Hoelang hebben vrouwen en mannen gemiddeld nog te leven?

Illustratie Lizan Vermeulen

Hoelang zal ik leven?

Levensverwachting De AOW wordt dit jaar 65. Toen die werd ingevoerd, hadden mensen op hun 65ste nog tien à vijftien jaar te leven. Inmiddels ligt die levensverwachting een stuk hoger. Toch maakt , die onlangs 60 werd, zich zorgen: het aantal ziektevrije jaren daalt.

Een verjaardag kan tot mijmeren stemmen. Terugkijken, de balans opmaken, vooruitkijken. Ouderen zullen dit vaker doen dan jongeren: het verleden raakt steeds voller met herinneringen. En ook: hoe minder jaren voor de boeg, hoe meer levensvragen door het oudere hoofd zullen spoken. Wat wil ik nog?

Mij overkwam dit toen ik onlangs zestig werd. Ik telde m’n zegeningen, vierde een (virusproof) feestje. Maar ook drong voor het eerst een besef van de bel voor de laatste ronde tot me door.

Ik ben niet de enige die een bijzondere verjaardag mocht vieren. In 1956 werd in het parlement de Algemene Ouderdomswet goedgekeurd: de AOW, voor iedere Nederlander van 65 jaar en ouder. Deze wet bereikt dit jaar dus zélf de leeftijd van 65. Een noodwet voorzag overigens al negen jaar eerder in een ‘staatspensioen’.

Lees ook: De wereldbevolking slinkt en vergrijst nog sneller dan gedacht en ‘de gevolgen zullen enorm zijn’

65 jaar geleden hadden Nederlanders op hun 65ste verjaardag gemiddeld nog een jaar of tien à vijftien te leven. Voor de 65-plussers van nu is dit inmiddels opgelopen tot zo’n vijftien à twintig jaar. Vrouwen leven circa vier jaar langer dan mannen – het voorheen sterkere geslacht rookt te veel en torst steeds meer ongezond overgewicht met zich mee. Overigens begint onder vrouwen de voorsprong wel wat te krimpen, nu zij mannen achterna gaan in ongezonde gewoonten.

Zelf ben ik een man uit de laatste dagen van 1960. De levensverwachting voor mijn ‘cohort’ ligt iets boven de tachtig jaar. Maar wat is dat precies, levensverwachting?

‘Kans op leven’

Levensverwachting (zlfst. nw., v). Aantal jaren dat iemand gemiddeld nog te leven heeft. Dit gemiddelde is berekend aan de hand van sterftecijfers uit het verleden, met als aanname dat de sterftekansen in de toekomst niet zullen veranderen. In werkelijkheid zal de kans op langer leven toenemen, door de ontwikkeling van nieuwe medische kennis, betere behandelingen en een betere zorg.

Een eeuw geleden, en zeker twee eeuwen geleden, waren de meeste mensen op hun zestigste oud en versleten. Als ze niet allang gestorven waren aan de cholera, tyfus, gal- en kwijlkoorts, dysenterie, pokken, tuberculose of een andere epidemische of pandemische ziekte. De derde levensfase, na de kindertijd en het werkende bestaan, was voor de meeste mensen van niet al te lange duur.

In de wereld van commercie en reclame lijkt die derde fase nu eerder een oogstfeest dan een galgenmaal. Zéker voor de hogeropgeleide plusgeneratie, met een hoog inkomen en lichamelijk onbeschadigd dankzij lichte fysieke arbeid (te typeren als: NRC-lezers). Ongemak en gebrek zouden, grosso modo, pas opdoemen in een vierde levensfase. Tachtig is het nieuwe zestig.

Hoelang vrouwen en mannen gemiddeld te leven hebben Bron CBS

Alhoewel, die grens is nog niet helemaal uitgewist. De Nederlandse Spoorwegen hebben voor zestigplussers jaarlijks „zeven keuzedagen” in de aanbieding, voor „extra voordelig reizen”. De GGD heeft mij, als jonge zestiger, ongevraagd flink wat plaatsen vooruitgezet in de lange wachtrij voor een coronavaccin.

