Elke werkdag een echt boekengesprek

Zap Vanwege de (afgelaste) Boekenweek zendt de NTR elke werkdag Eus’ Boekenclub uit. Een programma dat duidelijk maakt wat mensen beleven als ze zich in een boek begraven.

Ellen Deckwitz leest een gedicht en Peter Buwalda luistert in Eus’ Boekenclub (NTR).

Ellen Deckwitz leest een gedicht en Peter Buwalda luistert in Eus’ Boekenclub (NTR).

Dat de leeskijker in Nederland zich hoofdzakelijk met afsnijdsels in leven moet houden, is bekend. Dan gaat het in een talkshow onverwacht over Renate Rubinstein, wordt er een snelle rubriek met boekentips opgetuigd of doet De vooravond, zoals afgelopen vrijdag, een poging om in een lege Stadsschouwburg de geest van het Boekenbal tot leven te wekken. Dat lukte trouwens heel aardig, inclusief anekdotes over wat de moeder van dichter Ellen Deckwitz allemaal zou hebben uitgehaald met een gestolen aansteker van Tommy Wieringa.

Dezer weken biedt de tv nog een onregelmatige attractie: de boekenkasten die achter de schouders van beeldbellende talkshowgasten te zien zijn. Zo bleek minister Ferd Grapperhaus trots op zijn verzamelde Belcampo en stond arts-microbioloog Marc Bonten voor een jaloersmakende boekenwand met werk van Roger Martin du Gard en Het boek Ont van de geweldige Anton Valens.

Het zijn de kleine geneugten in een televisieland zonder regulier boekenprogramma. Behalve deze week dan. Vanwege de (afgelaste) Boekenweek is er ineens dagelijks literatuur op televisie. De NTR zendt elke werkdag Eus’ Boekenclub uit. Het literair halfuur wordt losjes gepresenteerd door Özcan Akyol en is, te oordelen naar de sneeuwresten op de binnenplaats van het Burgerweeshuis in Deventer, een kleine maand geleden opgenomen. Dat was ongeveer toen de Stichting CPNB besloot de Boekenweek naar een later tijdstip te verplaatsen. Gelukkig is Eus’ Boekenclub niet verkast, want hier lust de leeskijker er in de zomer nog wel vijf van.

De ingrediënten zijn eenvoudig: een gesprekje met een boekenverzamelaar, muziek, een mooi gedicht van Ellen Deckwitz, een debatje, de aankondiging van een beroemde Amerikaanse schrijver, een leesclub en een geheim wapen. Dat geheime wapen is het publiek, dat bestaat uit één persoon: cabaretier Stefano Keizers. Die toonde zich maandag, roepend vanuit de marge, een zeer literaire geest door zich af te vragen of er al science fiction werd geschreven over een wereld waarin corona nooit had plaatsgevonden. Of: „Al die nuance, daar hebben we over honderd jaar niets meer aan!”

Het debat ging over culturele toeëigening, een onderwerp dat aansluit bij de controverse over de vertaling van het bewierookte inauguratiegedicht van Amanda Gorman. Helaas was Eus’ Boekenclub daar te vroeg voor opgenomen. Nu bleef het twistgesprek tussen Karin Amatmoekrim en John Jansen van Galen hangen in kleine voorbeelden. Zeker de nadruk die Amatmoekrim legde op het belang van machtsverhoudingen, had niet misstaan in een gesprek over Gorman, Marieke Lucas Rijneveld en de gesneefde vertaling.

De leesclub kwam beter uit de verf, wat begon met een blije uitroep van schrijver Peter Buwalda. Nadat lezer Willie Wartaal had gezegd dat Otmars zonen ‘een meesterwerk’ was, reageerde Buwalda met een ontwapenend: „Oh, ooh. Echt serieus?” De schrijver hing dadelijk aan de lippen van de lezer.

Het werd een echt boekengesprek, waarbij Wartaal en het andere leesclublid Yvette van Boven vol enthousiasme begonnen te debatteren over de personages. Wat ze vreemd aan die mensen vonden, wat hun mogelijke achtergronden waren, waarom een van de hoofdfiguren een vrouw zonder wortels leek te zijn.

Ze deden, kortom, wat bij literatuur op tv streng verboden is: uitweiden over de inhoud. Immers: dat is lastig te volgen voor mensen die het boek niet kennen. Dat mag zo wezen, maar de ongeremde vrolijkheid waarmee er over Buwalda’s boek werd gepraat, maakte vooral duidelijk wat mensen beleven als ze zich in een boek begraven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.