Kunstenaar en fotograaf Jan Hoek: „Wat ik er zo leuk aan vind als Bruin bij ons is, is dat er zoveel kruisbestuiving is.”

Foto Duran Lantink

Interview

‘Als hij er is, ontdooit iedereen’

Dubbelinterview Als tiener paste kunstenaar Jan Hoek op Bruin Parry, toen nog een baby. Nu is hij zijn mantelzorger, en Bruin werkt drie dagen per week in zijn atelier. Bruin zou daarnaast graag nog popster worden.

In het atelier van Jan Hoek staat een enorme onderbroek. Dat wil zeggen: in een frame is een grote witte lap gespannen, waarop een ouderwetse mannenonderbroek is getekend, die weer is versierd met een hand, een paardenkop, een groene doodskop, abstracte motieven. Een deel van de decoratie is getuft; de onderbroek wordt een tapijt in de vorm van een onderbroek. In de band staan de namen van de ontwerpers: Jan Hoek en Bruin Parry.

Jan Hoek (37) is beeldend kunstenaar en fotograaf, bekend van zijn geëngageerde projecten: Sistaaz of the Castle bijvoorbeeld, een samenwerking tussen Jan Hoek, modeontwerper Duran Lantink en Zuid-Afrikaanse transseksuele sekswerkers, die resulteerde in fotoseries en een activistische modeshow. Of Power to the models, een tentoonstelling in Stedelijk Museum Breda, waarvoor hij vorig jaar elf mensen zelf liet bepalen hoe en door wie ze geportretteerd werden.

Een van die mensen was Bruin Parry (21) – die liever Bruin Jackson wordt genoemd, maar daarover later meer. Bruin, die drie dagen per week aan het werk is op Jans atelier, is ook kunstenaar: hij maakt mandala’s en andere abstracte tekeningen en schilderijen, heel kleurrijk of juist helemaal in zwart-wit. Dat Bruin en Jan samen aan een onderbroekentapijt werken komt niet uit het niets: ze zijn bezig met een eigen onderbroekenlijn. Degelijke, witkatoenen modellen, door Hoek en Parry met watervaste stiften voorzien van steeds andere dessins, portretten van vrienden en teksten, zodat elk exemplaar uniek is.

Anders dan dat van Jan wordt Bruins werk tot de outsider art gerekend. Hij heeft namelijk geen officiële kunstopleiding gevolgd. Er is nog een andere reden, maar daarover praat Bruin niet graag. „Syndroom van Down, ik word er gek van”, zegt hij als het begrip valt. „Als je dat hebt, moet je verhuizen.”

Bruin Parry
Foto Duran Lantink
Foto Duran Lantink
Foto’s Duran Lantink

We zijn in een kamertje naast het atelier gaan zitten. Hoek deelt zijn atelier met kunstenaar en acteur Wieger Windhorst en een paar stagiaires. Naast het atelier en dat kamertje – de muren zijn bedekt met bloemenfoto’s uit tijdschriften, en er staat een gebloemde bank – is er in het antikraakpand aan de rand van Amsterdam ook nog een apart kamertje voor Bruin, waar hij alles keurig heeft geordend: gekleurd werk bij gekleurd werk aan de muur, zwart-witwerk bij zwart-witwerk aan de buitenmuur, de tekenmaterialen in de kast op kleur gesorteerd. Er hangen twee door hem gemaakte naambordjes bij de deur, een waar met dikke letters ‘Bruin Jackson’ op is geschreven, en een met ‘Bruin Parry’.

„Mag ik wat zeggen, Bruin?”, zegt Jan. „Er zijn speciale plekken waar mensen met het syndroom van Down wonen, en ik weet dat je met je ouders hebt gekeken of dat iets voor jou zou zijn. Omdat je er zo graag níét naartoe wilde, hebben ze besloten dat je beter thuis kon blijven. Dat betekent niet dat die plekken slecht of verkeerd zijn.”

Bruin: „Ik kon er niet van slapen. Ik zou mijn ouders en mijn broers missen en dan moest ik huilen. Toen hebben mijn ouders bedacht: we gaan ons huis verbouwen, zodat ik een eigen huis heb. Dat is veel beter.”

