In Parijs eten ze niets

Zin in eten Koken doen veel mensen, eten doet iedereen. Marjoleine de Vos over zien, ruiken, proeven, samenzijn en wat Dix pour cent ons leert over de eetgewoontes van de Fransen.

Foto Anna Efetova

In de verrukkelijke Netflix-serie Dix pour cent (filmagenten in Parijs en echte sterren) komt Camille, een meisje uit de Midi, op het agentenkantoor te werken. Ze facetimet af en toe met haar moeder, een leuke vrouw met een provinciaal accent die bijkans over de rand van de laptop uit probeert te kijken om te zien wat haar dochter eet. Wat eet je? Je wordt toch niet zo’n zure Parisienne die niets eet? Alleen granen, als een vogeltje? En tuurlijk zit dochter net uit een afhaalbakje een quinoa-salade te eten of zoiets.

Als een van de andere agenten een keer een vrouw in de provincie bezoekt van wie ze iets gedaan wil krijgen, zien we hetzelfde: de provincie eet ‘normaal’. De vrouw heeft onze filmagente meteen in de eettang: Je blijft toch wel lunchen? Je neemt toch nog wel een schepje? Voor zo’n dun meisje kan je flink eten! Ik heb nog een toetje: tarte au sucre!

De bitse, dunne, uit kartonnetjes etende agente verlaat geheel onwel de gastvrije provincie.

Ja, clichés, maar ze zeggen wel iets over wat de provinciale eters denken over wat de Parijzenaars eten en omgekeerd. Buitenlanders denken dat Parijzenaars baguettes met fromage eten en slakken met knoflookboter, Franse provincialen denken dat ze in Parijs zo goed als niets eten uit een kartonnen bakje, tenzij ze in een chic restaurant uit eten gaan. En dat is precies wat ze in de serie doen.

Een beetje teleurstellend is het wel, voor degenen die dromen van Franse markten en pasteitjes met zwezerik en die nog geloven dat men in Frankrijk altijd en overal goed eet omdat een Fransman zich nóóit zo’n kartonnen sandwich kip tandoori zou laten aansmeren.

Blijkbaar wel. Want niet alleen die serie, maar ook Franse sociologen zeggen het, met verklaringen erbij over het levensritme en het hoge tempo en de tijdsdruk en zo. Maar waar je dan net als de moeder van Camille denkt aan dunne bitse Parisiennes, blijken in de praktijk vooral mannen, dertigers en veertigers zich aan ‘la streetfood’ te vergrijpen.

Gelukkig vinden er in Dix pour cent ook een paar etentjes thuis plaats en dan blijkt er wel degelijk gekookt te worden. Verliefden koken voor elkaar of gaan naar een goed restaurant. Dat zijn de momenten dat je weer even in een Franse eetcultuur kunt geloven. Volgens een enquête uit 2017 eet één op de twee Parijzenaars tenminste één keer in de week in een restaurant. Er is zelfs uitgezocht wat ze dan het liefste eten, de top drie aan voorgerechten is bijvoorbeeld: zalmtartaar, foie gras, of rauwkostsalades.

Hm. Eerlijk gezegd vind ik ook dat weer teleurstellend, maar dat komt misschien omdat het allemaal zo weinig specifiek en zo weinig bijzonder is. En foie gras – dat die Fransen daar nu nóg niet mee opgehouden zijn! Enfin, een perfecte zalmtartaar kan natuurlijk wel wat hebben. Maar sinds ik jaren geleden de worteltartaar met Sint-Jakobsmossel van Niven Kunz ontdekt heb, doe ik een beetje nuffig over zalmtartaar. Soms. Als ik zin heb om te denken dat wij veel lekkerder eten dan die overschatte Parijzenaars.