Deze Nederlander werd ingehuurd door een schatrijke sjeik

Zes nieuwe boeken Van de Nederlander die de luxe meemaakte binnen de paleismuren in Qatar tot het levensverhaal van vice-president Kamala Harris: in de rubriek Ook verschenen bespreekt redacteur Margot Poll zes recent verschenen boeken.

1. Bert van der Kruk: Ik rende met mijn oma door de mist

Voor levensbeschouwelijk magazine Volzin maakt journalist Bert van der Kruk sinds 2010 de rubriek Dichterbij, waarin hij verschillende mensen interviewt over hun ‘lijfgedicht’. De titel van deze verzamelbundel Ik rende met mijn oma door de mist is afkomstig uit het gedicht ‘Hetzelfde’ van Eva Gerlach (1948): Ik rende met mijn oma door de mist/ waar zon in prikte. ‘Hee oma,’ vroeg ik,/ ‘als ik dus constant verander en dat gaat door/ tot ik sterf wie ben ik dan, wat kan je/ mij noemen.’ ‘Ja,’ zei ze, ‘we gaan/ snel voorbij maar iets binnenin blijft hetzelfde.’/ ‘Wat,’ vroeg ik, ze nam een slok van haar sportdrank. ‘Luister kind,’ zei/ ze rennend als de beste naast me, ‘de/ holte in de wervelstorm dat ben/ jij.’ Kinderboekenschrijver Anke Kranendonk koos het gedicht omdat zij in die ‘holte’ haar eigen eenzaamheid weerspiegeld zag. Ook hoogleraar kerkgeschiedenis Herman Selderhuis voelde zich ‘soms moederziel alleen’ en vond troost in het gedicht ‘In de nevel’ (uit het Duits vertaald door Koen Stassijns) van Hermann Hesse (1877-1962) want uiteindelijk, ervoer Selderhuis, moet je je eigen weg gaan: im Nebeln wandern. Selderhuis kent de nevel over het kale land uit zijn geboortestreek Twente: ‘Iets zwaarmoedigs en luchtigs tegelijk’. Mooie persoonlijke interviews – jammer dat geïnterviewden nauwelijks voor werk van jongere dichters kozen.

Bert van der Kruk: Ik rende met mijn oma door de mist. 42 persoonlijke verhalen over de kracht van poëzie. Berne Media, 188 blz. € 22,50

2. Nicolas de Condorcet: Beschouwingen over de negerslavernij

‘Een maatschappij waar handhaving van de orde noopt tot het schenden van de rechten van burgers of van vreemdelingen, is geen samenleving van mensen maar van een bende schurken.’ Met dit citaat van verlichtingsfilosoof Nicolas de Condorcet (1743-1794) begint de inleiding van zijn Beschouwingen over de negerslavernij uit 1781. Het is een scherpe, morele veroordeling van slavenhandel en slavernij (omdat de beschouwingen in 1781 zijn geschreven, kozen vertalers ervoor woorden als slaaf, neger, meester en andere te laten staan want om ze naar hedendaagse criteria te vervangen zou een anachronisme zijn) die Condorcet als pure misdaad beschouwde. In zijn onder pseudoniem geschreven betoog, analyseert hij alle politieke, economische en humanitaire argumenten waarom slaven vrijgelaten moesten worden. Zijn felle aanklacht tegen elke vorm van slavernij en oprechte pleidooi voor gelijkheid van alle mensen, mogen een aanvulling zijn in de huidige discussie over het slavernijverleden. Condorcets openingswoorden in zijn brief ‘opgedragen aan de negerslaven’ passen genadeloos in alle verkiezingsthema’s over racisme en discriminatie: ‘Hoewel ik niet dezelfde huidskleur heb als Gij, heb ik u altijd beschouwd als mijn broeders. De natuur heeft U geschapen met dezelfde geest, met dezelfde rede, met dezelfde deugden als de blanken.’ En dit is nog maar de inleiding van zijn duidelijke boodschap. In een uitgebreide inleiding schetst politicoloog Meindert Fennema de levensloop en de ideeën van Nicolas de Condorcet tegen de achtergrond van zijn tijd.

Nicolas de Condorcet: Beschouwingen over de negerslavernij. (Réflexions sur l’Esclavage des Nègres). Vert. Meindert Fennema en Geertje Karsten-van der Giessen. Kelderuitgeverij, 116 blz. € 14,-

3. Kamala Harris: The Truths We Hold. Mijn verhaal

Het voorwoord van de nu door zeven vertalers in het Nederlands verschenen autobiografie, The Truths We Hold van vice-president Kamala Harris, begint met de beschrijving van 8 november 2016 toen zij met haar familie en vrienden voor de televisie zat en Trump onverwacht de verkiezingen van Hillary Clinton zag winnen. Ze was zelf net na twee jaar campagne voeren verkozen tot senator, maar die euforie maakte plaats voor het diepe besef dat de strijd voor burgerrechten, gerechtigheid en gelijkheid opnieuw zou beginnen. In The Truths We Hold, beschrijft Harris haar leven vanaf het moment dat haar Indiase moeder en Jamaicaanse vader elkaar leren kennen op Berkeley waar beiden studeerden. Haar ouders scheidden toen Kamala vijf jaar oud was en zij en haar zusje Maya werden alleen door hun moeder opgevoed die erop gebrand was de meisjes op te laten groeien tot ‘trotse, zelfverzekerde zwarte vrouwen’. ‘Al zolang we een land van immigranten zijn’, zal Kamala later stellen, ‘zijn we een land dat immigranten vreest’. In haar loopbaan van officier en later minister van Justitie in Californië tot senator in Washington heeft zij zich het lot van immigranten aangetrokken. Dat zal als eerste zwarte vrouwelijke vice-president van de Verenigde Staten niet anders zijn. En voor wie het is ontgaan wijst Harris ook nog even op de Engelse uitspraak van haar Indiase naam: namelijk Comma-la dat rijmt op Momala zoals haar stiefkinderen haar noemen.