Jan: „Jij hoeft nergens anders meer te wonen.”

Bruin: „Vroeger zeiden ze tegen mijn moeder in het ziekenhuis: Down. Pardon, ik heb dat niet, ik wil dat niet. Mijn broers hebben ook geen Down.”

Jan: „Jij vindt het niet leuk dat er zo’n woord voor is. Ik vind het ook niet leuk als mensen de hele tijd zeggen: jij bent homo.”

Bruin: „Jan heeft laatst verkering gehad, met een homovriend.”

Jan: „In plaats van zijn naam zei Bruin altijd: de homovriend van Jan. Dat werd een beetje zijn nieuwe naam.”

Bruin: „Jij zegt: het is niet vies, maar gewoon. Ik hou van jongedames. Ik vind een damesverkering veel beter.”

Jan: „Veel mensen zeggen tegen jou dat je naar ze moet luisteren. Maar eigenlijk vind jij dat ze naar jou moeten luisteren. Bijvoorbeeld: neem gewoon een vriendin, in plaats van homo zijn.”

Bruin: „Je mag wel vrienden zijn, maar geen verkering.”

Hun moeders zaten in een, zoals Jan zegt, „Sex and the City-achtig groepje” dat op donderdagavond cocktails dronk in de Amsterdamse kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae. De vader van Bruin Parry werkte in zijn restaurant, en zo werd de zestienjarige Jan ingeschakeld als oppas. De eerste jaren vooral voor Bruins twee oudere broertjes, omdat Bruin, nog een baby, al in bed lag als Jan kwam. Later vooral voor Bruin. Jan ging koken voor hem, kreeg een eigen sleutel, de donderdagavond werd de maandagavond, die de vaste uitgaansavond was geworden van Bruins ouders.

Bruin, jij wil heel veel: clips maken, model zijn, een geheim aantal Instagram-accounts beheren

Jan Hoek

„Omdat ik jou helemaal heb zien opgroeien, voel jij een beetje als een broer voor mij”, zegt Jan, die enig kind is. Tegen mij: „Bruins ouders hebben een soort extended family gecreëerd, met oppassen die ook in hun eigen leven pasten. Wieger heeft ook op Bruin gepast.”

Bruin: „Mijn familie zijn mijn ouders en tante en mijn broers en mijn opa en oma. Mijn opa, Rob Parry, heeft vroeger de rode brievenbus gemaakt. Jij bent de oppas, maar wel mijn lievelingsoppas. Nu zijn we ook collega’s, maar ik vind het leuker om oppas te zeggen.”

Jan: „Maar als Wieger vraagt wie je lievelingsoppas is, wat zeg je dan?”

Bruin: „Jij en Wieger.”

Jan: „Bruin weet heel goed dat we dat vragen als een soort spelletje.”

Bruin: „Als Jan er was, ging ik op een heel groot papier liggen en dan ging Jan mij natekenen, en dan gingen we haren erop maken en ogen. Dat was wel leuk. Mijn lievelingseten is Jan-pasta: pasta met pesto.”

Jan: „We waren altijd dingen aan het maken. Maar ik was dan al de hele dag met kunst bezig geweest, en wilde na het eten eigenlijk alleen maar samen naar Buurman en Buurman kijken. Dat was een reden om te kijken of Bruin naar het atelier kon komen, en we er voor ons allebei echt werk van konden maken. Sinds een jaar is hij hier.”

Officieel is Jan nu een van de twee mantelzorgers van Bruin. Bruins oudste broer, die in het pand van zijn ouders de etage onder die van Bruin bewoont, is de andere. Een dag per week brengt Bruin door bij De Draad, een dagbestedingsproject voor outsider-kunstenaars.

