Antiracisme leeft, maar niet echt als verkiezingsthema

Denk, Nida en Bij1 Drie partijen richten zich sterk op kiezers met een migratieachtergrond. Over hoe en waarom etnische minderheden stemmen, is nog veel onduidelijk.

Een campagnebord van de op de islam geïnspireerde partij Nida. De partij concurreert qua kiezers met Denk en komt nog niet bovendrijven in de peilingen.
Een campagnebord van de op de islam geïnspireerde partij Nida. De partij concurreert qua kiezers met Denk en komt nog niet bovendrijven in de peilingen. Foto Walter Herfst

Wat, vraagt de presentator van NOS op 3, zou je als eerste doen als je partij in de Tweede Kamer komt? „Ik wil alles, álles aanpakken”, zegt Sylvana Simons, lijsttrekker van Bij1, „en dat kan ook.” Op de achtergrond klinkt het lijflied van de partij: ‘The underdog’, van Alicia Keys. „We zíjn die underdog, maar zijn er ook vóór die underdog”, licht Simons toe.

Bij1, de partij die in 2017 onder de naam Artikel1 geen zetel bemachtigde, richt zich bij deze verkiezingen nadrukkelijk op het thema ‘radicale gelijkwaardigheid’. Het verkiezingsprogramma Allemaal anders, maar toch gelijkwaardig trapt af met een hoofdstuk over antiracisme en dekolonisatie. Daarna komen de opvattingen over de klassiekere thema’s economie, zorg, wonen en onderwijs.

Ook Denk start haar verkiezingsprogramma Denk Anders met een paragraaf over ‘inclusie en acceptatie’. Nida, de op islam geïnspireerde partij die in de lokale gemeenteraden van Rotterdam, Den Haag en Almere actief is en nu de sprong naar de Tweede Kamer hoopt te maken, heeft ‘inclusiviteit’ als vijfde pijler opgenomen in haar programma.

Wat deze partijen verder gemeen hebben? Ze richten zich sterk op Nederlanders met een migratieachtergrond. De lijsttrekkers en andere verkiesbare politici vertegenwoordigen zelf ook deze gemeenschappen: Farid Azarkan (Denk) werd in Marokko geboren, Sylvana Simons in Suriname en partijleider Nourdin el Ouali (Nida) heeft een Marokkaanse achtergrond.

‘Teleurgesteld’ in PvdA

Nederland telt bijna tweeënhalf miljoen kiesgerechtigden met een migratieachtergrond, ruim 17 procent van de bevolking. Zo’n 800.000 Nederlandse stemgerechtigden hebben een niet-westerse achtergrond: de Surinaamse gemeenschap is de grootste (292.000), gevolgd door de Turkse (257.000) en de Marokkaanse gemeenschap (251.000).

Jarenlang wist vooral de PvdA nieuwe Nederlanders aan zich te binden. „Maar sinds 2006 raakten die kiezers teleurgesteld”, zegt onderzoeker Floris Vermeulen van de Universiteit van Amsterdam. „Er heerste – en nog steeds – veel woede en frustratie in die achterban. Over hoe zij de afgelopen twintig jaar zijn behandeld in Nederland, ze voelen zich tweederangs burgers. En ze voelden zich niet meer thuis bij de PvdA.”

Dat kwam onder meer doordat de PvdA volgens deze groepen te weinig weerwoord tegen Wilders en zijn anti-islamretoriek gaf, zegt Vermeulen, en omdat kiezers zich te weinig door de partij vertegenwoordigd voelden: zowel in het geringe aantal politici afkomstig uit minderheidsgroepen als de manier waarop hun zorgen door de partij werden geadresseerd.

Tunahan Kuzu, zegt Vermeulen, was de eerste die deze sentimenten op een goede manier wist te kanaliseren. Kuzu splitste zich eind 2014 samen met Selçuk Öztürk af van de PvdA. Ze richtten Denk op. „Kuzu sprak kiezers toe in het Turks”, zegt Vermeulen. „Het cultureel conservatieve deel van de Turks-Nederlandse gemeenschap is goed georganiseerd. Kuzu stelde zich wél op als de anti-Wilders: voor die groep was het eindelijk iemand die zich uitsprak tegen het heersende anti-islamsentiment.” Bij de verkiezingen van 2017 kwam Denk met drie zetels in de Tweede Kamer.

