Recensie

Recensie Beeldende kunst

Verbleekte portretten en andere galerietips

Beeldende kunst Uit de vele tentoonstellingen die in galeries te zien zijn, maakt NRC wekelijks een selectie. De meeste exposities zijn op afspraak te bezichtigen.

Esiri Erheriene-Essi, I don’t know where you thought you were going, but here you are, 2020.
Esiri Erheriene-Essi, I don’t know where you thought you were going, but here you are, 2020. Foto Henk Geraedts

Confronterende verbleekte portretten

Wie de nieuwe serie schilderijen van Esiri Erheriene-Essi bij galerie Ron Mandos ziet, denkt al snel aan Steve McQueens weergaloze televisieserie Small Axe. Beide dompelen zich onder in de zwarte Engelse cultuur, of de wortels ervan nu liggen in Nigeria of in de Caraïben, door terug te keren naar de jaren zestig en zeventig. De zwarte Engelse cultuur verkeerde toen nog sterk in een emigratiebubbel – witte mensen waren nauwelijks in zicht, behalve de (vaak racistische) politie.

Die bubbel maakt Erheriene’s wereld krachtig, en dat wordt versterkt doordat ze haar doeken vaak baseert op familiefoto’s, die in die jaren vrijwel alleen werden gemaakt bij bijzondere gebeurtenissen. Je herkent de taferelen: de mooie jurken, de verjaardagstaart, de alledaagse burgerlijke gemeenschapszin.

Alleen is er bij Erheriene iets vreemds aan de hand: de huid van de zwarte mensen op haar doeken is niet zwart, zelfs niet bruin, maar voor het overgrote deel opgebouwd uit roze, oranje, wit, soms een veeg blauw. Vergelijk dat eens met de diepbruine hoofdpersonen van McQueen of de portretten van Eniwaye Oluwaseyi in een belendende ruimte van Galerie Mandos.

Waarom witte zwarten?

Zelf geeft Erheriene-Essi in de publicatie bij de tentoonstelling als verklaring dat in de foto’s die ze als basis gebruikte de kleur óók is uitgebleekt. Dat klopt, in die zin dat de pastelkleuren op de doeken domineren, maar waarom plakt ze er dan originele stukken Dutch Wax naast in volle, kleurrijke glorie? Bij mij roepen deze roze-oranje personages ongemakkelijke associaties op met zwarte mensen die nadrukkelijk willen voldoen aan de witte standaard – wat des te confronterender is, als je weet dat deze schilderijen worden verkocht op een overwegend witte markt.

Hopelijk vergis ik me, en ziet Erheriene-Essi zichzelf eerder in de expressionistische traditie van schilders die menselijke huid met evenveel gemak in blauw of rood uitvoerden, of zijn haar doeken juist een Family of Man-achtig statement over universele menselijke zeggingskracht – ik twijfel.

Hoe je het echter ook wendt of keert, Erheriene-Essi’s doeken zetten je zeker aan het denken over je eigen vooroordelen.

Daniel Firman: chaos in het hoofd verbeeld als bom

Uitdrukkingsloos, zou je het werk van de Franse kunstenaar Daniel Firman (1966) kunnen noemen. Zijn ‘personages’ staan op nieuwe gympen, strakke spijkerbroek en soms een jas over het T-shirt te balanceren met enorme installaties die een blik op het gezicht belemmeren. Bij andere werken is het hoofd weggewerkt onder een jas, dus ook daar zie je het gezicht niet meer. Switch Up heet de tentoonstelling van Firman, die nu bij galerie Reflex in Amsterdam is te zien.

Daniel Firman, Switch Up, 2020.Foto Erik en Petra Hesmerg.

Wil je iemand afbeelden die het leven niet meer aan lijkt te kunnen omdat alles in het hoofd een wirwar is van wat er aan informatie op je afkomt, dan kan een portret de blik op het gezicht alles laten vertellen. Je kan het ook doen door de informatiebom op de plaats van het gezicht uit te beelden.

