Opinie

Iedereen is moe van identiteitspolitiek

Clarice Gargard

Het publieke debat gaat tegenwoordig vaak over identiteit. Zo spreken vrouwen, lhbt’ers, mensen van kleur en die met een beperking zich steeds meer uit over representatie en participatie. Volgens sommigen is ‘identiteitspolitiek’ daarom ‘doorgeschoten’. Maar toch blijft het een nodig gesprek.

Wie je bent – of hoe je gezien wordt – kan een belemmering vormen om een volwaardig leven te leiden. Zoals de Amerikaanse academicus en vrijheidsstrijder Angela Davis ooit stelde gaat het niet zozeer om je identiteit, als wel de strijd die je daardoor moet voeren.

Daarom ontstaan er oude emancipatiebewegingen in nieuwe jasjes – zoals de #metoo-beweging, Women’s March en Black Lives Matter – die steeds bredere maatschappelijke steun vinden. De kritiek is nu echter dat die ongelijkheid niet zo erg is als gesteld wordt.

Het is wrang dat de wereld zonder toestemming jou een label toeschrijft en je daarop beoordeelt, en doet alsof je spoken ziet als je daarover praat. Althans, op een manier die de status quo en dominante groep ongemak bezorgt.

Zoals wanneer het gaat over ruimte maken en wie je op televisie, in de boardrooms en kunsten ziet (of niet). En wie de macht mag vertegenwoordigen in de politiek. Het idee van gelijkwaardigheid – dat de meesten in theorie steunen – blijkt als er iets in de praktijk moet veranderen, moeilijker te verteren.

Terwijl er eigenlijk altijd identiteitspolitiek gevoerd is door de witte, mannelijke bovenlaag. Daarom mochten witte vrouwen tot 1919 niet stemmen. In de (voormalige) overzeese gebieden kon dat pas veel later.

Desondanks kan identiteit, hoewel het een cruciale rol speelt in het leven, ook een gevangenis worden. Als een korset uit victoriaanse tijden, waar je jezelf anno nu nog in probeert te persen.

Ik zeg altijd dat ik niet wist hoe zwart ik was totdat wit Nederland mij daar herhaaldelijk op wees. Het enige label dat ik met trots droeg, was mijn naam – tevens de enige benaming die door een ander uit enkel liefde werd gegeven.

Boekenweekdichter Babs Gons schreef in een herkenbaar gedicht dat OneWorld onlangs publiceerde over hoe (zichtbare) identiteit ineens jouw specialiteit kan worden: „Zou je woensdag zwart willen zijn in ons programma”, persifleerde zij talkshowredacties.

Daardoor kom je moeilijker af van dat label dat je soms om emancipatoire redenen moet dragen. Een die de onmetelijkheid van het menselijk bestaan simpelweg niet kan bevatten. Want in het gevecht om te mogen zijn wie je bent, kun je je wel eens blindstaren op die blik van een ander, waardoor je vergeet vanuit de jouwe naar jezelf te kijken.

Het identiteitsdebat is mijns inziens meer een persoonlijke en maatschappelijke zoektocht dan een debat. Soms is het raak en soms gaat het mis, wat alleen maar logisch is wanneer je nog niet weet waar je precies uit moet komen. Of, zoals te vaak in Nederland gebeurt, het gesprek volledig uit de weg gaat.

Ik begrijp de vermoeidheid omtrent identiteitspolitiek. Maar ik denk dat niemand zo moe is als degenen wier identiteit politiek gemaakt wordt, die daar het liefst vrij van willen zijn. We moeten het erover hebben om het er niet meer over te hoeven hebben. Maar vergeet in de tussentijd niet dat we zoveel meer zijn dan we zelf denken. En al helemaal meer dan wat de wereld ons aanmeet.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.