Over wat etnische minderheden in Nederland precies stemmen en waarom, is veel onduidelijk. Bekend is dat de opkomst bij verkiezingen een stuk lager ligt dan gemiddeld, maar de groepen zijn al jaren ondervertegenwoordigd in kiezersonderzoeken. Daar moet dit jaar verandering in komen. Voor het Nationaal Kiezersonderzoek, iedere parlementsverkiezingen uitgevoerd onder leiding van een andere universiteit, is het Centraal Bureau voor de Statistiek dit jaar opdracht gegeven om deze groep apart te selecteren.

Denks aanvallende politiek

Dat er pas nu meer aandacht voor is, hangt volgens hoofddocent en politiek-socioloog Niels Spierings, verbonden aan de Radboud Universiteit, samen met de toenemende aandacht voor partijen die inzetten op specifieke vertegenwoordiging door en voor die groepen. „Daardoor is er meer wetenschappelijke belangstelling”, zegt hij. „En extra groepen gedegen onderzoeken, kost ook gewoon geld.”

Denk staat op nul tot drie zetels in de peilingen. Dat er het afgelopen jaar veel intern gedoe was, waarbij Kuzu werd beschuldigd van het hebben van een grensoverschrijdende, buitenechtelijke affaire en Kuzu en Öztürk elkaar betichtten van „broedermoord”, lijkt potentiële kiezers niet te deren. „De kritiek op de manier van politiek bedrijven van Denk, die zeer aanvallend kan zijn en wantrouwend naar media, wordt bij de achterban juist als goed gezien”, zegt Vermeulen.

Kuzu: ‘Ik ben gechanteerd door partijgenoot Öztürk’

Ook nu richt de partij, die in de campagne met een camper door het land trekt om zo dicht mogelijk bij hun kiezers te komen, zich nadrukkelijk op een cultureel conservatieve gemeenschap: deze week plaatste Kuzu een boos filmpje op zijn Twitteraccount, waarin hij zich keert tegen een televisieprogramma waarin basisschoolkinderen vragen stellen aan naakte mensen, onder de hashtag #beschermjekind.

Dit jaar heeft de partij concurrentie. Al komt Nida, die zich op dezelfde achterban richt, nog nergens bovendrijven in de peilingen. Vermeulen ziet dat de partij meer op verbinding inzet dan Denk, maar dat die boodschap moeilijker is te verkopen. „Ook die achterban is boos en wil die woede terugzien in de Tweede Kamer.”

Voor Bij1, opgericht door Simons, nadat ze kort deel uitmaakte van Denk, wordt het spannend: zo peilt Maurice de Hond de partij wel op een zetel, maar andere peilers niet.

„Bij1 is op ethisch vlak een hyperprogressieve partij, die zich uitspreekt voor transgender personen en radicaal feminisme”, zegt Spierings. „Daarmee is de partij een radicalere versie van GroenLinks, alleen is de Surinaams-Caribische gemeenschap die ze aan zou kúnnen spreken relatief conservatief, bijvoorbeeld over seksualiteit.” Daar zit volgens Spierings een gat, dat moeilijk te dichten zal zijn. „Het is waarschijnlijk de reden dat die partij nog niet zo doorbreekt als Denk, omdat ze uiteindelijk geen nieuwe groepen aanspreekt, maar concurreert met kiezers van GroenLinks. Ook van Denk snoept de partij geen tot nauwelijks kiezers weg.”

Antiracisme overschaduwd

De aandacht voor de Black Lives Matter-protesten afgelopen zomer leidt volgens Spierings niet tot meer aandacht voor antiracisme in de media. „Het leeft meer dan ooit en we vragen er ook naar in het nationaal kiezersonderzoek. Maar de verkiezingscampagne is volledig overschaduwd door corona”, zegt hij. „Het enige dat een beetje doorkomt is de Toeslagenaffaire, waarin etnisch profileren ook een rol speelt, maar dat wordt politici toch verrassend weinig nagedragen.”

Met klimaat als derde thema dat nog enigszins een rol speelt, is er „geen ruimte voor meer”, volgens Spierings. „Black Lives Matter gaat in aantallen ook relatief weinig mensen persoonlijk aan en deze groep gaat minder vaak stemmen. Het is maar een klein groepje dat hierdoor voor Bij1 kiest.”