Kansenongelijkheid in Nederland: wie in Emmen opgroeit, haalt een Alphenaar nooit meer in

Kansenongelijkheid Op het oog mogen gemeenten sterk op elkaar lijken, toch kunnen de kansen op een welvarend leven sterk verschillen. De ‘Kansenatlas’, die zaterdag verschijnt, brengt die ongelijkheid in kaart.

Het schoolplein van openbare basisschool ’t Swarte Meer in Zwartemeer, gemeente Emmen.
Het schoolplein van openbare basisschool ’t Swarte Meer in Zwartemeer, gemeente Emmen. Foto's Sake Elzinga

Nederland is minder vlak dan we weleens denken. Dit gaat niet over bergen, maar over kansen. De plek waar je opgroeit, bepaalt voor een groot deel je kans op een welvarend leven – ook binnen Nederland. Vooral als je opgroeit in een arm gezin.

Voor het eerst wordt die ongelijkheid nu voor iedereen in detail inzichtelijk, in getallen, kleuren en grafieken. Per gemeente, en voor ruim veertig gemeenten zelfs per wijk. Je kunt die ongelijkheid vergelijken aan de hand van talloze factoren, zoals onderwijsniveau, inkomen en gezondheid.

Lees ook de reportage bij dit artikel: Als je ouders de bijsluiter niet kunnen lezen

Economisch onderzoeksbureau SEO zet deze zaterdag een interactieve landkaart van Nederland online, een publiek toegankelijke ‘Kansenatlas’. In een oogopslag kunnen beleidsmakers en burgers zien in welke gemeente het lot van kinderen sterk wordt bepaald door het inkomen van hun ouders. Die gemeenten kleuren rood. En de ‘blauwe’ gemeenten waar dat veel minder uitmaakt. De Kansenatlas is gebaseerd op kwantitatieve onderzoeken, vooral aan de hand van grote databestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Zo maakt de kaart zichtbaar waar je in Nederland, als je voor een dubbeltje geboren bent, een kwartje kunt worden. En in welke plaatsen dat veel moeilijker is.

Kijk bijvoorbeeld naar de gemeenten Emmen en Alphen aan den Rijn. In Emmen is meer kansenongelijkheid dan in Alphen.

Bas ter Weel geeft in een videogesprek een rondleiding door de Kansenatlas. Ter Weel is directeur van SEO Economisch Onderzoek en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Hij heeft de gemeenten uitgekozen omdat ze redelijk op elkaar lijken: in beide plaatsen wonen zo’n 110.000 mensen. Het gemiddelde inkomen ligt in Alphen aan den Rijn wel hoger.

Maar vooral het verschil in kansen is groot tussen deze twee gemeenten. Als je in Emmen bent opgegroeid, worden jouw toekomstige kansen – op goede schoolprestaties, een hoog opleidingsniveau, een hoog inkomen – veel sterker bepaald door het inkomen van je ouders dan als je opgroeide in Alphen.

Kinderen die in hun jeugd verhuizen, worden door SEO in al die gemeenten deels meegeteld.

Optrekken aan elkaar

Om de verschillen zichtbaar te maken, zoomt Ter Weel eerst in op de rijkere gezinnen. Stel: je bent in Emmen opgegroeid, en het inkomen van je ouders behoort tot de kwart hoogste inkomens van alle Nederlanders. Dan is jouw inkomen op 28-jarige leeftijd gemiddeld nét iets hoger dan het inkomen van een doorsnee-Nederlander: ongeveer 1 procent hoger.

Als je in Alphen aan den Rijn bent opgegroeid, in een precies even rijk gezin, zal je inkomen als jongvolwassene hoger liggen: zo’n 7 procent boven dat van een doorsnee-Nederlander.

De kansenongelijkheid wordt zichtbaar als je diezelfde vergelijking maakt voor wie opgroeit in een arm gezin, want daar zijn de verschillen nog groter.

Behoort het inkomen van je ouders tot de laagste kwart van Nederland? Als je opgroeit in Alphen hoeft dat geen groot probleem te zijn. Dan ligt je inkomen op 28-jarige leeftijd slechts 1 procent onder dat van een doorsnee-Nederlander.