Kijk, Jan, Herman Brood was kunstenaar én popster. Dat wil ik ook doen

Bruin Parry

Jan: „Wat ik er zo leuk aan vind als Bruin bij ons is, is dat er zoveel kruisbestuiving is. Hij trekt mij steeds terug naar de kern: verzinnen en maken en gewoon dóen. Op de Gerrit Rietveld Academie leer je om heel conceptueel te werk te gaan, maar niet alles hoeft iets te betekenen. Sinds hij er is, werk ik intuïtiever. Als we hier een shoot hebben, helpt Bruin altijd. Soms is hij model, soms helpt hij met schminken, soms schildert hij een achtergrond. Het geeft meteen een heel andere dynamiek als hij er is, iedereen ontdooit een beetje. En de ideeën die hij ter plekke heeft, zijn vaak best bruikbaar. Dan ziet hij dat een model op David Bowie lijkt, en zegt hij: ‘Die moet zo’n streep onder zijn oog.’”

Bruin: „Een bliksem.”

Jan: „Toen Bruin 14 was, hebben we eens een modeserie gemaakt voor Vice. Hij had de styling en fotografie gedaan en de modellen en locaties uitgekozen. We gingen samen naar van die pr-bureaus waar kleding hangt. Jouw concept was: kleding die blauw, geel, groen of rood is.”

Bruin: „Mijn lievelingskleuren.”

Jan: „Die mensen gingen automatisch tegen mij praten, maar ik zei: nee, Bruin is de stylist.”

Bruin: „Stylist, ik ben er dol op. Mijn moeder is ook stylist. Mijn vader is dol op eten en op wijn, hij heeft twee restaurants. Ik ben aangenomen bij Bar Parry. Ik breng eten rond en de kaart. Betalen is een beetje moeilijk. Ik vind het leuk. Muziek, ben ik ook dol op.”

Jan: „ Als ik de gang opga om koffie te halen, hoor ik Bruin met zijn koptelefoon op vol overtuiging meezingen.” Hij zet hard een onduidelijk lied in.

Bruin, verontwaardigd: „Jan, jij zingt echt vals. Ik niet.”

Jan: „Ja, jij vindt dat je heel mooi zingt.”

Bruin: „Ik hou van Bassie en Adriaan. En ik ben een hele grote fan van Michael. Michael Jackson, die is King of pop. Hij zat in de Jackson Five, heeft Off The Wall gemaakt, heel veel liedjes gemaakt en gezongen. Dat vind ik vet. En hij had coole kleren. Daarom noem ik me Bruin Jackson.”

Jan: „Jij vindt muziek eigenlijk leuker dan kunst maken.”

Bruin: „Nou, kijk, Jan: Herman Brood, die was kunstenaar én popster. Dat wil ik ook doen.”

Jan: „En jij denkt dat als je je Jackson noemt in plaats van Parry, dat dat helpt.”

Bruin: „Ja.” 

Jan: „Wat ik altijd tegen jou zeg, Bruin, is dat je van mij altijd mag proberen popster te worden. Soms kunnen we kunst maken waarin je wens om popster te worden voorkomt. Zoals vorig jaar, toen we de expositie hadden in Breda en we een videoclip konden maken waarin jij Bruin Jackson bent en hebt gezongen. Maar dit is een kunstatelier, geen muziekatelier.”

Bruin: „Jij zegt ook: Bruin, dit is voor privé, dat is voor privé. Daar word ik gek van.”

Jan: „Daarom hangt er nu een lijst met wat werk is en wat niet. Tekenen is werk, te veel op je telefoon zitten niet. Instagram doen we het laatste halfuur van de dag. Bruin, jij wil gewoon heel veel: videoclips maken, model zijn, je wil een geheim aantal Instagram-accounts beheren. Er kan hier meer dan bij De Draad, waar je alleen kunt tekenen, maar soms moet ook ik streng zijn.”

Bruin: „Daar word ik woedend van.”

Jan: „Uiteindelijk komen we er altijd wel uit.”

Bruin: „Nou, nee.”