Firman – wellicht het bekendst om zijn serie olifanten die op hun slurf balanceren en daardoor volgens de een nóg onmachtiger worden dan ze al waren, terwijl de ander er een soort circusact in ziet – verstopt zijn figuren achter de chaos in hun hoofd, een teveel aan informatie houdt ze bijna niet meer op de been. Het ligt er eigenlijk wat te dik bovenop, maar blijft boeiend door de combinatie van spullen.

In alle hoofden zijn stukken wasrek, bumpers, sportballen of leeglopende opblaasbeesten met elkaar verbonden. Als de mens denkt, dan doet die dat klaarblijkelijk in afval en restjes. Er zit een aantijging in waarmee Firman ons wijst op het gemak waarmee we iets als afval beschouwen en kostbare spullen als wegwerpproducten zien.

Door al die bumpers zit er ook een tragisch element in: hier houdt iemand zich op de been ondanks restjes van een pijnlijk verleden. Wat een mooie tocht in een nieuwe outfit had moeten worden, werd een crash waar alleen wat kapotte spullen van zijn overgebleven. En wie weet is dat afval in je hoofd dan toch nog waardevol.

Meeslepende kleuren van Robert Zandvliet

Hiernaast staat een afbeelding van een van de schilderijen van Robert Zandvliet die nu te zien zijn bij Galerie Onrust in Amsterdam op de expositie le corps de la couleur. Dat ziet er ongetwijfeld prachtig uit, maar het is eigenlijk een beetje misleidend; beeldscherm of krantenpapier kan nooit recht doen aan de intensiteit die deze omvangrijke, meeslepende doeken (allemaal 213 x 270 cm) hebben wanneer je er voor staat. Het helle geel van Yellow (2019) brandt in je ogen, de donkere aarde-achtige kleur van Terra (2020) voelt als een omhelzing, het frisse gras op Grēne (2019) kun je bijna ruiken. Dat komt door de knallende kleuren, en dat is opvallend, want qua kleurgebruik was Zandvliets werk met de jaren juist steeds ingetogener geworden.

Robert Zandvliet, Grēne, 2019. Eitempera op doek, 213 x 270 cm Foto Henk Geraedts

Zandvliet (1970) brak na zijn opleiding aan De Ateliers midden jaren negentig door met sobere schilderijen van ‘objecten’: een chocoladereep, koptelefoon, haarspelden. Hij streefde ernaar met zo weinig mogelijk middelen een voorwerp in zijn essentie te treffen. Van zo’n zoektocht zou je heel filosofisch kunnen worden (alsof hij Platoonse Ideeën wilde afbeelden), maar dat is niet precies wat Zandvliet deed: eerder zocht hij een beeld dat ook zonder uitleg stand houdt.

Bekijk ook de galerietips van vorige week:Zinderende designkunst en eihoofdjes van kralen

Zo’n zelfde soort vanzelfsprekendheid wil Zandvliet nu bereiken met deze nieuwe ‘kleurwerken’. Hij slaagt daar glorieus in. Voor iedere kleur koos de schilder een onderwerp, een lichaam, waarin die kleur het sterkst naar voren kan komen. Voor Terra zijn dat gestapelde dakpannen (de herhaling werkt hypnotiserend), bij het veel abstractere Yellow stel je je een voorbijschietende NS-trein voor. Wanneer je ervoor staat, kun je je niet voorstellen dat het doek ook op een ándere manier had kunnen zijn.

Ook opvallend: Zandvliet schilderde een mens, een zeldzaamheid in zijn oeuvre. Op Ebony (2020) herken je twee donkere benen en een bos schaamhaar ertussen. Erotisch is het schilderij niet. De kleur – het licht dat een blauwe gloed op de donkerbruine benen achterlaat – krijgt de hoofdrol.