Recensie

Recensie Boeken

Een onheilspellend boek over de toekomst van Israël

Arnold Zweig Voor zijn politieke roman uit 1933 liet deze Duits-Joodse schrijver zich inspireren door de politieke moord in 1924 op de dichter Jacob Israël de Haan.
Jacob Israël de Haan
Jacob Israël de Haan ANP

Het is bijna onmogelijk om in dr. Jitschak Jozef de Vriendt, de hoofdpersoon uit Arnold Zweigs roman De Vriendt keert terug niet dr. Jacob Israël de Haan (1881-1924) te herkennen. Met zijn rossige baard, lichte ogen, ronde hoofd en knijpbril ziet hij er hetzelfde uit. Ook heeft hij als orthodoxe Jood een seksuele voorkeur voor Arabische jongens, dicht hij kwatrijnen, is hij jurist en schrijver, en wordt hij in Jeruzalem vermoord door een fanatieke zionist. Het enige verschil met De Haan is dat De Vriendt niet in 1924 is omgebracht, maar in 1929 en dat Zweig vooral diens sombere kant belicht, terwijl De Haan juist ook een onstuimig en rusteloos mens was. Dat mag natuurlijk, want De Vriendt keert terug is een roman.

De Duits-Joodse schrijver Arnold Zweig (1887-1968) raakte gefascineerd door De Haan toen hij in 1932 een reis door Palestina maakte. Zo sterk inspireerden hem de gespleten geest, de zwaarmoedigheid en de verboden homoseksuele verlangens van de vermoorde Nederlander. Zijn roman verscheen in 1933 en belandde door de komst van Hitler in Duitsland algauw op de brandstapel.

De Vriendt keert terug begint als een roman van Graham Greene met de Brit Lolard B. Irmin. Als hoofd van de geheime dienst in het Britse Mandaatgebied Palestina heeft hij het druk met het handhaven van de status quo tussen Joden, Arabieren en christenen. Irmin is vrijgezel, in Oxford opgeleid, upper middle class. Anders dan zijn meeste collega’s heeft hij meer sympathie voor de Joden dan voor de Arabieren, ook omdat de eersten vaak goed ontwikkeld zijn en hij een intellectueel gesprek met hen kan voeren.

Een van zijn informanten heeft een gesprek afgeluisterd tussen twee Arabieren, die De Vriendt willen vermoorden omdat hij zich met het Arabische jongetje Saoed afgeeft. De Vriendt bewondert de Arabieren, die ‘zo vol overgave in hun liefde en hun haat’ zijn.

Meteen is Irmin gealarmeerd. Een moord door Arabieren op een beroemde Jood zoals De Vriendt zou tot grote onlusten kunnen leiden en moet voorkomen worden. Meteen gaat hij naar De Vriendt toe om hem te waarschuwen. Officieel behoort dat niet tot zijn taak. Maar de twee zijn bevriend, zo blijkt nu. En vanaf dat moment besef je dat de roman voor een belangrijk deel over die vriendschap zal gaan, ook nadat De Vriendt is vermoord.

Laatste ademtocht

Zweig zet De Vriendts laatste levensminuten dreigend neer. Zo laat hij hem nietsvermoedend door de straatjes van Jeruzalem wandelen, terwijl Arabieren en Joden zich van hem afwenden, zo vol walging zijn ze van hem, om uiteenlopende redenen. De moord zelf is in een handomdraai gepleegd. Maar daarna volgen nog drie bladzijden waarin wordt beschreven wat De Vriendt overkomt als hij wegglijdt. Het is een bijna bijbelse ervaring, waarin de stervende schrijver op een wolk naar Damascus wordt gevoerd, de stad waar aartsvader Abraham zijn kamp heeft opgeslagen. Eenmaal voor het laatste gericht gedaagd, wijst hij God af, net zoals hij dat in zijn van wellust bruisende kwatrijnen deed.

