Reportage

Als je ouders de bijsluiter niet kunnen lezen

Alphen aan den Rijn-Emmen Het Drentse Zwartemeer is een ‘werkzaam dorp’, in het Rode Dorp in Alphen wonen ‘doeners’. Werken met je handen, dat gebeurt er al generaties lang. Beide plaatsen kennen taalproblemen. Wat maakt er dan het verschil?

Het ‘Rode Dorp’ in Alphen aan den Rijn. Bewoners prijzen de sociale samenhang.
Het ‘Rode Dorp’ in Alphen aan den Rijn. Bewoners prijzen de sociale samenhang. Foto’s David van Dam

Elke ochtend rond zes uur rijden de busjes met bouwvakkers Zwartemeer uit. De voormalige Oost-Drentse veenkolonie, nabij de Duitse grens, is een „werkzaam dorp”, zegt inwoner Jan Wanders (70). Dat is altijd al zo geweest, weet de gepensioneerd systeemplafondzetter en bestuurslid van Cultuur-Historisch Zwartemeer.

Het kleine dorp, onderdeel van de gemeente Emmen, ontstond zo’n honderdvijftig jaar geleden. Boekweitboeren vestigden zich op de vruchtbare turf rond het Zwartemeer. Toen de grond verarmde, kwamen de turfstekers, zoals Wanders’ ouders. „Ik heb er als tiener ook nog gewerkt in vakanties.” Eind jaren vijftig ging ook die industrie ten onder.

Lees ook het achtergrondartikel hierover: Kansenongelijkheid in Nederland: wie in Emmen opgroeit, haalt een Alphenaar nooit meer in

Nu zie je er veel bouwvakkers en andere werklui. De twee stratenmakers die op hun knieën de stoep langs de doorgaande weg betegelen, komen uit het dorp, vermeldt hun bestelbusje. Net als de timmerlieden die verderop met een uitbouw bezig zijn.

Ook het Rode Dorp in Alphen aan den Rijn is een „buurt van doeners, niet van denkers”, vertelt Ellis van der Linden. Ze geeft les op de school die midden in de wijk staat, de protestantse Groen van Prinstererschool. Een echte buurtschool, vertelt ze: „Veel ouders zijn hier zelf ook naar toe geweest.” De buurt ontleent zijn naam mede aan de rode pannen op alle daken. Ze werden gemaakt in fabrieken die tot halverwege vorige eeuw net iets verderop stonden. Hier woonden de arbeiders. Nog steeds hebben de ouders hier veelal „een beroep dat je doet met je handen”.

De buurt, deel van de wijk Hoge Zijde, verloor de laatste maanden wel wat van zijn arbeiderskarakter. Op de open vlakte naast de school zijn bouwvakkers met graafmachines in de weer. Zij sloopten bijna honderdtachtig arbeidershuisjes die te klein waren en mankementen vertoonden.

Sociale ladder

Wie rondloopt door Zwartemeer en het Rode Dorp ziet veel overeenkomsten. De Kansenatlas, een landkaart van Nederland die economisch onderzoeksbureau SEO deze zaterdag online heeft gezet, toont een belangrijk verschil. Bewoners van Hoge Zijde bestijgen gemakkelijker de sociale ladder, zo blijkt uit de onderzoeksgegevens waar de interactieve kaart op gebaseerd is.

Wie in deze Alphense wijk opgroeit in een arm gezin, zal als jongvolwassene – gemiddeld genomen – meer verdienen dan wie in Zwartemeer opgroeide in een gezin met precies hetzelfde, lage inkomen. En de kloof met kinderen die opgroeiden in een rijk gezin is in Alphen kleiner.

De twee plaatsen zijn geen tegenpolen: in beide hebben kinderen en jongvolwassenen minder kans hogerop te komen dan gemiddeld in Nederland. Om te achterhalen waarom je in de Alphense wijk toch meer kans hebt hogerop te raken, zou je aanvullend onderzoek moeten doen.

Duidelijk is wel dat de verschillen al op de basisschool ontstaan. De Kansenkaart koppelt onder meer Cito-eindtoetsscores aan het inkomen van ouders. Kinderen uit een rijk gezin scoren in Hoge Zijde gemiddeld vier punten op de Cito-toets hoger dan kinderen uit Zwartemeer met even rijke ouders. Voor kinderen uit een arm gezin is dat verschil nog groter: zij scoren in de Alphense wijk vijf punten hoger.