Harde lach van Jan. Later, als Bruin naar zijn eigen werkkamer is gegaan om onderbroeken op te halen, zegt hij: „Soms denk ik wel: wat heb ik mezelf aangedaan door Bruin die clip te laten maken. Zodra die af was, dacht hij: nou, de volgende! Hij had Duran [Lantink] al gevraagd of hij zijn persoonlijke stylist wilde worden. Dan heb je de neiging om te zeggen: zo werkt het natuurlijk niet. Tegelijkertijd proberen we zijn droom Bruin Jackson te worden toch een plek te geven. We moeten alleen oppassen dat we hier niet met z’n allen alleen maar voor Bruin bezig zijn.”

Bekijk hier de videoclip van Bruin Jackson

Ik spreek met Jan en Bruin allebei ook een keer alleen af. Bruin geeft me een rondleiding door zijn huis, twee kleine etages met een eigen opgang boven de grotere etage waar zijn oudste broer woont met zijn vriendin. Zijn ouders hebben de begane grond. Het kleurpalet – paarsblauw, oranje en lichtbruin – heeft hij zelf samengesteld (zijn moeder: „in vijf minuten”) en de woonkamer is zowel een Bassie en Adriaan- als een Michael Jackson-museum. De foto’s van het duo hangen aan een muur, naast een plankje met een stripboek, boek, dvd’s en een mok. Foto’s en tekeningen van Michael Jackson hangen op de muur daartegenover. In een kast staan platen en cd’s van Jackson museaal opgesteld – de hele hoes is zichtbaar. In de slaapkamer laat hij een trainingspak zien . „Die is van Jan geweest”, zegt hij. „Hij heeft hem aan mij gegeven.”

Met Jan praat ik door over zijn werk, in de werkkamer van Bruin, die twee keer binnenwaait om iets op te halen; hij is aan het werk in de grote atelierruimte. Eén keer drukt hij Jan in het voorbijgaan een kus op zijn hoofd.

Bruin, de Sistaaz, de patiënten van de psychiatrische inrichting in New York met wie hij eens drie maanden doorbracht en (foto)strips maakte: Jan Hoek werkt voortdurend samen met mensen die niet vanzelfsprekend worden gezien in de kunstwereld. „Er zijn veel makers die niet voldoen aan de strikte regels die daar gelden over opleiding en achtergrond. Mensen die outsider worden genoemd, hebben hun eigen ideeën over wat een kunstenaar is, of een model, en daar ga ik mee aan de slag.”

In 2018 heeft hij een stichting opgericht, Stichting Captain Hoek, die outsiderkunst en ‘insiderkunst’ wil verbinden. „Bruin heeft ouders die de weg weten, en daarin is hij een geluksvogel”, zegt hij. „Maar voor veel outsiderkunstenaars is de wereld een niet erg inclusieve plaats. Als je het Downsyndroom hebt, psychische problemen hebt of verslaafd bent, zul je niet snel in een museum of goede galerie hangen.”

Hij heeft stagiairs gehad die last hadden van psychoses, en nu een stagiaire die doof is. „Shabnam had allang klaar moeten zijn met haar modestudie aan de HKU, maar kon anderhalf jaar geen stageplek vinden omdat iedereen een dove stagiaire te ingewikkeld vond – best wel shocking. Iedere maandag krijgen we gebarentaalles van haar. Voor Bruin is dat een enorme verrijking, omdat hij geen Engels spreekt.”

De betrokkenheid strekt zich uit tot op zijn eigen lichaam, waar hij zelfportretten op heeft laten zetten van tatoeëerders uit de hele wereld, ook kunstenaars die niet altijd worden erkend volgens hem. „Sommige tattoos zijn heel lelijk, en ze passen niet bij elkaar. Maar het doet er niet toe wat ik ervan vind. Als we alleen naar onszelf en onze eigen belangen kijken, betalen mensen die toch al minder gezien worden daar de prijs voor.”

Foto Duran Lantink

De eerste outsider met wie hij werkte was Kim, een drugsverslaafde vrouw die door hem werd uitgeroepen tot ‘supermodel Kim’. Jan:„Ik zat nog op de Rietveld, en had het idee om verslaafde mensen in mijn eigen huis te fotograferen. Ik zag Kim voor de supermarkt, ze vroeg 20 euro. Die kreeg ze ook van mij, en mijn telefoonnummer.” Ze bleek veel banger voor hem dan hij voor haar – „ze dacht dat ik heel perverse foto’s wilde maken” – en had haar vriend meegenomen.

