De ideale cultuurminister? ‘Iemand die inziet dat diversiteit geen wedstrijd is, maar een logische stap’

De ideale cultuurminister Na de verkiezingen krijgt de nieuwe minister van Cultuur te maken met de coronacrisis of de nasleep daarvan. Dit vereist bijzondere eigenschappen en gaven. „De ideale minister is versneller. Het is nu de tijd voor daden.”

Illustratie NRC Studio

Stel dat. Zo begon de hoofdlettermijdende Amerikaanse dichter e.e. cummings ooit een gedicht: suppose. Stel dat de functie van minister van Cultuur een post was met een sollicitatieprocedure en een functieomschrijving.

Cummings had het over Leven (‘suppose/ Life is an old man carrying flowers on his head’, Dood (young Death) en wat erna kwam (lady Afterwards, ‘likes flowers’). Als je je fantasie gebruikt kan alles.*

Stel dat. Wie zou er op gesprek mogen komen voor de vacature, en hoe zou de functieomschrijving eruitzien? Wat stelt de sollicitatiecommissie voor eisen, wat zijn de doelen? Naar wie gaan, na de Kamerverkiezingen van 17 maart en de kabinetsformatie, de bloemen?

In een ideale, poëtische wereld houdt de minister van Cultuur oprecht van kunst. Deze eeuw begon met bewindslieden die harp speelden (Medy van der Laan, D66), ex-bassist van Kayak waren (Cees van Leeuwen, LPF), en bestuurslid van theatergroep Mugmetdegoudentand (Rick van der Ploeg, PvdA). Zijn voorganger, Aad Nuis, was dichter.

Maar wat heb je eraan als je een bewierookte nota over cultuurbeleid schrijft – zoals Nuis deed met Pantser of ruggegraat – maar geen beslissingen kan forceren? Schouwburgdirecteur Melle Daamen concludeerde over de periode Nuis: „Hij kan knap uitleggen waarom cultuur belangrijk is, maar het bleef wel abstract wat hij zei. Een goed betoog in de Kamer is iets anders dan op een departement je zin krijgen.” Zulke overwegingen gelden nog altijd. Zie de gemengde reacties op het functioneren van de laatste minister van Cultuur, Ingrid van Engelshoven.

In een ideale poëtische wereld beschikt de minister van Cultuur over een baaierd aan positieve eigenschappen, die beslist fraaier gekleurd zijn dan die van een ordinaire vakminister. Zijn uitgebreide netwerk laat hem niet gauw in de steek. Hij kan rekenen. Hij is een persoonlijkheid met creatieve oplossingen voor dichtgeslibde discussies. Hij is waarschijnlijk een vrouw.*

IJskoud

Maar vraag de Dichter des Vaderlands, Lieke Marsman, wat voor minister van Cultuur we zoeken en ze antwoordt met zakelijke poëzie: „Ik wil een ijskoude lobbyist die zonder blikken of blozen miljoenen binnensleept voor experimenterende theatergroepen, kleine productiehuizen en zieltogende operazangers.”

Die wens is in veel opzichten de resultante van de harde bezuinigingen van VVD en CDA uit 2010, met VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra als enthousiaste beul. In haar zojuist verschenen boek over haar tijd als minister, onder meer van Cultuur van 2012-2017, schrijft Jet Bussemaker (PvdA) over het „zichtbaar genoegen” waarmee haar voorganger bezuinigde en over kunstenaars die zich „in de goot getrapt voelden” door de „hardvochtige toon waarop over kunst en cultuur werd gesproken”. Veel kunstenaars zijn nog niet hersteld van die aanslag op de waardigheid van de Nederlandse cultuur.

Wat Lieke Marsman wil benadrukken, legt ze uit, is dat ze af wil van dat klimaat, „waarin kunstenaars en culturele instellingen zich lijken te moeten schamen voor steun die ze ontvangen, waarin iedere daad van schoonheid zich financieel moet verantwoorden en waarin nut zich enkel in euro’s laat meten”.

‘Ik wil een ijskoude lobbyist die zonder blikken of blozen miljoenen binnensleept voor zieltogende operazangers.’

