Recensie

Recensie

Hoe is het toch mogelijk dat zoveel mensen tegen hun eigen belangen in stemmen?

Neoliberalisme In zijn tot boek uitgegroeide polemiek richt Ewald Engelen zijn pijlen op het neoliberalisme van VVD en Rutte.

Nederland kent weinig goede polemisten, maar Ewald Engelen is er zeker een van. In zijn economie-columns voor De Groene Amsterdammer kan hij heerlijk schmieren. Hij is niet bang om vijanden te maken, en spaart de roede niet. Ontwaak! Kom uit uw neoliberale sluimer is eigenlijk een polemiek die tot boeklengte is uitgegroeid. Zijn pijlen zijn ditmaal gericht op het neoliberalisme, in het bijzonder op de VVD van Mark Rutte. Het boek is dan ook niets minder dan een negatief stemadvies.

Maar wacht even, was het neoliberalisme niet dood? Hebben intussen niet vrijwel alle partijen, de VVD incluis, de mond vol van ‘doorgeslagen’ marktwerking en individualisering?

Ondanks deze vrome woorden, zijn de huidige corona-maatregelen vooral gunstig voor financiële markten en het grootbedrijf (KLM, Tata), en ongunstig voor kleine ondernemers en flexarbeiders. Bovendien stevent de VVD af op een glorieuze verkiezingsoverwinning. Hoe is het mogelijk, vraagt Engelen zich af, dat zoveel mensen al jaren tegen hun eigen belangen in stemmen? Waar komt dit ‘valse bewustzijn’ vandaan, en nog belangrijker, hoe komen we er van af?

Volgens Engelen zijn meritocratie en technocratie de twee belangrijkste pijlers onder het neoliberalisme. Meritocratie is het regeren van, voor, en door hogeropgeleiden; Engelen laat duidelijk zien hoe neoliberaal beleid sinds de jaren zeventig voor groeiende ongelijkheid en een uitholling van de publieke sector en de verzorgingsstaat heeft gezorgd, waar vooral midden- en lageropgeleiden onder lijden.

Het terechte ongenoegen dat daaruit voortkomt stuit op dovemansoren van een technocratische politieke elite. Die luistert slechts naar de economische expert, die weet wat ‘het beste’ is, waardoor iedere ideologische discussie in de kiem gesmoord wordt, en alle politieke partijen op economisch vlak min of meer dezelfde koers varen (de SP en de PvdD uitgezonderd).

Originele accenten

Dit is een ten dele bekend verhaal, maar Engelen vertelt het glashelder, legt enkele originele accenten en deelt ondertussen een paar rake klappen uit. Zo fileert hij de ‘nieuwe optimisten’ (Pinker, Bou-dry) die, op grond van mooie grafiekjes van armoede- en sterftecijfers, beweren dat het neoliberale kapitalisme toch echt de best mogelijke van alle werelden is. Dergelijke juichverhalen verhullen de ecologische destructie en andere negatieve effecten, terwijl een groot deel van de armoedebestrijding het gevolg is geweest van (Chinese) overheidsregie.

Ook de Nederlandse economie-faculteiten moeten het ontgelden. Zich voegend naar de Anglo-Amerikaanse publicatiecultuur is dit vakgebied geüniformeerd en verworden tot gemankeerde wiskunde, waarin marktmodellen vol rationeel kiezende actoren worden verward met de werkelijkheid.

Een Piketty, die historisch en multidisciplinair te werk gaat, en bovendien de politiek-ideologische dimensie van de economie benadrukt, zal Nederland dan ook niet voortbrengen. Dat is niet alleen een wetenschappelijk probleem, aangezien ook de politieke elite door deze lens naar de wereld kijkt. En de Nederlandse bevolking doet dat via talkshows waarin ‘topeconomen’ als ‘hoogopgeleide loodgieters’ vertellen hoe de economie gerepareerd kan worden.

Economen en virologen

Engelens pen is scherp, maar verliest aan kracht wanneer hij zich buiten zijn eigen vakgebied begeeft (wat ironisch is gezien zijn tirades tegen de expertocratie). De parallel die hij trekt tussen de rol van economen bij de bankencrisis van 2007/ 2008 en die van virologen en epidemiologen tijdens de huidige coronacrisis overtuigt niet, alleen al omdat je niet kunt zeggen dat laatstgenoemde experts mede verantwoordelijk zijn geweest voor het probleem. En zijn analyse van de rol van de media, grotendeels gebaseerd op Manufacturing Consent (1988) van Chomsky en Herman, doet wat deterministisch aan.

Maar het is bovenal jammer dat Engelen het niet kan laten om zijn (inmiddels nogal versleten) stokpaardje te berijden, en zijn aanval inzet op de ‘identiteitspolitiek’. Hoewel hij nota bene Martin Luther King erbij haalt om aan te geven dat het lot van witte en zwarte arbeiders verbonden is, komt even verderop de klasse-reductionistische aap toch weer uit de mouw, bijvoorbeeld wanneer hij schrijft dat de bron van het ongenoegen ‘uiteindelijk’ materieel is, of wanneer hij stelt: ‘Meepraten mogen burgers over de kleine culturele verschillen, zwijgen moeten zij over wat echt (sic!) belangrijk is.’

Racisme en klasse

Engelen verwijt hen die identiteitspolitiek bedrijven dat ze de gekrenkten tegen elkaar opzetten, een brede coalitie voor de progressieve zaak in de weg staan, en zo slechts de status quo dienen. Niet alleen neigt dat naar victim-blaming, maar bovendien impliceert hij daarmee dat die progressieve zaak in louter economische termen begrepen zou kunnen worden.

Dat hij op zijn beurt zegt dat de Black Lives Matter beweging ‘vrijwel uitsluitend cultureel georiënteerd’ zou zijn, is simpelweg niet waar. BLM-kopstukken als Alicia Garza, of hier te lande Sylvana Simons en Quincy Gario, benadrukken steevast de verwevenheid van racisme met klasse. Als je andersom, zoals Engelen kennelijk wil, identiteitskwesties reduceert tot klasse kun je bijvoorbeeld het etnisch profileren tijdens de toeslagen-affaire onmogelijk duiden. Het is, kortom, klasse én identiteit (suffie!).

Niettemin is Engelens diagnose van het neoliberalisme belangrijk, overtuigend, en ontluisterend. Wat na lezing vooral beklijft zijn de belangrijke boodschappen die het bevat. Politici, ontworstel je aan de depolitiserende tucht van de rekenkamers. Voor zijn vakgenoten: oefen je in waarheidsspreken, staar je niet blind op toptijdschriften maar kom je verplichting na jegens de samenleving. Journalisten roept hij op om niet te amuseren, maar te informeren, en om de systemische structuren bloot te leggen die achter bijvoorbeeld witwaspraktijken of de toeslagenaffaire schuilgaan. En voor ons allemaal: denk goed na voordat je in maart een vakje inkleurt.