Een carnavalskraker voor Hoekstra en punk voor Simons

Verkiezingssongs Een goed gekozen liedje kan een politieke campagne versterken. Maar in meerpartijenland Nederland is samenwerking tussen pop en politiek ook risicovol, voor de partij én voor de artiest.

De Amsterdamse volkszangeres Sophie Straat in het voorprogramma van het proefconcert van Fieldlab Evenementen in de Amsterdamse Ziggo Dome. In het nummer ‘Tweede Kamer’ zingt Straat „ik stem op een vrouw”.
De Amsterdamse volkszangeres Sophie Straat in het voorprogramma van het proefconcert van Fieldlab Evenementen in de Amsterdamse Ziggo Dome. In het nummer ‘Tweede Kamer’ zingt Straat „ik stem op een vrouw”. Foto Robin Utrecht/ANP

Met Piet-Cees in Den Haag telt je stem minstens voor twee

Stem dus net als Henkie Wijngaard CDA en op Piet-Cees

De nummer 35 van het CDA, Piet-Cees van der Wel uit Hardenberg, krijgt in zijn campagne steun van zanger en trucker Henk Wijngaard. Bij Forum voor Democratie klimt de tamelijk onbekende rapper Duncan soms op het podium en de punkband Hang Youth zingt in ‘Het kan me niet links genoeg’: „Waarschijnlijk stem ik Sylvana, of misschien toch ook maar niet nee, want wie stemt er nou op een veejay?”

Ze zijn er wel in Nederland, campagnenummers, maar weinig. Terwijl uit de reclamewereld bekend is dat een goed gekozen liedje de boodschap flink kan versterken. In Amerikaanse verkiezingscampagnes speelt muziek vrijwel altijd een rol. In 1960 bewerkte Frank Sinatra zijn ‘High Hopes’ tot campagnelied voor John F. Kennedy, Bruce Springsteens ‘Born in the USA’ werd tot zijn afschuw in 1984 gebruikt door Reagan, waarna Springsteen werd ingelijfd door de Democraten. Obama kreeg van verschillende artiesten steun met ‘Yes we can’-songs.

Geen grote namen

Bij de Tweede Kamerverkiezingen ontbreken grote namen uit de popmuziek vooralsnog. „Dat is in Nederland altijd zo geweest”, zegt communicatiewetenschapper Rens Dietz die het fenomeen onderzoekt op zijn website campagnemuziek.nl. „Het heeft met budget te maken, maar het komt ook doordat het voor artiesten kan betekenen dat ze fans verliezen.” Want wie zich in deze verkiezingen uitspreekt voor één partij, keert zich tegen 36 andere.

Ook voor partijen is er een risico. Het kan snel misgaan. Toen Hillary Clinton ‘When the Lady Smiles’ van Golden Earring gebruikte, had het campagneteam blijkbaar niet door dat in de originele videoclip een non werd aangerand. En toen Mark Rutte in 2012 de VVD-overwinning vierde met Coldplay’s ‘Viva La Vida’, klonk de songtekst over een structureel liegende machthebber toch een beetje raar: „It was never an honest word, that was when I ruled the world”.

De SP had lange tijd de vorig jaar overleden zanger Bob Fosko als huiszanger, maar gebruikt nu geen uitgesproken muziek meer in de spotjes. Het spotje is de aangewezen plek voor een campagnesong, maar ook hier helpt het Nederlandse meerpartijenstelsel niet, ziet Dietz. „In Amerikaanse campagnevideo’s is er één slogan. ‘Change’, of ‘Make America Great Again’, meer hoeft er niet te worden gecommuniceerd. Nederlandse campagnespotjes zijn vaak te inhoudelijk, vol met standpunten. Dat zorgt er ook voor dat partijen niet snel één heldere boodschap uit een liedje durven omarmen.”

Breuk met traditie

Toch was er het afgelopen jaar genoeg politiek te horen in muziek, onder meer in Nederlandstalige rap over de belastingdienst, Zwarte Piet en Black Lives Matter. Maar die protestsongs zijn geen politieke steunbetuigingen, die lijken voor politici en zangers te risicovol. Dietz was dan ook aangenaam verrast toen afgelopen week ruim vijftig artiesten uit de alternatieve popscene zich in een brief expliciet achter BIJ1 schaarden, onder hen leden van Meetsysteem, Global Charming, Claw Boys Claw en Pip Blom.

Dietz: „Dat is echt een breuk met de Nederlandse traditie, terwijl het eigenlijk heel goed past. Veel van die artiesten treden op in popzalen met genderneutrale wc’s, waar vanaf het podium vaak een linkse, progressieve boodschap klinkt. Politiek en pop kunnen elkaar versterken.”