Dat de minister van cultuur houdt en dat de besteding van subsidie gebonden is aan „plaats- en tijdgebonden” thema’s lijkt haar „vanzelfsprekend”.

Ook cabaretier Claudia de Breij zet zich af tegen het verleden. „Een minister van Cultuur moet het tegenovergestelde profiel hebben van Halbe Zijlstra.” Wat hij deed was meer dan bezuinigen. Hij heeft „meer kapot gemaakt”. De Breij: „De minister van Cultuur moet dus iemand zijn die begrijpt dat we niet zonder cultuur kunnen. Het moet ook een diplomaat zijn; iemand die zowel conservatieven als progressieven begrijpt.” Iemand die het hele terrein van de kunsten steunt en stimuleert: „Van Keti Koti tot fanfare. Die stap is heus niet zo groot, lijkt mij. De kloof wordt benadrukt in plaats van verkleind de laatste jaren. We moeten iemand hebben die dat snapt. Die inziet dat diversiteit geen wedstrijd is, maar een logische stap.”

Nieuwsgierig

Wat Jolanda Spoel, directeur van het Bijlmerparktheater zegt, sluit daarbij aan: „Ik gun onze sector een minister die van nature nieuwsgierig en betrokken is. Die buiten de begane paden kijkt en oprecht interesse heeft in alle onderdelen van de sector.” Ook kunstenares Tinkebell beklemtoont die eigenschap: „Een open blik en brede interesse moeten de basis zijn.” En het is wat Jeroen Bartelse, directeur van muziekcentrum TivoliVredenburg, zegt: „Ik wens een minister die hartstochtelijk pleit voor alle kunsten, gevestigde en aanstormende vormen en stijlen. Iemand die doorvoelt wat (en mooi onder woorden kan brengen) wat de essentie van de kunsten is.”

Retorisch zeer begaafd zijn is de aanvullende eis. Tinkebell: „De minister moet het belang van kunst begrijpen en anderen daarvan kunnen doordringen.”

Als voorbeeld van ‘buiten je balboekje kijken’ geeft Jolanda Spoel de recente toevoeging van de categorie ‘urban’ aan de basisinfrastructuur – de groep instellingen die rijkssubsidie (via de minister) krijgen. De term ‘urban’ is illustratief, zegt ze. „Het is een containerbegrip, met negatieve connotaties. Alsof het gaat over iets wat eeuwig jong, tijdelijk en hip is. De naam is bedacht door buitenstaanders, die er minder vanaf weten.”

De vraag om inclusie en diversiteit is nu onderdeel van het cultuurbeleid. Maar, zegt Spoel, zorg voor een follow-up. „Zorg dat het geen modeverschijnsel is, maar een wezenlijk element.” Voor cultuurinstellingen moet het niet alleen een middel zijn om punten te scoren bij de subsidieaanvraag. „Er moeten consequenties zijn als plannen niet gerealiseerd worden.”

Maar afrekenen op plannen is geen sterk punt van de Raad voor Cultuur, de beoordelaar van subsidieaanvragen namens de minister. In NRC legde de voorzitter van de raad, Marijke van Hees, de verantwoordelijkheid vorig jaar bij de minister: „Wij geven aan dat instellingen concreter moeten worden. Maar het is een politiek te bepalen stap hoe hard die eis wordt.”

Jeroen Bartelse zou daarom graag een minister van Cultuur van kleur zien. „Er worden nu stappen gezet, maar het gaat niet snel genoeg. Een bewindspersoon van kleur, met roots in een andere cultuur, kan een rolmodel zijn die inclusie en diversiteit in de sector een boost kan geven.”

Versneller

Dat bezwaar van traagheid van veranderingen geldt wat Bartelse betreft ook voor andere terreinen. Daarom noemt hij zijn ideale minister „een versneller”. Dat is „iemand die de gevolgen van de coronacrisis begrijpt en aangrijpt om zo hardnekkige dossiers als fair practice voor artiesten en de renovatie van het cultuurbestel aan te pakken. Het is geen tijd om thema’s te agenderen. Die liggen er. Het is nu de tijd voor daden.” Bartelse, voorheen secretaris bij de Raad voor Cultuur: „Over de Fair Practice Code werd al in 2013 bij de raad gesproken.”

