‘Ik wilde zien waar ik stond in de echte wereld’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: kunstenaar Sophia Anastasia (59), die rijk en beroemd was op Bali, en toch terugkeerde naar Nederland.

Foto Dieuwertje Bravenboer

‘Het is in het leven alsof je door films loopt. Steeds andere decors, landen, relaties waar je je aan moet aanpassen.

„In 1985 ben ik uit Nederland vertrokken. Na de kunstacademie had je de BKR: een uitkering speciaal voor kunstenaars. Dat vond ik zo zielloos, ik zocht liever de competitie op. Ik wilde góed worden. En ik wilde de wijde wereld in.

„Mijn vriend kalligrafeerde ‘China’ op een bordje en daarmee gingen we langs de weg staan. Kijken hoe ver we kwamen. Nou, ver. In Ankara haalden we onze visa voor Iran, in Islamabad die voor India. Van Bangkok zijn we naar Singapore gefietst. Via Maleisië gingen we met de boot naar Sumatra. En via Java en Sulawesi kwamen we op Bali.

„Ik was verliefd op Bali zodra ik voet aan wal zette. Ondanks het toerisme, dat al opkwam. Bali is hindoeïstisch, er wordt veel tijd besteed aan offeringen. Alles is doordrenkt van gratie en schoonheid. Dat sprak mij aan.

„Mijn vriend en ik besloten uit elkaar te gaan en ik bleef alleen op Bali wonen. Ik had een kamertje in een losmen met een bak water naast de wc, ook om mee te douchen. Wat ik schilderde, hing ik thuis op. Als er iemand langs kwam verkocht ik een schilderij en daar kon ik weer een paar maanden van leven. Met mijn toeristenvisum mocht ik eigenlijk niet werken, daarom gebruikte ik mijn doopnaam Anastasia in plaats van mijn achternaam. Sophia Anastasia is nog steeds de naam waarmee ik naar buiten treed.

‘Na verloop van tijd was ik best beroemd op Bali. Met mijn nieuwe partner, een Engelse filmmaker, kreeg ik een dochter. Hij was een stuk ouder dan ik en zat echt in de jetset. Veel van die rijken hadden een business met kleding en sieraden die ze in Europa duur verkochten. En intussen maar klagen over de Balinezen. Ergens verdween het respect voor de inheemse bevolking.

„Ik had het daar moeilijk mee. Binnen de expat community kreeg ik op mijn kop omdat ik mijn hulp te veel betaalde. Een van mijn beste vrienden, een multimiljonair op Bali, zei: jij hebt één hulp die je meer betaalt, ik hou met mijn meubelfabriek drie dorpen in leven. Uiteindelijk heeft hij nog gelijk ook. Daar zat ik dan met mijn hippiegevoel van iedereen is gelijk en mijn wens niet rijk te worden over de rug van mensen.

„Mijn partner overleed toen mijn dochter nog klein was. Door zijn broer werden wij het huis uit gezet. Op Bali heb je geen rechten, die broer had de zaak gewoon omgekocht. In 2000 ben ik met mijn dochter teruggegaan naar Nederland. Eind dat jaar is mijn zoon geboren.

„De doorslaggevende reden voor mij om terug te gaan was dat ik op Bali bleef twijfelen: kopen mensen mijn werk omdat ze het goed vinden of om mij een plezier te doen? Ik wilde zien waar ik stond in de echte wereld.

‘Daar zat ik dan met mijn hippiegevoel van iedereen is gelijk’

„Met een portfolio van hier tot gunder ging ik langs de galeries: er was geen enkele belangstelling voor. Dat was een koude kermis. Ik was aan het leuren met mijn werk terwijl ik er in het buitenland vijftien jaar van had geleefd. Ik ging bij een hovenier werken, kreeg een hernia. Na vijf maanden zonder inkomsten ben ik naar de sociale dienst gegaan.

‘Vier jaar had ik een uitkering, tot ik schilderijen van de Domtoren wist te verkopen via Facebook. De wereld is veranderd, kunst verhandelen hoeft niet meer via galeries. Op internet gaat het puur om hoe goed je werk is. Daar heb ik steeds minder twijfels over. Het is jammer dat de kunstwereld geen boodschap aan mij heeft, maar wat ertoe doet is dat je iets maakt waar mensen gelukkig van worden. Het laatste schilderij dat ik heb verkocht was een portret van Máxima.

„Mijn kinderen heb ik alleen opgevoed. Misschien was mijn grote liefde achteraf de jongen met wie ik zoveel gereisd heb. Hij woont in Thailand, is daar professor geworden. Mijn grootste vergissing in de liefde was een man die me in elkaar geslagen heeft. Die ervaring maakte me onzeker. Ik had altijd geluk gehad met mannen. En altijd blind gevaren op mijn intuïtie. Ik dacht: wat is er met mij aan de hand. Hoe heb ik dit niet kunnen zien.

„Naar Bali ga ik niet meer, ook al heb ik er veel vrienden. Ik vlieg al jaren niet meer. Een stil protest. Het toerisme is zo vernietigend. Heel Bali is in de uitverkoop gegaan. Bij het verven van kleding komt de verf gewoon in de rivier terecht. Dus ik koop ook geen kleding meer. Nou ja, tweedehands.

„Ik woon in een sociale huurwoning en godzijdank voor de huursubsidie, want mijn inkomen is nu ongeveer de helft van een bijstandsuitkering. Het is natuurlijk krom dat je in de bijstand meer krijgt dan ik nu verdien. Ik zou wel voor een basisinkomen zijn, een minimum voor iedereen. Maar ik kan er prima van rondkomen. Ik koop geen kleren, ik ga niet op vakantie, ik ben gelukkig.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl