Necrologie

Engagement en originaliteit gingen bij Jeroen van Merwijk schitterend samen

1955-2021 Jeroen van Merwijk richtte zich als cabaretier tot een publiek van goede verstaanders. Dat zijn voorstellingen geen vetpot waren, deerde hem niet. Daarnaast was hij columnist, schrijver en beeldend kunstenaar: een uniek multitalent.

Cabaretier Jeroen van Merwijk (april 2020, Utrecht).
Cabaretier Jeroen van Merwijk (april 2020, Utrecht). Foto Merlijn Doomernik

Zelfs in het slechte nieuws dat Jeroen van Merwijk half februari vorig jaar op Instagram zette, weerklonk nog de ironische ondertoon die hem eigen was. Na een optreden in de Kleine Komedie in Amsterdam („mijn laatste en voor mijn doen succesvolle optreden, haast niemand weggelopen”) had hij naar zijn zeggen iets in zijn buik gevoeld „dat me niet bekend voorkwam”. En na twee weken van „onvergetelijke onderzoeken” was de diagnose gekomen: darmkanker met uitzaaiingen. Hij onderging nu een chemokuur, schreef hij. „Wat mij betreft kunnen jullie nog een tijdje genieten van het veelzijdige genie en morele kompas dat zich nu al bijna 65 jaar Jeroen van Merwijk mag noemen.”

Lees ook het interview van Coen Verbraak met Jeroen van Merwijk: ‘Na het fatale bericht had ik de sereniteit waarop ik hoopte’

Lang heeft dat echter niet meer geduurd. Jeroen van Merwijk is woensdag in het bijzijn van zijn vrouw Jeannette overleden in zijn woonplaats Sainte-Juliette in Frankrijk. Hij was 65 jaar.

Zijn overlijden betekent het verlies van een uniek dubbeltalent als cabaretier en als beeldend kunstenaar. Als cabaretier was hij vooral de zanger van satirische liedjes waarvan de moralistische strekking vindingrijk verpakt zat in vormvaste regels met een rake woordkeus, listige logica en een plagerige toonzetting. Engagement en originaliteit gingen vaak schitterend samen. Zoals in zijn zotte jammerklacht over de overvloed van tegelijkertijd woedende oorlogen die het voor menigeen moeilijk maakt enig overzicht te behouden: „Waarom doen we voortaan niet gewoon één oorlog tegelijk/ één giro, twee partijen en dan verder geen gezeik / gewoon weer gezellig net als vroeger met het Derde Rijk / Eén oorlog tegelijk.”

Beperkt publiek

Van Merwijk koos aanvankelijk voor een studie Nederlands in Amsterdam en zijn woonplaats Utrecht, maar stapte op zijn 23ste over naar de sectie schilderkunst van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, waar hij in 1983 cum laude afstudeerde. Maar al tijdens zijn laatste studiejaren schreef hij tevens spitse teksten voor radioprogramma’s als Spijkers met koppen (VARA). Zijn theaterdebuut maakte Jeroen van Merwijk in 1986.

Een alom geliefde theaterpersoonlijkheid is hij nooit geweest. Hij richtte zich voornamelijk tot een beperkt publiek van goede verstaanders die hem ook konden waarderen als hij hen jende. „Ik ben niet bang een zaal tegen me in het harnas te jagen”, zei hij eens in NRC.

Dat er soms bezoekers tijdens de voorstelling uit de zaal wegliepen, maakte hem aanvankelijk onzeker. Zulke weglopers vonden hem nurks en chagrijnig. Maar op den duur gaf hun vluchtgedrag hem een satanisch genoegen. Het bewees, vond hij, dat hij blijkbaar iets te zeggen had. Toen hij in een van zijn programma’s een nogal ernstige tirade ten beste gaf, onderbrak hij zichzelf abrupt. „’t Moet wél cabaret blijven”, merkte hij op, „het mag niet ineens ergens over gaan.” Waarmee hij vilein commentaar leverde op het louter amuserende cabaret van collega’s die veel meer succes oogstten dan hij. Niet voor niets gaf hij een van zijn programma’s de titel Er zijn nog kaarten.

AFSCHEID VOORZITTER BUMA STEMRA - HOMMAGE AAN JAN BOERSTOEL,Jeroen van Merwijk trad op tijdens de hommage aan Jan Boerstoel naar aanleiding van diens afscheid als voorzitter van de Buma Stemra.
Cabaretier Jeroen van Merwijk./Cabaretier Jeroen van Merwijk.

Wel won Van Merwijk in 2006 de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied van het jaar met het sardonische ‘Dat vinden jongens leuk’ – over de manier waarop het kattenkwaad van jonge jongens escaleert tot het wangedrag van soldaten: „Een brandwond op een lichaam maken / met een uitgedrukte sigarettenpeuk / en met een mes je eigen naam in vrouwenruggen kerven / of een zelfverzonnen spreuk / ja, dat vinden jongens leuk.”

Schilderen

In de loop van zijn carrière kondigde Van Merwijk meer dan eens aan dat hij ging stoppen met optreden. Gedurende zulke seizoenen trok hij zich liever terug in zijn tweede huisje in Frankrijk om „als een monnik” zijn dagen te slijten met schilderen. Zijn stijl was veelzijdig; soms werkte hij illustratief, in acryl of olieverf, soms schiep hij geometrische patronen, soms gaf hij de voorkeur aan grafiek. Warme pasteltinten wisselde hij af met scherpe penschetsen in zwart-wit.

Maar telkens keerde hij na verloop van tijd weer terug in de theaters. Optreden zag hij als zijn voornaamste broodwinning: „Het is geen vetpot, maar dat hoeft ook niet.” Een onverwacht hoogtepunt, qua publieke belangstelling, was zijn gezamenlijke theatertournee met zijn vriend en collega Harrie Jekkers, in 2015 en 2016. De combinatie – de iezegrim tegenover de publiekslieveling – werkte wonderwel en inspireerde Van Merwijk tot een nieuw soloprogramma. Vorig najaar speelde hij een oudejaarsconference die hoofdzakelijk uit liedjes bestond. In die tijd schreef hij elke dag één nieuwe, actuele liedtekst onder de verzameltitel Was volgend jaar maar vast voorbij.

Een overzicht van al zijn andere activiteiten kan lang niet volledig zijn. Zo was hij oprichter van de stichting Nieuw Elitair Elan (NEE), waarmee hij wilde betogen dat elke samenleving een elite nodig heeft. En verder schreef hij columns, verhalenbundels, radiohoorspelen en de tekst voor een nieuwe Judas Passion. Ook preekte hij in kerken (Sermoen van Jeroen) waarbij de ernst voorop stond. Een oeuvre om u tegen te zeggen.