Hoboïst Arthur Klaassens.

Foto Jasper Grijpink

Interview

Arthur Klaassens is solo een orkest van twaalf hobo’s

Arthur Klaassens Hoboïst Hoboïst Arthur Klaassens zat vijf jaar in de studio voor een cd waarop hij zelf alle partijen inspeelde. ‘Ratio’ is een bijzonder album – met een hoofdrol voor de nieuwe lupofoon, een bashobo.

Vijf jaar geleden zat Arthur Klaassens met een biertje in de zon op de woonboot van Frerik de Jong, een vriend van het Haagse conservatorium. Klaassens was net met vlag en wimpel afgestudeerd als hoboïst en stond oog in oog met het grote Waarheen, Waarvoor van de toekomst. Een carrière als orkestmusicus lag in het verschiet. Of, vroeg Klaassens zich af, zou hij ook een programma kunnen maken waarmee hij in z’n eentje op tournee kon?

Dat programma is er nooit gekomen. Wel besloten hij en De Jong, gerenommeerd opnametechnicus en producer, wat te experimenteren in de studio. Het resultaat presenteren ze vrijdag 5 maart: de cd Ratio, verschenen op De Jongs label 7 Mountain Records, waarop Klaassens alle soorten en maten hobo’s bespeelt, in tot wel veertigstemmige composities van Bach tot Steve Reich. In z’n eentje.

Duizenden uren werk

Vijf jaar werk zit er in het album. Klaassens lacht: „Als ik toen tegen Frerik had gezegd dat we duizenden uren samen in de studio zouden doorbrengen, dan weet ik niet of hij had ingestemd.” Het had twee kanten op kunnen gaan, denkt hij: ze zouden elkaar inmiddels spuugzat kunnen zijn, maar in plaats daarvan zijn ze betere vrienden dan ooit. Hij is De Jong ook zeer dankbaar: „Tussen sommige opnames zitten jaren. Dat ze toch zo naadloos op elkaar aansluiten, ook qua klank, is 100% Freriks verdienste.”

Tijdens de woonbootsessie ontstond het idee dat Klaassens zichzelf zou kunnen begeleiden met vooraf opgenomen tracks. Hobo is door de continue spanning op de mondspieren een zwaar instrument om te bespelen, en op deze manier zou hij een recital van anderhalf uur kunnen volhouden – met af en toe even rust. Dat idee vonkte met een splinternieuw instrument dat Klaassens tijdens een masterclass in Griekenland had leren kennen: de lupofoon, een begin deze eeuw ontwikkelde bashobo.

De productie van een lupofoon is dermate tijdrovend dat er zeer weinig van zijn, maar Klaassens wist zijn handen op nummer elf te leggen. Hij bespeelt het instrument tegenwoordig regelmatig live als gastmusicus bij rietkwintet Calefax. „Met de extra laag van de lupofoon beschikte ik over een heel spectrum, via de althobo naar de ‘gewone’ hobo’”, zegt Klaassens.

Lees ook: Calefax blaast Bachs ‘Musikalisches Opfer’ nieuw leven in

Afwisselend repertoire

Het eerste stuk dat ze opnamen, was New York Counterpoint van Steve Reich, bedoeld voor klarinetsolist en elf dubbelgangers op tape. Klaassens maakte een hobobewerking en diende die in bij Reich voor autorisatie – dat moet, als je het stuk wilt opnemen. Het duurde even, maar Reich reageerde: „Hij vond mij een heel goede muzikant! Dat heb ik zwart op wit”, lacht Klaassens. „We moesten alleen het derde deel opnieuw opnemen, toen was hij tevreden.”

Vanuit de geslaagde Reich-opname ontstond het plan voor een solo-cd opgebouwd uit overdubs. Klaassens stelde een divers programma samen, met de tour de force Sequenza VII van Luciano Berio („iets met weinig stemmen”), het veertigstemmige Spem in alium van renaissancecomponist Thomas Tallis („iets met veel stemmen”) en een eigen arrangement van Bachs Tweede vioolpartita („iets midden uit het repertoire”). Componist Jesse Broekman componeerde op zijn verzoek afwezige stemmen, een gefluisterde klankwereld vol elektronisch aandoende effecten – muziek die alleen in de studio kan ontstaan.

Lees ook de recensie van de cd