Hogescholen beginnen met een eigen doctoraat

Onderzoekstraject op hbo Na de hogeschool doorstuderen op het hbo wordt vanaf volgend jaar mogelijk. Wat is het verschil met promoveren op de uni? En vier andere vragen.

Voor veel hbo-studenten, zoals ook voor deze studente verpleegkunde, was de diploma-uitreiking vorig jaar digitaal.
Voor veel hbo-studenten, zoals ook voor deze studente verpleegkunde, was de diploma-uitreiking vorig jaar digitaal. Foto Werry Crone/ANP

Vanaf volgend jaar kunnen studenten aan hogescholen na hun master nog drie of vier jaar onderzoek doen om daarmee de titel van pd, ‘professional doctor’, te krijgen. In eerste instantie gaat het om vijf nieuwe onderzoekstrajecten aan verschillende hogescholen.

Lees ook: 'Promoveren kan straks ook aan een hogeschool'

1 Waarom willen hogescholen dit?

Omdat er behoefte aan is, zegt voorzitter Maurice Limmen van de Vereniging Hogescholen. Vanuit het onderwijs en het bedrijfsleven – en die twee hangen samen. „De arbeidsmarkt verandert razendsnel. Door onderzoek meer in te bedden in ons onderwijs willen we aan de veranderde vraag van bedrijven voldoen.

„Concreet voorbeeld: woningen moeten van het gas af. Hóé doe je dat en wat betekent het voor studenten? Hoe richten we de studie bouwkunde zo in dat we studenten afleveren waar de praktijk om vraagt? Dat zijn onderzoeksvragen waarmee we zowel de beroepspraktijk als het onderwijs verder brengen.”

Hoofdtaak van hogescholen blijft: mensen opleiden voor de praktijk, zegt Limmen. Met een onderzoekstraject in de zogeheten derde fase – na de bachelor en de master – wordt daar „een extra en verdiepende laag” aan toegevoegd.

Die extra laag kan er wellicht ook voor zorgen dat een opleiding aan de hogeschool aantrekkelijker wordt. Verreweg de meeste vwo’ers kiezen na hun eindexamen voor een wetenschappelijke opleiding, waardoor universiteiten al jaren te maken hebben met stijgende studentenaantallen, terwijl hogescholen de instroom zien dalen. Hogescholen proberen het tij te keren door zichzelf meer wetenschappelijke ‘status’ te geven. Niet voor niets gebruiken steeds meer scholen de internationale titel ‘university of applied sciences’.

2 Wat vinden universiteiten ervan?

Die zijn betrokken bij dit plan en volgen het „met veel belangstelling”, aldus een woordvoerder van de vereniging van universiteiten (VSNU). Tegelijkertijd kijken de universiteiten met argusogen naar de onderzoeksambities van de hogescholen. Hogescholen moeten niet ‘universiteitje’ willen spelen en zich op hún terrein gaan begeven. Er is dan ook lang en stevig gediscussieerd over dit plan, waarbij met name de wetenschappelijke terminologie tot in detail is uitonderhandeld. Aan de hogeschool wordt straks bijvoorbeeld geen ‘promotieonderzoek’ gedaan, maar volgt men een ‘professional doctorate’. Dat leidt vervolgens niet tot de titel van dr. of PhD, maar tot pd.

Achterliggende gedachte: hogescholen zijn er om mensen op te leiden voor de praktijk, universiteiten voor de wetenschap. In werkelijkheid is het onderscheid niet altijd zo scherp: universiteiten bieden bijvoorbeeld academische lerarenopleidingen aan en lang niet iedere student aan de universiteit wordt wetenschapper.

Lees ook: 'Hbo-promovendi, zitten werkgevers daar op te wachten?'

3 Wat is het verschil met een promotie aan universiteiten?

Het professional doctorate is „gelijkwaardig” aan een promotietraject aan de universiteit, stellen de hogescholen, maar heeft „een ander karakter”. Waar academisch onderzoek vaak fundamenteel van karakter is, zal dat bij de hogescholen niet het geval zijn. „Onze onderzoeken moeten van wetenschappelijk niveau zijn”, zegt Limmen, „maar ze zijn niet gericht op wetenschappelijke publicaties of een proefschrift. De bedoeling is dat onze onderzoekers iets toevoegen aan de praktijk.”

Waar promovendi aan universiteiten worden begeleid door een hoogleraar, nemen lectoren die rol op zich aan de hogescholen. Deze onderzoekers en docenten zijn zelf gepromoveerd aan een universiteit en werken vaak deels aan een hogeschool en deels aan een universiteit of in het bedrijfsleven.

4 Hoe waarborgen hogescholen de wetenschappelijke kwaliteit en onafhankelijkheid van het onderzoek?

Er komen speciale begeleidingscommissies waarin naast de vaste begeleider (de lector) wetenschappers zitten vanuit universiteiten en specialisten vanuit het bedrijfsleven, die het onderzoek toetsen en controleren. Daarnaast worden de onderzoekstrajecten om de vier jaar ‘gevisiteerd’, zoals dat ook binnen universiteiten gebeurt. „We hebben bovendien een wetenschappelijke gedragscode waar we ons aan te houden hebben”, zegt Limmen van de Vereniging Hogescholen.

Lees ook: Universiteiten en NWO willen af van voortdurende stress rond onderzoeksaanvragen

5 Mag het, en wat gaat het kosten?

Het mag. Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, D66), aan wie het plan deze dinsdag wordt overhandigd, schreef eind december in een brief aan de Kamer in positieve bewoordingen over de onderzoeksambities van hogescholen. „Een eigenstandige derde cyclus binnen het hbo kan een impuls zijn voor de verdere ontwikkeling van het praktijkgericht onderzoek en zo de meerwaarde voor de maatschappij vergroten.”

Om de eerste onderzoekstrajecten te financieren, is ruim 55 miljoen euro nodig. Hogescholen willen met het nieuwe kabinet afspraken maken over de verdeling van die financiering tussen overheid, werkgevers en de hogescholen zelf.