Eenmaal binnen „was er geen verslaafde meer, maar Kim”, zegt hij. „Ze vertelde dat ze kindmodel was geweest, en ze deed allemaal van die modellenposes, helemaal over de top. Er kwam iets uit haar dat ik niet had verwacht, en dat maakte dat het voor mij opeens heel wrang voelde wat ik deed, een beetje exploiterend. Ze ging weg met het idee van: wie weet, misschien word ik weer model. Ik probeerde uit te leggen dat dat niet zou gebeuren, maar, en dat zie ik ook bij Bruin, dat soort hoop krijg je er niet altijd uit.” Hij stuurde haar de foto’s, en na een jaar zocht hij haar op. „Die foto’s hingen helemaal verfrommeld aan de muur, alsof ze ze aan iedereen had laten zien. Ze vertelde dat ze was gestopt met harddrugs. Dat had ze voor haar vriend gedaan, maar de fotoshoot had erbij geholpen. Ze dacht: zie je, ik ben nog steeds mooi, ik ga mezelf niet nog kapotter maken dan ik al ben.” Kim werd daarna zijn muze; hij bleef haar fotograferen en ze zagen elkaar ook buiten het werk.

Twee jaar geleden overleed ze, op 37-jarige leeftijd, aan een longontsteking, net op de dag dat ze had besloten ook te stoppen met drinken.

Hij heeft zich natuurlijk afgevraagd waar zijn voorliefde voor outsiders vandaan komt, zegt hij. „Als kind van een jaar of zes was ik gefascineerd door een dakloze man die we vaak zagen als ik bij mijn moeder achterop de fiets zat. Hij woonde onder een brug in de buurt van het Centraal Station in Utrecht, droeg een zelfgemaakte hoed en had de doos waaronder hij sliep gedecoreerd met kerstslingers en seksplaatjes.

Toen ik heel jong was, zijn er dingen zijn gebeurd die niet hadden moeten gebeuren

Jan Hoek

„Andere kinderen gingen als Superman of Batman naar verkleedfeestjes, ik als zwerver, met veel lagen kleding over elkaar heen, of een pak gemaakt van vuilniszakken. Heel lang hield ik mezelf voor dat dat kwam omdat ik als homo en enig kind van gescheiden ouders ook een beetje anders was dan de rest. Anderhalf jaar geleden ben ik erachter gekomen dat toen ik heel jong was, er dingen zijn gebeurd die niet hadden moeten gebeuren.”

Hij vertelt het op de rustige manier waarop hij altijd praat: op zijn vijftiende ging hij weleens naar een park om seks met volwassen mannen te hebben. Een enkele keer, als hij ze niet knap genoeg vond, vroeg hij om geld. „Ik zag mezelf als super volwassen. Later, door #metoo en dat soort dingen, besefte ik dat het niet oké was dat niemand me naar huis stuurde; ik was overduidelijk geen achttien. Ik ben een boek over traumaseksualiteit gaan lezen en daarin stond dat, als je als kind bepaalde dingen meemaakt, je als puber op zoek gaat naar herhaling.

„Ik ben met mijn moeder gaan wandelen en heb haar gevraagd of ze het idee had dat er iets was gebeurd met mij, en ze zei meteen ja. Ze had er al vaak over gedacht. Het raarste gevoel had ze bij een mannelijke crècheleider gehad, maar ze had geen enkel bewijs, en ik was altijd met plezier naar die crèche, Het Klavertje, gegaan. Die avond appte ze me een groepsfoto waar hij op stond, en ik brak. Ik herkende hem, ook het type: het was het soort man dat ik opzocht in het park. We hebben mensen gevonden die destijds op de crèche werkten. Een half jaar nadat ik er weg was, heeft die crècheleider bekend dat hij pedoseksueel was en is hij ontslagen. Het gekke is: ik denk dat ik het toen niet als onprettig heb ervaren. Ik herinner me nog dat ik het voorrecht had om in de pauzes binnen te blijven. Op de basisschool begon ik problematisch gedrag te vertonen, speelgoed kapot te maken. Ik denk omdat ik daar geen speciale behandeling kreeg.”

