Opinie

Volt stemmen kan ook strategisch zijn

Floor Rusman

Politieke nieuwkomers hebben het niet gemakkelijk in een campagne. Voor partijen als Oprecht, Lijst 30 en Ubuntu Connected Front tikt de tijd: nog een week te gaan om aandacht te genereren. Een van de nieuwkomers lukt het de laatste weken zich te verheffen uit de spelonken van het debat. De jonge Europese partij Volt stijgt in de peilingen: drie zetels kreeg ze maandag van I&O Research.

Volt lijkt zich te willen nestelen in het ‘radicale midden’, zoals het CDA dat ooit noemde: ze doet in het programma alsof de voorstellen zó logisch en in ieders voordeel zijn dat een politieke discussie erover eigenlijk onnodig is. „De economie is niet links of rechts”, aldus de partij. Inderdaad lijkt Volt links én rechts: ze wil het basisinkomen onderzoeken en de rijken zwaarder belasten, maar ook het eigen risico behouden en de bijstand ontkoppelen van het minimumloon.

De vraagt rijst: waarom zou een mens op Volt stemmen en niet op een soortgelijke maar grotere partij, zoals D66? „Een strategische stem is dat niet, nee”, schreef De Correspondent-hoofdredacteur Rob Wijnberg deze maandag over zijn aanstaande stem op Volt.

Maar met een stem kies je niet alleen een politicus, je beïnvloedt ook het publieke debat. En ook in dat opzicht kun je strategisch stemmen. Een stem op D66 zal worden uitgelegd als een stem op Sigrid Kaag, terwijl een stem op Volt een inhoudelijk statement is: een volmondig ja tegen kosmopolitisme.

Volt mag dan een middenpartij zijn, op de dimensie progressief-conservatief is ze juist radicaal: ‘kneiterprogressief’, zoals Wijnberg het noemt. Volt heeft ambitieuze klimaat- en diversiteitsdoelen en weinig geduld met de natiestaat. „De lijnen op de kaart zeggen me niets”, aldus Volt Nederland-oprichter Reinier van Lanschot in 2019 in NRC.

Dat is origineel, want de laatste jaren, vooral sinds ‘Brexit en Trump’, zijn de schijnwerpers gericht op de natiestaat en zijn aanhangers. Deze gewortelde ‘somewheres’, zoals de Britse journalist David Goodhart ze noemt, staan tegenover de kosmopolitische ‘anywheres’ die in elke hoofdstad moeiteloos richting de café latte navigeren. Niemand leek bij die laatste groep te willen horen. Ook de PvdA bezong onder Lodewijk Asscher het ‘progressief patriottisme’. GroenLinks en D66 bleven hun EU-liefde betuigen, maar momentum hadden ze niet. De politieke energie zat op rechts.

Nu is dat anders, want Volt is nieuw, en dus fris en onbesmet. Als de partij straks een paar zetels krijgt, dan heeft dat niet alleen gevolgen in de Tweede Kamer, maar ook aan de talkshowtafels. Politieke duiders zullen zich afvragen wie toch die onbeschaamde eurofielen zijn. En zo krijgt een klein groepje kiezers toch een grote stem.

Floor Rusman (@floorrusman) schrijft elke woensdag op deze plek een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.