Taalarm

Opvallend genoeg zien de basisscholen in de Alphense wijk en het dorp bij Emmen dezelfde problemen bij hun leerlingen.

Zo is begrijpend lezen op de school in het Rode Dorp een „zwak puntje”, vertelt leerkracht en intern begeleider Van der Linden. Bij veel kinderen thuis wordt niet of nauwelijks gelezen, of in een andere taal met ze gepraat. Kinderen hebben daardoor een kleinere woordenschat, wat begrijpend lezen lastig maakt. „Maar het gaat echt niet alleen om anderstaligen. Er is ook veel verborgen analfabetisme, en er is laaggeletterdheid.”

Ook Zwartemeer bevindt zich in een „taalarm gebied”, zegt Béjanne Hobert, voorzitter van stichting Primenius, waar de katholieke basisschool De Banier in Zwartemeer onder valt. „Dus we zetten enorm in op taalonderwijs.” Dat geldt ook voor veel andere Primeniusscholen in Groningen en Drenthe. „Ouders hebben vroeger leren lezen, maar het niet bijgehouden. Dan kun je geen bijsluiter meer lezen.”

Al moet Hobert wel kwijt dat zij andere scholen heeft waar deze problematiek groter is. In het Groningse Pekela bijvoorbeeld, de gemeente waar volgens de Kansenatlas de inkomensongelijkheid het grootst is. Het inkomen van jongvolwassenen is daar het sterkst afhankelijk van het inkomen van hun ouders. Sommige ouders zijn de derde of vierde generatie die werkloos is, zegt ze. „Dan heb je als school echt een emancipatiefunctie.”

Dat de basisscholen afgelopen jaar twee keer dicht moesten, was dan ook ingrijpend. „Kinderen hebben de taal om zich heen gemist”, vertelt Maddy Keizer-van Vliet, directeur van de Groen van Prinstererschool. „En dan heb je nog kinderen die heel klein wonen, met veel broertjes en zusjes. Of kinderen die geen computer hebben.” De school ving kwetsbare kinderen tijdens de lockdown op en kreeg subsidie om kinderen die een achterstand opliepen, extra te ondersteunen. „Het helpt dat we een kleine school zijn. We voeden hier echt met elkaar de kinderen op, iedereen is betrokken.”


Gemeenschapszin

In Zwartemeer zag schoolbestuurder Hobert tijdens de schoolsluiting hoe groot de gemeenschapszin er is. „In Emmen had ik veel noodopvang nodig, hier helemaal niet; ze vangen elkaars kinderen op.”

Langs het hek van de openbare basisschool van het dorp, ’t Swarte Meer, een laag en lang gebouw, turen een kale man in een scootmobiel en zijn vrouw, fiets aan de hand, naar de ingang. Hun kleinkinderen kunnen elk moment naar buiten komen. „Je bent hier beter uit dan in de stad”, zegt de vrouw. „Hier kunnen kinderen veilig buiten spelen en rustig op straat fietsen.” Ze wil haar naam niet in de krant. „Dat hebben we allemaal op Zwartemeer”, zegt een moeder die het gesprek van een afstandje aanhoort. „Niet in de belangstelling staan.”

Sommige ouders in Pekela zijn de derde of vierde generatie die werkloos is

Ook in het Rode Dorp zijn ze te spreken over de waakzaamheid en gezelligheid die de buren bieden. „Ik vergeet weleens mijn auto op slot te doen”, zegt Astrid (45) – ze wil evenmin haar achternaam vermeld zien, ook hier staan mensen niet graag in de belangstelling. „Dat kan gewoon, er gebeurt nooit wat.”

„Als je buurman ziek is, breng je hem een kop soep”, zegt Joke Wanders (66), de vrouw van Jan, in Zwartemeer. Jan vertelt dat hij als plafondzetter het hele land doorreisde. „Amsterdam, Rotterdam, Den Haag.” Hij vond het maar niks: „Die wonen daar twee hoog, kennen hun buren niet. Als ik vrijdagmiddag weer het dorp binnenreed, dacht ik: hè, gelukkig, ik ben weer in de bewoonde wereld.”