Maar kom je uit Emmen? Dan is je inkomen als jongvolwassene maar liefst 9 procent lager dan het doorsnee-inkomen.

„In Alphen aan den Rijn is de ongelijkheid dus een stuk kleiner”, zegt Ter Weel. „En de grootste verschillen zie je bij de lage inkomens.” Dat geldt voor heel Nederland, zegt Ter Weel: „Vooral voor relatief arme gezinnen maakt het uit in welke gemeente je opgroeit.”

Die verschillen worden al zichtbaar bij de Cito-eindtoets op de basisschool. Ook die cijfers staan in de Kansenatlas.

In Alphen aan den Rijn scoren kinderen uit rijke gezinnen gemiddeld iets hoger op hun Cito-eindtoets dan in Emmen: een halve punt.

Bij kinderen uit arme gezinnen is, opnieuw, het verschil veel groter: in Alphen scoren zij bijna een hele punt hoger.

„Dus in Emmen lukt het minder goed om deze kinderen naar een hoger niveau te tillen”, zegt Ter Weel. „En zo zie je dat de ongelijkheid al op jonge leeftijd ontstaat.”

Hoe dat kan? De kinderen uit Alphen lijken ervan te profiteren dat de inkomensverschillen tussen gezinnen zo klein zijn, zegt de SEO-directeur. „Als het verschil tussen arm en rijk zo klein is, heb je ook meer dezelfde interesses en ga je gemakkelijker met elkaar om. De kinderen kunnen zich dan ook meer aan elkaar optrekken.”

De verschillen die op de basisschool ontstaan, beïnvloeden daarna ook het opleidingsniveau, de baankansen en de hoogte van het inkomen van deze kinderen. „Het onderwijs is de grootste motor van de ongelijkheid.”

Vertekend beeld

Voor de duidelijkheid: Emmen en Alphen zijn geen ‘extreme’ gemeenten in de Kansenatlas, zegt Ter Weel. „Ik wil juist twee gemeenten laten zien die een beetje op elkaar lijken.”

Om toch een paar uitersten te noemen: op Schiermonnikoog is het voor de Citoscore van een kind het belangrijkste hoeveel je ouders verdienen, in het Gelderse Rozendaal is het verschil tussen rijke en arme kinderen het kleinst. In het Groningse Pekela hangt je inkomen als jongvolwassene het sterkst af van het inkomen van je ouders, op Vlieland het minst.

‘Het onderwijs is de grootste motor van ongelijkheid’

Het idee voor de Kansenatlas ontstond een paar jaar geleden, zegt Ter Weel. Hij vond dat er te weinig harde cijfers waren over kansengelijkheid. Ook viel het hem op dat veel mensen Nederland nog zien als een land van gelijke kansen, „waarin we de bestaande verschillen tenietdoen dankzij ons onderwijs”. Dat beeld staat de laatste jaren weliswaar onder druk, zegt hij. „Maar harde cijfers ontbraken.”

SEO financierde dit project met hulp van meerdere fondsen en overheidsinstanties. In 2019 deed het onderzoeksbureau een aantal kwantitatieve onderzoeken. Vervolgens werd de interactieve kaart gemaakt waarin de uitkomsten worden getoond. Ter Weel: „We hebben ons laten inspireren door eenzelfde soort kaart in de Verenigde Staten: de Opportunity Atlas.”


Onoverbrugbare kloof

De Opportunity Atlas toont maar één aspect van de ongelijkheid: hoe bepalend het inkomen van je ouders is voor jou als jongvolwassene. De Kansenatlas voegt daar een extra dimensie aan toe: kunnen Nederlanders daarna, tot hun veertigste, de sociale ladder verder beklimmen?

Voor Emmen en Alphen geldt: de verschillen die al op jonge leeftijd ontstonden, blijven ook daarna bestaan. In beide gemeenten groeit het inkomen van 28- tot 40-jarigen in ongeveer hetzelfde tempo. Dus wie in Emmen opgroeit, begint niet alleen op een achterstand ten opzichte van een Alphenaar, maar blijft dat ook. Ter Weel: „Dat verschil haal je niet meer in.”