Veel van de mensen met wie hij werkt, hebben ook te maken gehad met misbruik, zegt hij. „Ik heb het geluk dat ik liefhebbende ouders had, reddingsboeien die ervoor hebben gezorgd dat ik niet van het padje ben geraakt. En mijn werk fungeert als coping mechanisme: als je je altijd een outsider hebt gevoeld, is het fijn om outsiders het middelpunt te maken van je werk.”

In de bloemenkamer waar ik Jan en Bruin samen spreek, is Bruin terug, met een verrijdbaar opbergmeubel. Vroeger bewaarde hij er zijn speelgoed in, vertelt hij. Het onderste gedeelte is helemaal gevuld met door de kunstenaars onder handen genomen onderbroeken.

De onderbroekenproject is onderdeel van het door Stichting Captain Hoek opgezette Outsiderwear Festival, waaraan ook Nederlandse modeontwerpers en -merken als Duran Lantink en Patta meedoen. Elke kunstenaar of ontwerper werkt samen met een kunstenaar of sporter met een mentale of fysieke beperking, en er worden shows, tentoonstellingen en ‘talks’ georganiseerd. Vanwege corona is de datum al twee keer verschoven, maar dit voorjaar moet het dan eindelijk plaatsvinden.

„Denk je dat er een manier is om straks, als we alle onderbroeken af hebben, een Bruin Jackson-clip te maken waar ook de onderbroeken in voorkomen?”, vraagt Jan aan Bruin.

„Dat vind ik wel een beetje vreemd”, zegt Bruin.

Jan: „Het lijkt me een coole manier om reclame te maken voor de onderbroeken. Het lijkt me zo leuk als allerlei mensen in de onderbroeken aan het dansen zijn.” 

Bruin: „Dat vind ik niet leuk. We moeten een site maken. Met nog meer kleren met onze tekeningen erop. Dat vind ik vet.”

Jan: „Jij wil ook bedlakens maken, toch? Daar stuur je me nu de hele tijd plaatjes van.”

Bruin: „Behang. Onderbroeken afdrukken op een schetsboek, dat lijkt me ook leuk.”

Voor hij begint met het een voor een tonen van de onderbroeken, pakt Bruin uit het bovenste krat een van de ingelijste tekeningen die hij daar bewaart, en zegt tegen Jan: „Ik geef jou deze.”

„Daar ben ik heel blij mee”, zegt Jan. „Maar weet je zeker dat je hem niet wil verkopen?”

Bruin: „Ik heb er heel veel van.” Tegen mij: „Jan en zijn vriend, dat is uit elkaar. En nu woont die vriend in een eigen huis en gaat Jan een nieuwe inrichting maken. Ik vind het zielig voor Jan. Daarom wil ik hem iets geven.”


Jan Hoek

Jan Hoek (Utrecht, 1984) was hoofdredacteur van jongerensite Spunk en studeerde in 2012 af aan de Gerrit Rietveld Academie (Beeld en Taal). Zijn werk, veelal fotografie, is tentoongesteld in binnen- en buitenland. Boeken van Hoek zijn Marktplaatspoëzie (2013), My Maasai (2017) en, samen met Duran Lantink, Sistaaz of The Castle (2019).


Bruin Parry

Bruin Parry (Amsterdam, 1999) volgde speciaal middelbaar onderwijs en leerde tekenen van zijn moeder, Jan Hoek en zijn grootvader Rob Parry. In 2019 werd een schilderij van hem afgedrukt in de Amerikaanse Vogue, bij een door Jan Hoek gemaakte foto. Parry speelt in de clip Fading (2019) van LYMA. Hij heeft meerdere Instagram-accounts.

Foto’s en styling Duran Lantink.
Assistent fotografie Jonna Bruinsma.
Assistent styling Kicky ter Haar.
Make-up Bruin Parry.