Die factsheet berust niet op nieuw onderzoek, het is een samenvatting van de rapporten over dit onderwerp van de wetenschappelijke adviesraad van de gezamenlijke Europese academies van wetenschappen. Elke land vaardigt zijn beste experts af naar die adviesraad en zij stellen samen rapporten op over gezondheid, klimaat, landbouw en energie.

Naar hun oordeel is CO2-opslag een belangrijke optie, maar de komende tien jaar lost het nog niets op en over de periode daarna bestaat geen zekerheid. Het vereist enorme subsidies, we weten niet of het op grote schaal gaat werken en er lekt nogal wat CO2 bij weg naar de atmosfeer.

Megafabrieken die niet bestaan

Waarom is de politiek er dan zo enthousiast over? Dat is vanwege waterstof. Waterstof is geschikt als brandstof voor schepen, vliegtuigen, vrachtwagens en staalfabrieken. Het kan worden gemaakt uit water met behulp van elektriciteit. Als die geleverd wordt door zonnepanelen en windmolens is die waterstof een 100 procent duurzame, CO2-vrije brandstof. Helaas vereist het maken van die ‘groene’ waterstof megafabrieken die nog niet bestaan en immens veel stroom. Het onderzoek daarnaar moet doorgaan, maar intussen wil de politiek de waterstofeconomie alvast opstarten.

Waterstof wordt nu gemaakt van aardgas. Daarbij gaat voor elke kilo waterstof twaalf kilo CO2 de lucht in. Daarom heet die waterstof ‘grijs’, dus vies. Een vrachtauto die rijdt op grijze waterstof stoot meer CO2 uit dan op diesel, alleen komt die CO2 niet uit de uitlaat van de vrachtauto maar uit de schoorsteen van de waterstoffabriek. Toen had iemand een idee: we maken een pijpleiding van die schoorsteen naar een leeg gasveld, stoppen de CO2 onder de grond en noemen de waterstof uit de fabriek voortaan ‘blauw’. Dan kunnen we alvast laadstations voor waterstof gaan neerzetten en bussen, vrachtauto’s en staalfabrieken ervoor ombouwen. Als de productie van groene waterstof op gang komt, bijvoorbeeld als de Saoedi’s hun woestijn vol leggen met zonnepanelen en daarmee groene waterstof uit water maken, hoeven we alleen onze blauwe waterstof te vervangen door groene.

Helaas zijn de experts van de Europese academies niet positief over blauwe waterstof. De CO2-opslag is onvolmaakt, nog steeds vliegt ruim een derde ervan de lucht in. Ook moet je voor miljarden aan waterstoffabrieken en afvangfabrieken bouwen en pijpleidingen naar de Noordzee aanleggen. Die hele bedrijfstak verliest zijn bestaansrecht als je overgaat op groene waterstof. Je ziet de schadeclaims al aankomen, net als nu bij de kolencentrales. ‘Lock-in’ heet dat.

Geen slechte mensen

Nederlandse politici horen zulk slecht nieuws niet graag. Daarom houden ze bij het opstellen van hun klimaatplannen de onafhankelijke wetenschappers, zoals die van de Europese academies, zoveel mogelijk buiten de deur. Niet omdat politici slechte mensen zijn, maar omdat het geen zin heeft met plannen te komen die de kiezers niet willen. Wij kiezers zijn ongerust over het klimaat en we vinden dat er iets moet gebeuren, maar om de leefwijze waar we aan gehecht zijn op te geven is te veel gevraagd. We willen technologische quick fixes die ons geen last bezorgen, dus spiegelt de politiek ons die voor. Helaas helpen ze niet.

De waarheid over het klimaat is heel onaangenaam. Willen we onze kleinkinderen een leefbare planeet nalaten dan zullen we drastisch minder moeten rijden, vliegen, vlees eten en spullen kopen. Dat willen wij kiezers niet en dus gaan politieke partijen ons dat niet vertellen. Op één na, de Partij voor de Dieren. Ik ben het lang niet altijd met ze eens, maar over klimaat is niemand zo eerlijk als zij. Ook over CO2-opslag zijn zij onverbiddelijk. Zij zeggen: „CO2-opslag onder Nederlandse bodem staan we niet toe, ook niet onder de Noordzee.”

U mag kiezen.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor bronnen en cijfers zie mkatan.nl.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.