De kaart dient meerdere doelen, zegt Ter Weel. „Op landelijk niveau maakt de kaart inzichtelijk hoe belangrijk het onderwijs is in het creëren van gelijke kansen. En hoe belangrijk het daarbij is waar je wieg staat.” Wethouders kunnen de kaart gebruiken om te ontdekken welke problemen zij het best kunnen aanpakken.

De Kansenatlas laat alleen de kale cijfers zien, niet welke verklaringen daarachter schuilgaan. Wel kunnen wethouders uit die cijfers opmaken welke problemen het meest urgent zijn, zegt Ter Weel, zodat ze daar aanvullend onderzoek naar kunnen doen.

Zo zou de onderwijswethouder van Emmen meer kunnen investeren in de begeleiding van kinderen uit arme gezinnen. Hij kan in de atlas zelfs zien in welke dorpskernen van zijn gemeente de ongelijkheid in Citoscores bijzonder groot is: Zwartemeer en Weiteveen.

Ook kunnen de wethouders uitzoeken welke vergelijkbare gemeenten met dezelfde problemen worstelen. Ter Weel: „Emmen lijkt sterk op Heerlen, Kerkrade en Leeuwarden als het gaat om het aantal mensen met een lage opleiding. Ik denk dat de wethouder van Emmen daar een kop koffie moet gaan drinken.”

Meerdere oorzaken

De kansenverschillen laten zich niet altijd vangen in één oorzaak, zoals beter basisonderwijs. Voor sommige gemeenten „is de ongelijkheid minder goed te vatten in één cijfer”, zegt Ter Weel.

Om dat te illustreren wil hij Oss en Lelystad nog even laten zien, dat zijn met respectievelijk ruim 90.000 en bijna 80.000 inwoners vergelijkbare steden.

In de Brabantse gemeente Oss is de kans dat je als jongvolwassene in de bijstand terecht komt 1,6 procent.

In Lelystad is die kans bijna drie keer zo hoog: 4,5 procent.

Wat bij dat beeld past, is het hogere opleidingsniveau in Oss, zegt Ter Weel.

Hij laat zien dat een jongvolwassene in Oss gemiddeld 16 jaar een opleiding heeft gevolgd.

Dat is een jaar langer dan mensen in Lelystad. “Dat lijkt misschien weinig, maar één jaar meer opleiding, leidt over het algemeen tot 8 procent meer inkomen.”

Ossenaren zijn dus hoger opgeleid én hebben veel vaker een baan dan inwoners van Lelystad. Dan zou je kunnen verwachten dat mensen in Oss óók meer geld verdienen. Maar dat is niet zo.

Het gemiddelde inkomen voor een veertiger is in Lelystad vrijwel even hoog als in Oss.

In beide gemeenten is het zo’n 35.600 euro.

Blijkbaar, zegt Ter Weel, kunnen de mensen die wél een baan hebben in Lelystad daar zo veel geld mee verdienen, dat zij het gemiddelde flink omhoog halen. Dat klinkt nog steeds onlogisch, als je naar de gegevens in de Kansenatlas kijkt: in Oss is men toch hoger opgeleid? Hoe kan het inkomen in Lelystad dan hoger zijn? Maar niet alle factoren kan de Kansenatlas in harde cijfers uitdrukken, zegt Ter Weel. „Hier helpt het dat Lelystad dicht bij de Randstad ligt: de economische motor van het land.”

Zo laat de kaart zien dat niet voor iedere gemeente onderwijs het knelpunt is. „Je moet altijd kijken naar de specifieke situatie”, zegt Ter Weel. Voor Lelystad lijkt het urgenter om het grote aantal bijstandsgerechtigden aan het werk te krijgen, bijvoorbeeld door hen intensiever te begeleiden. „Want áls zij weer aan het werk gaan, blijken ze een behoorlijk inkomen te kunnen vergaren.”

Bekijk hier de Kansenatlas van SEO Economisch Onderzoek