‘In het ergste geval komen de Olympische Spelen voor de paardensport in gevaar’

Paardensport Na de uitbraak van een besmettelijk virus op een paardenconcours in Valencia, zijn alle internationale wedstrijden tijdelijk geschrapt. „Was het ook zo uit de hand gelopen bij sneller optreden?”

Voor het tweede jaar op rij is Indoor Brabant afgelast.
Voor het tweede jaar op rij is Indoor Brabant afgelast. Foto Marcel van den Bergh

Er klinkt een diepe zucht aan de andere kant van de lijn. „We zijn zwaar teleurgesteld”, zegt Marcel Hunze, directeur van paardenconcours Indoor Brabant. „Wie had dit kunnen voorzien? Mijn telefoon ontploft. Iedereen leeft mee.”

Maandag schrapte de internationale paardensportfederatie FEI in tien landen, waaronder Nederland, alle internationale wedstrijden tot 28 maart. Uit die landen deden 752 paarden mee aan een concours in Valencia, waar vorige maand het besmettelijke rhinopneumonie-virus uitbrak. Aanvankelijk hoopte men het virus te beteugelen door paarden in Spanje in quarantaine te plaatsen, maar nu blijkt dat ook dieren die ogenschijnlijk gezond naar huis terugkeerden, ziek zijn geworden. Sommige paarden liepen de meest ernstige – neurologische – vorm van rhinopneumonie op. Dat leidde bij een enkeling tot euthanasie.

Voor Hunze betekent het dat hij zijn voor half maart geplande vijfsterrenconcours voor het tweede jaar op rij moet afblazen, nadat eerder de pandemie roet in het eten gooide. „Veel ruiters keken ernaar uit om in coronatijd weer een topconcours te rijden”, zegt hij. „We hebben er de afgelopen maanden alles aan gedaan om aan de coronaregels te voldoen. Dat we onverwacht worden geconfronteerd met weer een ander virus is bizar. Laten we hopen dat er een alternatieve datum kan worden gevonden, later in het seizoen.”

Lees ook: Ruiters zijn bezorgd over gebrek aan wedstrijden in aanloop naar de Spelen in Tokio

Ook bondscoach Rob Ehrens van de springruiters had een déjà vu toen hij van het FEI-besluit vernam. „Want zo ging het vorig jaar bij de uitbraak van Covid-19 ook”, zegt hij. „Van het ene op het andere moment werd onze agenda schoongeveegd.” Natuurlijk moet alle aandacht nu naar het paardenwelzijn uitgaan, zegt hij, maar de hoop is dat april „meer rust en zekerheid” zal geven, zodat ruiters vanaf dan alsnog een paar topconcoursen kunnen rijden ter voorbereiding op de Olympische Spelen van Tokio, komende zomer.

De olympische voorbereiding was een zorg van veel springruiters: is het wel verantwoord om zo weinig topconcoursen te rijden in aanloop naar de Spelen? „Mijn paarden mogen niet gebroken terugkomen uit Tokio”, waarschuwde springruiter Maikel van der Vleuten vorige maand in NRC. „Als de onzekerheid nog een paar maanden voortduurt, moeten we ons afvragen hoe verantwoord dit is.”

Maanden zonder wedstrijd

Collega Marc Houtzager vertelde dat hij vier maanden geen concours gereden had voor hij eind januari naar Salzburg afreisde voor een viersterrenproef. Dat deed wat met zijn motivatie, zei hij. „Ons leven hangt er niet vanaf, er zijn grotere problemen in de wereld, maar het is toch raar dat contactsporten als judo en voetbal in Nederland gewoon doorgaan en de paardensport zich moet beperken tot één topconcours in een jaar tijd.”

Ook nu weer klinken beide ruiters gelaten. „Een forse streep door de rekening”, noemt Houtzager het FEI-besluit, hoe begrijpelijk ook. Hij is net teruggekeerd van een concours in het Zuid-Spaanse Vejer de la Frontera, waar hij tot zijn vreugde weer wat ritme opdeed. Het voelde als een stap vooruit. Nu moet hij weer een paar passen terugdoen.