Vorig jaar zijn in Nederland onder invloed van het coronavirus én een zomerse hittegolf ruim 15.000 mensen méér dan gemiddeld overleden (dat is: plus 10 procent). Dit zal z’n uitwerking hebben op de statistieken over de levensverwachting. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft eind januari berekend dat de gemiddelde levensduur nu naar beneden moet worden bijgesteld met zo’n zes à negen maanden (voor mannen en vrouwen). Dit effect zal, naar verwachting, tijdelijk zijn: „Na eerdere perioden met hoge sterfte, zoals de Spaanse griep (1918-1919) en de Tweede Wereldoorlog (1940-1945), was de levensverwachting na enkele jaren weer terug op het oude niveau”, vult het CBS ter geruststelling aan.

Wat valt er te verwachten over levensverwachting?

Levensverwachting. Het is nogal een breed begrip. Het zegt veel over de Nederlandse bevolking, maar niet direct iets over één Nederlander.

Hoe zit het eigenlijk met mijn eigen levensverwachting? Hoe kan ik, liefst een beetje vitaal, mijn tachtigste verjaardag halen?

Ik pakte er een boekje bij, dat ergens op een hoge plank in mijn boekenkast stond. De Kracht van je leven, geschreven door hoogleraar gerontologie Dick Knook en journalist Hans Ulrich. NRC gaf het bijna twintig jaar geleden uit, maar gelezen had ik het nog niet. De ondertitel (‘Gezondheid en geldzaken voorbij de vijftig’) zei me toen dat ik niet tot de doelgroep behoorde.

Wat heb je eraan voor jezelf, aan al die cijfers die ‘iets’ zeggen over resterende levensjaren en risico’s?

In hoofdstuk één staat een schema over de levensverwachting. Het bevat een reeks plussen en minnen die de gemiddelde verwachting positief of negatief kunnen beïnvloeden.

Het laat zich lezen als een zelftest. Hoe oud zijn en/of werden mijn ouders en grootouders? Waar en met wie woon ik? Hoe zwaar ben ik? Enzovoort. Met onderaan de streep die ene vraag: hoelang-heb-ik-nog, zo ongeveer?

Schema uit het boek De Kracht van je leven, van Dick Knook Hans Ulrich. Allerlei factoren die de gemiddelde levensverwachting positief of negatief beïnvloeden. ‘SES’ staat voor sociaaleconomische status.

De cijfers in het schema tonen een kloof in de levensverwachting. Enerzijds is er de groep van lageropgeleiden, in oudere stadswijken, die weinig sociaal actief zijn, geen sporters, weinig kennis hebben van gezonde voeding en te weinig inkomen om die (vaak duurdere) levensmiddelen te kopen. Voor hen gloren minder verjaardagen om te vieren dan voor mensen in duurdere huizen en groenere buurten.

Hoewel deze beter gesitueerden zichzelf ook niet zomaar rijk mogen rekenen, zo valt te lezen in De Kracht van je leven: „Positieve factoren kun je niet bij elkaar optellen, negatieve factoren kunnen elkaar versterken.”

Met cijfers moet je altijd oppassen, en zéker met statistiek, want het zegt iets over de grote aantallen, over gemiddelden, over kansen. Wat heb je eraan voor jezelf, aan al die cijfers die ‘iets’ zeggen over resterende levensjaren en risico’s?

Het begrip levensverwachting zette mij sowieso aan het denken – en dan met name het tweede deel van het woord, verwachting. Het is voor meerdere uitleg vatbaar. Is het als een weersverwachting, of als in: toekomstverwachting? Het ene vooruitzicht is het andere niet. Het weer van de komende dagen overkomt ons. De toekomst – in de uren, dagen, maanden, jaren die nog komen – kunnen we ook zelf beïnvloeden.