Kamala Harris: The Truths We Hold. Mijn verhaal. (The Truths We Hold). Vert. Sylvie Hoyinck, Ed van Eeden, Rob de Ridder, Eric Strijbos, Joost Zwart, Amy Bais en Bart Gravendaal. Spectrum, 328 blz. € 22,99

4. Paolo Coelho: De weg van de boog

In het mooi uitgegeven De weg van de boog leert Tetsuya, de beste boogschutter van Japan, een jongen uit het dorp boogschieten. Dat het niet zomaar over pijl en boog maar over levenslessen gaat, is vanaf de eerste zin duidelijk. Waar in eerder werk van de Braziliaanse schrijver Paolo Coelho het leven nog een trein was (Aleph, 2011), leert Tetsuya de jongen nu dat de boog het leven is: ‘uit hem komt alle energie’. In korte coelhoaanse wijsheden, spoort hij de jongen aan eerst bondgenoten om zich heen te verzamelen: ‘sluit je aan bij degenen die zo buigzaam zijn als het hout van je boog’. Dan beginnen de allegorische lessen per onderdeel van de boog en uiteindelijk weet de jongen welke inspanning het kost op de ‘pees’, de snaar van de boog, maximaal uit te trekken, zijn adem te beheersen, zich te focussen op zijn doel, om helder te zijn over zijn intentie, een elegante houding aan te nemen en zijn doelwit te respecteren. En als de pijl dan weggeschoten is zal ‘de geest van de schutter een andere dimensie binnengaan en een zijn met het hele universum’. Het uiteindelijke doel van de schutterslessen is dat je ook zonder pijl en boog op de geleerde manier in het leven kunt staan. Samengevat: veel oefenen, niet bang zijn om te falen, durven risico’s te nemen en optrekken met gepassioneerde mensen.

Paulo Coelho: De weg van de boog. (O Caminho do Arco) vert. Piet Janssen. Illustraties Christoph Niemann. De Arbeiderspers, 152 blz. € 21,50

5. Ilja Gort: Bed en Breakfast

Waar wijnmaker en schrijver Ilja Gort in zijn vorige roman Godendrank al schreef over wijnboer Abel en zijn wietplantage op hun wijndomein in Zuid-Frankrijk, doet hij er in Bed en Breakfast nog een schepje bovenop. Om zijn vrouw Angela tevreden te stellen stemt hij in met een B&B op hun grote boerderij. De kamers worden opgeknapt door klusjesman Pierre en het avontuur kan beginnen. Alles wat mis kan gaan gaat mis – gasten klagen steen en been, verlaten de kamer zonder te betalen. Tot overmaat van ramp belanden ze in een RTL-achtige reality soap als ware het ‘Ik vertrek’. Let wel, met als insteek hoe alles mis het kan gaan. Met soepele pen schrijft Gort ook nog een drugssmokkel in het verhaal maar een echte thriller wil het maar niet worden. Ook al ontmoet Abel de ‘Kolonel’ (vrij naar de Generaal) van een motorclub en komt ‘Hubart Bijlsma’ (waarin we de vinologen Hubrecht Duijker en Harrold Hamersma mogen herkennen) op het verkeerde moment wijnen proeven.

Ilja Gort: Bed en Breakfast. SLURP Publishers, 214 blz. € 16,99

6. Kees Wieringa: Inshallah

In het autobiografische Inshallah beschrijft pianist, componist en programmamaker Kees Wieringa zijn jaren als museumdirecteur van het privémuseum van sjeik Al-Thani in de schatrijke golfstaat Qatar. Zijn opdracht: het museum met duizenden voorwerpen verzameld door de sjeik, bekendheid geven ‘zodat men over de hele wereld gaat zien hoe belangrijk deze collectie is’. Dat het spannende jaren zijn geweest, blijkt uit de vele ongemakkelijke situaties waarin de directeur terecht kwam; aanhoudingen, gestolen kunstwerken, opgepakt worden, uitgetest worden door medewerkers en de wispelturigheid van de sjeik en zijn familie. Dat hij verbleef in het ultrarijke land waar volgend jaar het wereldkampioenschap voetbal wordt gehouden waarvoor onder erbarmelijke omstandigheden megalomane stadions worden gebouwd, is hem niet ontgaan. Buiten alle luxe binnen de paleismuren was het ‘schrijnend’ wat Wieringa er mee maakte waaraan hijzelf, schrijft hij, zonder toestemming van de sjeik niets kon veranderen. ‘Daarom heb ik dit boek geschreven’, aldus Wieringa in een interview met deze krant. Op de eennalaatste pagina komt hij tot de vreemd geformuleerde conclusie dat Qatar een ‘geweldig dictatoriaal veilig land’ is met ‘geïnstitutionaliseerde moderne slavernij door mensen die niet nadenken want dat doet Allah voor jou’. Wieringa (63), inmiddels weg uit Qatar, heeft met het geld dat hij er belastingvrij verdiende een kasteel gekocht in de buurt van Fontainebleau waar hij volgend jaar de Fondation Yxie wil openen, het cultuurcentrum dat het in 2011 in Alkmaar niet haalde.

Kees Wieringa: Inshallah. Museumdirecteur in Qatar. Water, 256 blz. € 21,99