Lees ook: Voor welk museum stemt u?

Een nieuwe minister moet het subsidiestelsel, met de cyclus van vierjaarlijkse beoordelingen, op de schop nemen. Bartelse: „De zon gaat nooit onder in dit systeem.” Jolanda Spoel: „In plaats van doorstroming bewerkstelligt het systeem constipatie. Terwijl je het tegenovergestelde wenst en verwacht. Je wilt dat er ruimte wordt gecreëerd voor nieuwe ideeën en initiatieven. Daar moet wat aan gedaan worden.”

De coronatijd heeft nieuwe vormen voortgebracht, zegt Servé Hermans, die met Michel Sluysmans de artistieke leiding van Toneelgroep Maastricht vormt. Verlost van de subsidieverplichting om voorstellingen op te voeren, ontstond er ruimte voor het maken van films, online theater en podcasts. „We zeiden dat toneel maken onze core business was. Nu zeggen we al een jaar dat verhalen vertellen onze core business is. Dat kan op honderden manieren. Het zou razend zonde zijn als we die nieuwe vormen niet verder kunnen ontwikkelen. Tof als een nieuwe minister die creativiteit omarmt en een subsidiestelsel ontwikkelt dat maatwerk levert. Daar is enorme behoefte aan.”

Crisismanager

Maar de coronatijd heeft ook alles op zijn kop gezet, vindt schrijver Abdelkader Benali. Wat hem betreft wordt de nieuwe minister van Cultuur een Crisismanager van Cultuur. Of een Crisisteam van Cultuur. „De opgave is groter dan beleid maken: de cultuursector is van de rails gelopen en moet zijn plek in de samenleving terugvinden. Alle kunstenplannen kunnen de prullenbak in. De vragen zijn praktisch: hoe maken we weer contact met het publiek, hoe halen we in wat is blijven liggen, met welk actieplan zijn we in 2022 weer operationeel?”

Benali pleit voor een faciliterende overheid, die voorziet in vergunningen, financiën en veilige terreinen: „Maak van Nederland één groot Lowlands.” Het revitaliseren van de kunst is nu de meest urgente politieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid voor een minister, aldus Benali. „Een minister van Cultuur kan de bureaucratie en de haarkloverij wegnemen om goede plannen mogelijk maken.”

Lees ook: De NRC Stemhulp: wat willen politieke partijen?

Pas daarna kan hij weer denken aan wat een minister kan zijn. En dat is iemand „die oog heeft voor het feit dat cultuur ideeën aanreikt voor grote maatschappelijke kwesties: zoals kansenongelijkheid, inclusie, Black Lives Matter, vrouwenrechten, klimaatverandering, het gevaar van populisme”. Benali: „Je wilt een minister die voelt dat cultuur samenleving is, een minister die de kunstenaar centraal stelt.”

Namen van kandidaten

Na enig aandringen wil deze sollicitatiecommissie tegen wil en dank wel namen van mogelijke kandidaten noemen: Wim Pijbes, ex-directeur van het Rijksmuseum, vanwege zijn enthousiasmerend vermogen. En om dezelfde reden ex-presentator Matthijs van Nieuwkerk. Theaterdirecteur Ernestine Comvalius, ‘mover & shaker’. Dramaturge Nan van Houte, met haar internationale ervaring. Beleidsmaker en adviseur Jenny Mijnhijmer. Een kunstenaar aan het roer? Adelheid Roosen, geëngageerd theatermaker. Boris van der Ham, acteur, ex-politicus. Of schrijver en cabaretier Johan Fretz. Die laatste schreef een boek waarin hij fantaseerde in 2025 premier te zijn. Dus….

Deze fantasie heeft zijn beperkingen. Een minister van Cultuur heeft niet alle macht. De kunst brengt haar eigen ideeën voort. Maar een minister kan lijnen uitzetten en paden wijzen. Dat heeft invloed. Dat geeft te dromen. Zoals Jan G. Elburg schreef: ‘zo verandert wat blijft/ wijzigt het pad de wandelaar’.

* Geciteerd uit het artikel ‘Wat willen wij van een minister van Cultuur?’ (2006)