Opinie

Subtiel seksisme is een baas die vrouwen rond de vergadertafel niet laat uitspreken

Verkiezingen

Commentaar

Het was een verademing dat als het de afgelopen vier jaar over de schoenen van een minister ging, het die van Hugo waren. Die ook nog eens een kletskous was. En dat de meest geëmotioneerde ministers Halbe en Eric heetten.

Toch blijkt het noodzakelijk dat het anderhalve week voor de verkiezingen over seksisme moet gaan. Over de drek aan ranzigheid en haat die vrouwelijke politici in deze campagne dagelijks over zich heen krijgen via sociale media. De Groene Amsterdammer en de Universiteit van Amsterdam berekenden dat 10 procent van alle tweets die is gericht aan vrouwelijke kandidaten haatdragend is, D66-lijsttrekker Sigrid Kaag ontvangt het dubbele.

Zaterdag zei ze dat de online haat het voor „vrouwen moeilijker maakt zich uit te spreken in het publieke debat”. Het is bemoedigend dat Kaag, en met haar talloze andere vrouwen in het openbaar bestuur, zich niet laat afschrikken door „anonieme toetsenbordridders”.

Maar het meeste seksisme uit zich subtieler, niet alleen in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven, de wetenschap en de kunsten. Een loonkloof die, gecorrigeerd, vrouwen 4 tot 7 procent minder salaris oplevert voor gelijk werk. Sollicitatiegesprekken waarin nog altijd wordt gevraagd naar een kinderwens of het combineren van een gezin en een baan, terwijl moeder-zijn geen risico voor kwaliteit is. Niet moeder-zijn trouwens ook niet.

Subtiel seksisme is een baas die de vrouwen rond de vergadertafel niet laat uitspreken. Ook staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA), en ministers Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) en Kaag (Handel, D66) hadden daar last van, zo bleek uit een reconstructie van NRC. Premier Mark Rutte, vonden ze, had de neiging om vrouwen minder serieus te nemen.

Lees ook: Hoe ga je als vrouwelijke lijsttrekker om met seksisme?

Als een vrouw op een hoge positie wordt benoemd, wordt dat nog altijd niet als vanzelfsprekend gezien. Getuige ook krantenkoppen als ‘vrouw wordt’ in plaats van haar naam. PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen wees in Nieuwsuur op het introductiefilmpje waarin werd gezegd dat zij „onverwacht” minister van Ontwikkelingssamenwerking was geworden: „Maar ik was partijvoorzitter geweest, ik was vijftien jaar directeur van ontwikkelingsorganisaties. Dus het was mijn vak… ”

Als een vrouw een hoge positie heeft, moet zij zich vooral bewijzen. Terwijl een man lang veelbelovend mag blijven. Een vrouw die een sterke leider is, wordt al snel geen goede vrouw gevonden. Maar een vrouw die zich vrouwelijk gedraagt, wordt geen goede leider gevonden. Een vrouw die zich hard opstelt, krijgt – zeker in de politieke arena – snel een bijnaam als ‘Nikkelen Neelie’. Een vrouw die dat niet doet, wordt getypeerd als ‘te bescheiden’.

Hoe vrouwen worden neergezet is belangrijk voor hun maatschappelijke positie. Voor de toekomst: rolmodellen die het beeld van de politicus als wit en man doorbreken, kunnen bijdragen aan emancipatie. En representatie van vrouw én man in de politiek is belangrijk voor het draagvlak van besluitvorming.

Het is opbeurend dat er zoveel vrouwen lijsttrekker van een landelijke partij zijn: tien van de 37. Dat is geen incident. Zie de gestage opmars in honderd jaar: in alle geledingen van het openbaar bestuur is 24 tot 35 procent vrouw. Daarmee is de vrouwenemancipatie nog niet voltooid. Er zijn nog heel veel hordes. En tot op heden is er nog nooit een vrouwelijke premier in Nederland geweest.