Dat is voor Van der Vleuten niet anders, al is het peanuts, zegt hij, bij het leed dat al die paarden nu ondergaan. Van vier paarden is bekend dat ze aan het virus zijn overleden, 84 paarden vertonen verschijnselen en elf worden behandeld in klinieken in Valencia en Barcelona. Ook buiten Spanje zijn uitbraken gesignaleerd: in Frankrijk, België en Duitsland. „De gezondheid van de paarden staat voorop”, zegt Van der Vleuten. „Waarom zou je anders aan wedstrijden meedoen?”

In Valencia deden meerdere Nederlanders mee, onder wie Micky Morssinkhof. Zij vertelt vanuit Spanje dat zes van haar paarden met lichte verschijnselen in quarantaine zijn gezet. Ze zijn negatief getest, maar ze ziet om zich heen dat dat van het ene op het andere moment kan veranderen. „Er zijn hier al twee paarden dood gegaan.”

Morssinkhof is sinds 6 februari in Valencia. De relatie is hecht tussen de ruiters die daar noodgedwongen moesten achterblijven, zegt ze, maar er is ook veel boosheid naar de toernooiorganisatie en instanties. „Sommige ruiters vragen zich af of er niet eerder ingegrepen had moeten worden. De eerste koortsklachten bij paarden dateren van weken geleden. Was het ook zo uit de hand gelopen bij sneller optreden?”

De tekst loopt onder de foto door

De lege Brabanthallen in Den Bosch in 2020. Foto John van Hamond

Collega Michael Greeve was ook met vijf paarden in Valencia, maar keerde twee weken geleden al terug. Dat was hij al van plan, zegt hij, maar achteraf moet hij constateren dat hij veel geluk heeft gehad. „Mijn paarden zijn in Valencia nooit in de buurt van de stallen geweest waar het virus uitbrak. Toch heb ik ze in Nederland uit voorzorg in quarantaine gedaan. De paarden blijven voorlopig nauw onder controle.”

Een ruiter die anoniem wil blijven maakt zich zorgen om de vele tussenstops die ruiters gebruiken als zij hun paarden vanuit Spanje terugrijden naar eigen land. „Chauffeurs zetten die paarden onderweg wel acht uur op stal, terwijl ze zelf even rusten. De dieren lopen in en uit. Tussenstops worden potentiële brandhaarden. Eigenlijk zouden ook de paarden die in Spanje negatief getest zijn alsnog in quarantaine moeten.”

Twee scenario’s

Marianne Sloet, hoogleraar inwendige ziekten van het paard aan de Universiteit Utrecht, zegt dat er twee scenario’s zijn. Of het virus blijft vooral tot Valencia beperkt en wordt elders snel in de kiem gesmoord, of het verspreidt zich verder door de wereld, de FEI-maatregelen ten spijt. „De verwachting is dat het misschien mee zal vallen, maar zekerheid bestaat niet. De komende weken moet duidelijkheid komen, maar in het ergste geval komen de Olympische Spelen voor de paardensport in gevaar.”

Rinopneumonie is geen nieuw virus, onderstreept zij. Ook in Nederland zie je elk jaar wel een paar uitbraken bij maneges en paardenbedrijven en worden bij slechte prognose soms paarden geëuthanaseerd. „Maar dan gaat het niet om een uitbraak op een groot concours met paarden uit tien verschillende landen. De internationale pers stort zich daar ook niet massaal op.”

Er is wel een vaccin tegen rinopneumonie, zegt Sloet, die de nationale paardensportbond KNHS adviseert en ‘contactdierenarts’ is voor Nederland bij de FEI. „Groepen paarden vaccineren vermindert de infectiedruk, maar het vaccin beschermt vaak niet tegen de neurologische verschijnselen. Dat is zeker een manco. Ook als paarden gevaccineerd zijn, kan de neurologische vorm incidenteel nog uitbreken. Dat hebben we in de Verenigde Staten eerder zien gebeuren.”

Sommige ruiters hielden de afgelopen jaren op concoursen al rekening met een forse uitbraak. Zij gaan er vanuit dat een inenting voor rinopneumonie net zo gangbaar zal worden als een inenting voor influenza. „Het wachten is op het volgende persbericht van de FEI”, zegt springruiter Greeve.