Zo laat het woord levensverwachting ruimte voor eigen uitleg. Is het: mijn lot is al bepaald, we zien wel hoe de wind morgen waait? Of: wat kan ik doen, én laten, om mijn levensverwachting naar boven bij te stellen?

Bij deze afweging helpen statistieken slechts ten dele. Aan erfelijke eigenschappen kun je zelf niet zo veel doen. Niemand heeft z’n eigen DNA-profiel voor het uitkiezen gehad. Aanleg voor een of andere erfelijke dodelijke ziekte kan in ieders genenpakket gratis zijn meegeleverd. Uit onderzoek is bekend: ongeveer 25 procent van de doodsoorzaken valt te herleiden tot een erfelijke aandoening, de resterende 75 procent hangt samen met een ongezonde leefstijl.

Een rationele geest mag nu de conclusie trekken: de levensduur is voor driekwart maakbaar. Klopt, inderdaad. Maar wat doen we met die kennis? Leven we daardoor langer én gelukkiger?

Het valt te bezien.

Ziektevrije jaren

Mensen worden weliswaar steeds ouder, maar het aantal ziektevrije jaren (dat wil zeggen: zonder de hulp van medici en medicijnen) daalt schrikbarend snel. Uit verschillende onderzoeken blijkt: het leven mag nu gemiddeld zo’n vijf à zeven jaar langer uren dan omstreeks 1980, maar het aantal onbekommerde, gezonde jaren is met ongeveer evenveel jaren gedaald. Het aantal ziektevrije jaren ligt nu op circa 48, tegenover 55 jaren in 1980.

We worden, botweg samengevat, vooral ouder om méér jaren ziek te kunnen zijn. Welvaartsziekten grijpen om zich heen. Voornaamste oorzaak: te veel en ongezond eten, in combinatie met te weinig bewegen.

Lees ook: Ineens heeft hij het allemaal gedaan: de dikke man

Te veel buikvet is een potentiële killer. Het was al bewezen, de coronadoden hebben het nog eens bevestigd. Mannen met overgewicht zijn daarin sterk oververtegenwoordigd. Een afslankcampagne zou daarom nuttig kunnen zijn. De beste indicatie voor een gezond gewicht is de omvang van de taille, die bij vrouwen maar beter niet boven de 80 centimeter kan uitkomen. Bij mannen ligt de grens omstreeks 95 centimeter.

Ook voor lichaamsbeweging geldt een vuistregel. Gezond is: wekelijks tweeëneenhalf uur wandelen en/of fietsen of iets soortgelijks, verdeeld over meerdere dagen, plus tweemaal intensief trainen voor spieren en botten. Het zijn simpele cijfers. Maar de ándere cijfers kennen we ook. Minder dan de helft van de volwassen Nederlanders voldoet aan deze norm. Bij ouderen is dat zelfs nog lager: slechts een derde van de 65-plussers is voldoende in beweging om de kans op gezond oud worden te vergroten.

De minister-president en de minister van Volksgezondheid hebben sinds maart vorig jaar de ene na de andere rechtstreeks uitgezonden persconferentie gegeven. Met steeds weer diezelfde mantra’s: „Blijf zoveel mogelijk thuis, houd anderhalve meter afstand van elkaar, nies of hoest in je elleboog en was je handen stuk.”

Ze zouden erbij kunnen zeggen: probeer intussen de kans op overleven te vergroten door (letterlijk) de broekriem aan te halen en je lichaam zo veel mogelijk in beweging te houden.

Of heeft de overheid zich niet te bemoeien met onze leefstijl? Een prik: ja. Een preek: nee! Daar valt iets voor te zeggen. Maar ook iets tegen. Of in ieder geval valt er te mijmeren over het schemergebied tussen levensverwachting en doodsverachting, waarin een pandemie en een vaccin niet allesbepalend hoeven te zijn.