Brieven

Brieven 3/3/2021

Moutainbikers (2)

Fietsers kosten ons geld

Ecoloog en mountainbike-parcoursontwerper Patrick Jansen (27/2) wijst op het belang van natuurbeleving om tot rust te komen. Daar zal vrijwel iedereen mee kunnen instemmen. Maar geldt dit ook voor de wandelaar die de stroom mtb’ers moet tolereren die om de haverklap luidruchtig, getooid in carnavalskleuren en met zonnebrillen,langszoeven? En geldt dat ook voor overstekende zandhagedissen, loopkevers en bosmieren? De explosieve toename van het aantal mtb’ers tijdens de coronacrisis heeft tot gevolg gehad dat de eens zo smalle, kruip-door-sluip-doorpaadjes nu brede zandwegen zijn geworden, dat licht vochtige paden veranderd zijn in modderpoelen en dat steeds meer off the road wordt gecrost. Mtb’ers kosten de maatschappij geld; ambulances moeten uitrukken om gewonden van het parcours te plukken. En omdat natuurbeheerders bang zijn aansprakelijk gesteld te worden als een tak van een boom afbreekt die op een mtb’er terecht zou kunnen komen, worden bomen gekapt. En dan hebben we het niet eens over kosten van aanleg en onderhoud. Hoe langer corona ons in de greep houdt, hoe ernstiger de negatieve invloed van mtb’ers op de natuur en op de natuurbeleving van niet-mtb’ers.

Bergen NH

Habsburgers

Onze eigen obsessie

In haar vermakelijke stuk over de geringe boetvaardigheid van de hedendaagse Habsburgers rept Caroline de Gruyter, in verband met de vraag hoe het huidige hoofd van de familie – hoogheid of gewoon Karl – aan te spreken, van een hopeloze obsessie van Duitstaligen met titels. (De laatste Habsburger zit gevangen in een etalage, 27/2.) Het bestaan daarvan zal ik niet helemaal ontkennen, maar het blijft tegelijk merkwaardig commentaar als dat uit Nederlandse hoek komt, gezien de lange lijstjes – van ‘weledelgeboren’ voor een student tot ‘eminentie’ voor een kardinaal – die dienaangaande tot voor kort standaard in Nederlandse zakagenda’s stonden, alsmede het feit dat het vorige Nederlandse staatshoofd aangesproken wenste te worden met ‘Majesteit’, en dat nooit tot een nationale rebellie heeft geleid. Dan waren de Oostenrijkers (en Duitsers) toen ze in 1918 die hele archaïsche adelsriedel officieel overboord kieperden toch doortastender. Het minst onder de indruk daarvan zijn ze overigens vanouds in hun beider buurland Zwitserland dat, anders dan Nederland na 1806, ook gewoon een republiek is gebleven.

Amsterdam

Joseph Fouché

Literair verdienmodel?

Arnold Heumakers prijst in zijn artikel over twee recent in het Nederlands verschenen boeken over de Franse staatsman Joseph Fouché de uitgeverij voor dit initiatief (Alleen de dief weet hoe hij moet leven, 26/2). Te weinig benadrukt hij dat het hier gaat om een historische roman uit 1897 en een ‘wetenschappelijk’ boek uit 1929. In beide gevallen geldt dat de kennis over Fouché in hoge mate verouderd is. De uitgever, die vergelijkbare studies uit de jaren twintig over bijvoorbeeld Marie-Antoinette en Maria Stuart publiceert, maakt in advertenties evenmin duidelijk dat deze vrijwel volledig achterhaald zijn. Kopers moeten hierop gewezen worden. De uitgeverij dient dan ook niet zozeer geprezen te worden om zijn (literaire) verdienste, als wel om een slim verdienmodel: op al deze boeken rusten geen rechten meer – auteursrechten, vertaalrechten, royalties, et cetera. De productiekosten zijn dus heel erg laag, de winst navenant hoog.

Nijmegen

Correcties/aanvullingen

Het Meesterwerk

In de productie met lezersreacties over Het Meesterwerk (CS, 25/2, p. C4-8) zijn twee auteursnamen verwisseld. De bijdrage over Franz Schmidt is geschreven door Adriaan Rothfusz. De bijdrage over James MacMillan is ingezonden door Marnix van der Sijs.