Je bent dan nog niet eens op de helft van de roman en weet inmiddels dat De Vriendt niet door een Arabier, maar door een fanatieke zionist is vermoord. Terwijl Irmin en de andere personages daar voorlopig nog naar moeten raden.

Inderdaad breekt nu de door Irmin gevreesde opstand uit. Joden en Arabieren staan elkaar overal naar het leven. Aan beide zijden vallen honderden doden. De Britten, die slechts over een paar honderd manschappen beschikken, kunnen het geweld ternauwernood de kop indrukken. Zweig schrijft over het geweld: ‘De ware natuur van de mensen komt boven: valse idealen, duistere moordlust. liefde voor de eigen tradities, een sterke drang om zichzelf te verrijken en alle concurrenten uit te roeien, en een puur kinderlijke vernielzucht.’ Alsof de blinde agressie niets meer met Joden of Arabieren te maken heeft, maar met de gewelddadige basis van de menselijke conditie.

Eigenlijk begint de roman nu pas echt. Het is Zweig dan ook niet alleen te doen om het verhaal van de moord, maar om de vraag of wraak en rechtvaardigheid hier op zijn plaats zijn. Mag je een mens om zijn politieke overtuigingen vermoorden of niet? De trouw van Irmin aan zijn vermoorde vriend speelt daarbij een belangrijke rol. Ook omdat hij de dader opspoort en een oordeel over hem zal moeten vellen.

Huidig conflict

Precies dat element maakt De Vriendt keert terug zo boeiend en actueel. Want wat Zweig schrijft over wraak en rechtvaardigheid staat ook een oplossing van het huidige Israëlisch-Palestijnse conflict in de weg.

De Vriendt is voor Zweig een bemiddelaar tussen Joden en Arabieren. Samen met rabbijn Tsadok Seligmann, de leider van de antizionistische Agoedat-Israëlbeweging, wil hij een overeenkomst met de Arabieren sluiten, waarin de Joden afzien van het eigendomsrecht op de Klaagmuur en het Tempelplein. Als ze maar onbeperkt gebruik van die heilige plaatsen kunnen maken voor hun gelovigen, is het al goed. In ruil daarvoor bieden ze de Arabieren een bondgenootschap aan tegen de Jewish Agency, de zionistische ngo die immigratie van Joden naar Palestina bevordert. Alleen op die manier kan volgens De Vriendt en Seligmann een einde komen aan de provocaties van de zionisten, die in die dagen tienduizenden Oost-Europese Joden naar het Mandaatgebied halen. De Britten juichen het plan toe, omdat ze er net als De Vriendt en Seligmann vanuit gaan dat de zionisten zich er uiteindelijk in zullen schikken. En de Arabische leiders? Die ruiken een kans om met het akkoord tweedracht te zaaien tussen de religieuze en seculiere Joden en zo hun eigen positie te versterken.

Interessant aan Zweig is dat hij niet alleen de verdeeldheid tussen de Joden laat zien, maar ook die tussen de Arabieren onderling. Zo is het land in Palestina in handen van een kleine groep machtige Arabische families, die geen belasting betalen en hun Arabische pachters laten ‘kreunen en steunen’. Van die handvol families kopen de zionisten land om hun door de Balfourverklaring van 1917 gegarandeerde ‘nationaal tehuis’ te realiseren.

Ook De Vriendt was aanvankelijk zo’n zionist. Maar hij knapte af op het agressieve nationalisme van die beweging, dat een vreedzaam samenleven met de Arabieren in de weg stond.

Als het nieuws van de overeenkomst er eenmaal is, slaan de zionisten op tilt en besluiten ze De Vriendt, een verrader van hun zaak, te vermoorden.

Hierdoor leest De Vriendt keert terug behalve als een politieke thriller en een roman over vriendschap tot na de dood ook als een onheilspellend boek over de toekomst van Israël. De in 1995 door een ultra-orthodoxe Jood gepleegde moord op de Israëlische premier Yitzhak Rabin, de ondertekenaar van de Oslo-akkoorden met de Palestijnen, is er bijna een logisch uitvloeisel van.