Mijn petekind laat haar vriendinnen in de steek

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen.

Illustratie Martien ter Veen

Oppasoma: „Mijn petekind is twaalf, ik heb haar onder mijn hoede sinds ze als baby naar Nederland kwam. Ze noemt me haar ‘oppasoma’. Haar vader is vertrokken, haar moeder weinig geïntegreerd. Mijn petekind heeft altijd goed in de Nederlandse samenleving gefunctioneerd. Deed aan alles mee. Was altijd vrolijk, sociaal. Maar sinds ze naar het voortgezet onderwijs gaat, is ze erg teruggetrokken. Zij houdt van Japanse tekenfilms en zit nu urenlang alleen op haar kamertje die films te bekijken of tekeningen te maken van anime-personages. Ook laat ze haar twee beste vriendinnetjes van de basisschool links liggen. Ze heeft veel gedeeld met deze vriendinnetjes: samen op vakantie, verjaardagsfeestjes. Zelf zegt zij dat het is omdat zij het druk heeft en op haar nieuwe school nieuwe vriendinnen maakt. Ik heb zelf geen kinderen, maar vrienden zeggen dat ik mij geen zorgen hoef te maken, dat dit de prepuberteit is. Ik voel me verantwoordelijk voor dit meisje en maak me wel zorgen. Ik heb haar uitgelegd dat vriendschappen belangrijk zijn en dat je daar niet lichtvaardig mee moet omgaan. Moet ik ingrijpen of niet?”

Naam is bij de redactie bekend. (Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen.)

Gemeenschappelijke activiteiten bedenken

Wim Meeus: „Over het verbreken van het contact met de vriendinnen van de basisschool zou ik me geen zorgen maken. De meeste jongeren wisselen vaak van beste vrienden, dat kan in een periode van een jaar wel om bijna de helft van de vrienden gaan. Die wisseling is nog sterker bij een verandering in de schoolsituatie.

„Vriendschappen hebben in het begin van de adolescentie nog geen diepere psychologische betekenis. Ze zijn vooral gericht op bij elkaar zijn, samen dingen doen, elkaar helpen. Pas later in de adolescentie delen jongeren persoonlijke problemen en geheimen met elkaar. Ook daarom is het veranderen van vrienden in het begin van de adolescentie onproblematisch.

„De overgang naar een nieuwe school kan angstig zijn, maar als een van nature vrolijk kind langer dan een paar maanden teruggetrokken blijft, moet je gaan opletten. Haar gedrag wordt nu misschien beïnvloed door de lockdown. Mocht het ook daarna niet veranderen, wordt het tijd met de mentor te gaan praten.

„Wat u als oppasoma kunt doen om contact te houden en een grotere wereld te bieden, is gemeenschappelijke activiteiten bedenken die jullie allebei leuk vinden.”

Niet ingrijpen

Bas Levering: „Kinderen krijgen na de overgang naar het voortgezet onderwijs andere vrienden, dat is normaal. Juist in die leeftijdsfase gaat het om de ontwikkeling van een eigen identiteit en dus moet er met relaties geëxperimenteerd kunnen worden. Uw petekind legt goed uit wat er aan de hand is: ze is druk en maakt nieuwe vriendinnen.

„Vriendschap heeft een andere vorm en inhoud gekregen dan toen u en ik naar school gingen. Tegenwoordig kunnen kinderen via sociale media gemakkelijk lang en veel contact houden met elkaar, ook uw petekind en haar basisschoolvriendinnen. Maar het hoeft natuurlijk niet.

„In het voortgezet onderwijs zoeken ze hun eigen weg. Dat kan lastig zijn, maar het is de vraag of de zorg daarover tegenwoordig niet te veel aandacht krijgt. In dit geval zie ik daarvoor geen aanleiding. Wat vindt de moeder? Heeft de mentor aan de bel getrokken?

„Ik zou een ‘gewone ouder’ al niet adviseren hier in te grijpen, laat staan u als ‘oma’. Wat u wel kunt doen is een warm open huis houden voor uw petekind, en interesse blijven tonen in hoe het haar vergaat.”

Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.