Recensie

Recensie Boeken

Klara is een levensechte robot die gemaakt is om mensen gezelschap te houden

Kazuo Ishiguro In zijn nieuwe roman keert Ishiguro terug naar zijn vertrouwde thematiek en klinkt de bezorgde toon van mensen die hun verantwoordelijkheden niet kunnen relativeren.
Illustratie Paul van der Steen

Klara is een KV. Samen met andere KV’s wacht ze in een winkel tot ze wordt verkocht. Een plaatsje in de etalage is belangrijk: zo ben je zichtbaar voor eventuele kopers, en bovendien zie je de winkelstraat, met taxi’s, passanten en gebouwen, en leer je iets over de wereld.

Het duurt even voor we er als lezer achter komen wat een KV is, want Klara, de titelheldin van Kazuo Ishiguro’s nieuwe roman, vertelt het verhaal, en voor haar is de realiteit van een KV niet iets wat uitgelegd hoeft te worden. Wanneer we op pagina 55 te horen krijgen dat KV staat voor Kunstmatige Vriend verrast ons dat al niet meer echt, maar door onze onzekerheid hebben we tegelijk iets ervaren van de vervreemdende wereld die Ishiguro ons voorhoudt.

Kunstmatige Vrienden zijn levensechte robots die gemaakt zijn om mensen gezelschap te houden. ‘Robots’ is eigenlijk een te harde term, de mechanische bijklank van het woord past niet bij Klara. Ze lijkt niet of nauwelijks van een echt meisje te onderscheiden. Een echt meisje zoals Josie, de ziekelijke puber bij wie ze terechtkomt.

Josie woont met haar moeder op het platteland, in een tijd waarin kunstmatige intelligentie alomtegenwoordig is en genetische manipulatie vanzelf spreekt. Er is een buurjongen, Rick, wiens huis vanuit Josies woning net niet zichtbaar is – weer zo’n licht vervreemdend effect. De kinderen krijgen thuis les, via ‘rechthoeken’. Educatie is belangrijk, voor Rick wordt het moeilijk om naar de juiste universiteit te gaan omdat hij niet ‘opgetild’ is, weer zo’n term die niet meteen wordt uitgelegd; de suggestie wordt gewekt dat het geen gevaarloze procedure is, omdat Josies zwakte erdoor veroorzaakt is. In deze kleine wereld beweegt Klara zich, met een loyale ernst neemt ze alles in zich op.

Nobelprijs

Loyaliteit, toegewijde ernst, het zijn geen onbekende begrippen in het universum van Ishiguro (1954). Al zijn boeken zijn ervan doortrokken, ook zijn voorlaatste roman, Vergeten reus, zijn uitstapje naar het fantasygenre uit 2015, waarin een ouder echtpaar met oprechte ernst probeert vast te houden aan de vage herinneringen aan een zoon die ze ooit gehad moeten hebben. Maar Klara en de Zon doet vooral denken aan Laat me nooit alleen, de roman uit 2005 over pubers die klonen blijken te zijn en zich moeten voorbereiden op hun dood.

Nadat hem vier jaar geleden de Nobelprijs voor Literatuur werd toegekend, is Ishiguro dus teruggekeerd naar wat hij al kende – en wat wij al kenden. Hij is dan ook niet bang om zich te herhalen. „Er is niets mis met herhaling”, stelde hij in een recent interview met The Guardian. „Het brengt je steeds dichter bij wat je wilt zeggen.” Al zijn boeken zijn variaties op eenzelfde stemming, al zijn hoofdpersonages zijn verre familie van elkaar. Veel van die familieleden voelen zich verantwoordelijk maar missen informatie.

In combinatie met de droge, functionele, volstrekt ironieloze taal waarin ze verslag doen, levert dat iets op wat je de Ishigiro-toon zou kunnen noemen: de bezorgde toon van mensen die hun verantwoordelijkheden niet kunnen relativeren; ze kijken met een kinderlijke ernst naar de wereld en gunnen zichzelf geen moment ontspanning. Het effect is maar al te vaak hartbrekend – een woord dat vaak valt als het om Ishiguro’s oeuvre gaat.

Klara en de Zon is daarop geen uitzondering. De roman behandelt terloops grote vragen, zoals: hebben mensen iets eigens, een ziel, of zijn ze zonder meer te downloaden in andere verschijningsvormen. Er verschijnen veel romans over artificiële intelligentie, maar anders dan bijvoorbeeld Machines zoals ik van Ian McEwan, beschrijft Ishiguro artificiële intelligentie geheel van binnenuit. Telkens wanneer de lezers dreigen te vergeten dat Klara anders is dan wij, brengt hij ze weer bij de les. Bijvoorbeeld wanneer Klara beschrijft hoe haar gezichtsveld in vlakken is verdeeld, waarin mensen dikwijls eerst verschijnen als geometrische vormen.

Ontroerend

Maar het gaat verder: wat de mensen in haar directe omgeving niet doorhebben is dat Klara een geheel eigen denkwereld heeft. Omdat ze op zonne-energie loopt, is de zon van het allergrootste belang voor haar. De Zon is haar god, het woord wordt dan ook consequent met een hoofdletter geschreven. Van de ware aard van die Zon heeft ze geen weet, blijkbaar is ze niet voorzien van kennis over de wereld en het universum. Voor haar is de Zon een mythisch wezen dat elke avond ondergaat in de schuur aan de horizon en dat bedreigd wordt door Cootings-machines: grote, rook uitbrakende vrachtwagens die ze in de stad heeft gezien toen ze nog in de winkel wachtte op een koper. In haar belevingswereld beschikt haar Zonnegod over genezende kwaliteiten en het knappe van Ishiguro’s verhaal is dat dat niet meteen onzin blijkt, alsof we ons meer in Klara’s wereld bevinden dan de onze.

Lang niet alle vragen die de roman oproept worden beantwoord. Juist daarom blijft het verhaal je bij. In het al genoemde interview spreekt Ishiguro de hoop uit dat lezers dit „een opgewekte en optimistische roman” vinden. Daar zou je toch bijna ironie gaan vermoeden bij Ishiguro; voor optimisme schuilt er, als in al zijn boeken, iets te veel melancholie tussen de regels.

Misschien had deze roman iets korter gekund; maar het ontroerende einde vergoedt de lange weg ernaartoe. Klara heeft haar eigen antwoord op de vraag naar de menselijke ziel gevonden en legt zich neer bij wat blijkbaar de natuurlijke cyclus van een KV is, met een vreemde, bijna opgewekte berusting die, inderdaad, hartbrekend is. Zoveel ben je ondertussen wel aan de machine gehecht geraakt.